Daf Jomi Archief Traktaat Berachot

Aanmelden

Aan de orde van de dag

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Berachot 59

Door Zwi Goldberg

Berachot 59a

Een aggada over het sterrenbeel Asj

De Gemara haalt een vers uit het Boek Job aan, waar sprake is van de sterrenbeelden Kima en Asj. [Asj is de staart van het sterrenbeeld Ram en Kima is het lichaam van Ram.] De Gemara verklaart: de reden waarom Asj Kima volgt: Toen Hasjem een vloed op de wereld wilde brengen, nam Hij twee sterren uit Kima [het water kwam uit de hemel op aarde door het gat in Kima, dat ontstond door het wegnemen van de twee sterren (Rasji)] en zo bracht Hij de vloed op de wereld. En om het gat in Kima weer te dichten, nam Hij twee sterren uit Asj en sloot daarmee het gat in Kima. [Daarom achtervolgt Asj Kima, en eist haar „kinderen” terug.]

Zijn macht vult de wereld

Onze Misjna op daf 54a zegt: Wanneer men … zewaot of donder of wind… waarneemt, zegt men: Gezegend bent U…, wiens kracht en macht de wereld vult.”

De Gemara vraagt: Want zijn „zewaot”?

Rav Katina antwoordt: aardbevingen.

Toen Rav Katina eens langs de weg liep, overviel hem een aardbeving, terwijl hij net voor het huis van een doden­bezweerder stond.

R. Katina vroeg aan de dodenbezweerder:  Weet u wat de oorzaak is van aardbevingen?

De dodenbezweerder antwoordde: Wanneer Hasjem Zich Zijn kinderen herinnert, die dolen tussen de vreemde volken, dan vallen er twee tranen in de Grote Zee, en het geluid daarvan weerklinkt over de hele wereld en dat veroor­zaakt aardbevingen.

R. Katina geeft een ander antwoord: Aardbevingen ontstaan als Hasjem in Zijn handen klapt, zoals er geschreven staat in Jechezkel 21:22: „Ook Ik zal in Mijn handen klappen en Ik zal Mijn wraak laten rusten en de aarde zal schudden van het geluid.”

Rav Acha bar Ja’akov geeft nog een antwoord: Wanneer Hasjem Zijn voeten onder Zijn troon schuift, zoals er geschre­ven staat (in Jesjajahoe 66:1): „Aldus sprak Hasjem: De Hemel is Mijn troon en de aarde is Mijn voetenbankje.”

Onze Misjna noemt vervolgens de donder.

De Gemara vraagt: Wat veroorzaakt de donder?

1e antwoord (Sjmoeël): Wolken die tegen elkaar botsen.

2e antwoord (de Geleerden): Als de wolken hun water op een andere wolk laten vallen.

3e antwoord (Rav Acha bar Ja’akov): De bliksem breekt de hagelstenen in de wolken.

4e antwoord (Rav Asji): Er zijn holle wolken en als de wind daar over heen blaast, maakt dat net zo’n geluid als wanneer de wind over een hol vat blaast.

De Gemara concludeert: Vermoedelijk heeft Rav Asji gelijk, want we zien hoe de bliksem flitst, dan donderen de wolken en dan komt de regen.

De Misjna noemt vervolgens de wind.

De Gemara vraagt: Zeggen we die beracha ook voor een zacht briesje?

Abbajjé antwoordt: Alleen voor een storm.

Bij het zien van een regenboog

Bij het zien van een regenboog zegt men: „Gezegend bent U, … Die Zich het verbond herinnert.” [Na de vloed  sloot Hasjem een verbond met Noach dat Hij nooit meer een vloed over de wereld zou brengen (Bereisjiet 9:14-15).]

Over bergen en heuvels

De Misjna vervolgt: Wie bergen of heuvels, zeeën, rivieren of woestijnen ziet, zegt: „Gezegend bent U, … Die de Schepping gemaakt heeft.”

De Gemara vraagt: Waarom is deze beracha gereserveerd voor alleen deze natuurverschijnselen? Is niet alles het product van Zijn Schepping?

Rava antwoordt: Voor kometen, aardbevingen en andere natuurverschijnselen mag men beide berachot zeggen [Tosafot: Men zegt één van beide. En zo is de halacha (Sj.A.O.Ch. 227:1).]

Berachot 59b

Een Baraita: Men zegt de beracha: „… Wie de Schepping gemaakt heeft” in de volgende gevallen:

1. Als men de zon in zijn tekoefa ziet [d.w.z. op dezelfde plaats als waar hij stond bij de Schepping];

2. Als men de maan in zijn macht ziet [d.w.z. als de maan in het sterrenbeeld Ariës (Ram) staat];

3. Als men de planeten of de sterrenbeelden van de dierenriem ziet.

Abbajjé verklaart: De tekoefa van de zon komnt eens in de 28 jaar voor, in de nacht van dinsdag op woensdag, wanneer de planeet Saturnus zichtbaar is in het voorjaar.

Berachot bij het zien van de zee, een meer of een rivier

In de Misjna zegt R. Jehoeda: Wie incidenteel de grote zee ziet [d.w.z. de Middellandsezee of iets dergelijks], die zegt: „Gezegend bent U, … Die de grote zee gemaakt heeft.”

De Gemara vraagt: Wat is incidenteel?

Rami bar Abba antwoordt: Wanneer men de zee minstens 30 dagen niet gezien heeft.

Rami bar Abba heeft verder gezegd: Wanneer men de rivier de Diklas [Chidekel of Tigris] ziet boven de brug van Sjabistana, zegt men de beracha: „…Die de Schepping gemaakt heeft.” [De Tigris wordt in Bereisjiet 2:14 Chidekel genoemd.]

De Gemara vraagt: Waarom wordt hij Chidekel genoemd?

Rav Asji antwoordt: Het water is chad [scherp] en kal [zacht volgens Rasji, of kol – maakt lawaai – volens Maharsja].

De beracha „HaTov weHaMetiev”

De Misjna zegt: Bij regen en op het horen van goede tijding zegt men de beracha HaTov weHaMetiev [Die Goed is en goed doet].

R. Abahoe heeft gezegd: Dat zeggen we als de bruidegom de bruid ontmoet. [Als zich al een plasje op de grond gevormd heeft en daar een druppel in valt, dan spat dat een beetje op, alsof het water in de plas de neervallende regendruppels tegemoet komt (Rasji). Of: als de plassen op straat elkaar ontmoeten (Rasji op Taäniet).]

De Gemara vraagt: Welke beracha maken we?

Rav Jehoeda: „Wij danken U voor iedere druppel die U omlaag deed vallen.”

R. Jochanan beëindigde de beracha als volgt: „Als was onze mond zo vol van gezang als de zee, dan nog konden wij U niet voldoende danken. Gezegend bent U, Hasjem, met de meeste dank.”

Rava corrigeert: We eindigen met: „Gezegend bent U, G-d van de dankbaarheid.”

De Gemara komt terug op de Misjna die zegt dat we HaTov weHaMetiev zeggen voor regen?

De Gemara antwoordt: Als men hoort dat het regent, zegt men: HaTov weHaMetiev en als men het ziet regenen zegt men: Wij danken U voor iedere druppel.

De Gemara werpt tegen: Als men hoort dat het regent, is dat goede tijding. We weten al dat we voor goede tijding HaTov weHaMetiev zeggen.

2e antwoord: Bij een beetje regen zeggen we: „Wij danken U voor iedere druppel” en bij veel regen zeggen we: „HaTov weHaMetiev.”

3e atnwoord: We zeggen beide berachot bij veel regen, maar iemand zegt „HaTov weHaMetiev” als hij een stuk land heeft, en anders zegt hij: „Wij danken U.”

De beracha Sjèhèchianoe

Wie een nieuw huis koopt of nieuwe kleren, die zegt de beracha Sjèhèchianoe – „Gezegend bent U, … Die ons in leven gehouden heeft.” Wanneer iemand het gekocht heeft voor zichzelf en voor zijn huisgezin zegt hij: „HaTov weHaMetiev” en als hij het allen voor zichzelf gezegd heeft, zegt hij Sjèhèchianoe. [Dus de beracha Sjèhèchianoe zegt men als men zelf alleen iets goeds heeft gekregen, maar over iets, waar ook anderen van meegenieten zegt men „HaTov weHaMetiev.”