Daf Jomi Archief Traktaat Berachot

 

Aan de orde van de dag

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Berachot 62

Door Zwi Goldberg

Berachot 62a

Gedrag op het toilet

a. Een Baraita: Rabbi Akiva vertelde: Ik ging eens achter Rabbi Jehosjoea het toilet in, en daar leerde ik drie dingen:

1. Dat men zich niet ontlast terwijl men oost-west gezeten is, maar alleen noord-zuid; [R. Jehosjoea woonde in Jehoeda waar dit de vereiste was.]

2. Dat men zich niet staande ontbloot voordat men zich ontlast, maar alleen zittend [om redenen van fatsoen, zie Sj.A. O.Ch. 3:2. En ook nadat men zich ontlast heeft, kleed men zich eerst weer aan voordat men opstaaat (M.B. 2)].

3. Dat men zich niet met zijn rechterhand maar alleen met zijn linkerhand schoonveegt.

b. Ben Azzai vroeg: was dat niet erg brutaal om uw leraar tot in het toilet te volgen?

R. Akiva antwoordde: Hoe kan ik weten hoe ik mij op het toilet moet gedragen als ik dat niet geleerd heb?

c. Ook Ben Azzai volgde zijn leraar, R. Akiva tot in het toilet en leerde daar hetzelfde. [Door het geleerde in praktijk zien brengen, onthoudt men het beter.]

d. Rav Kahana verschool zich eens onder het bed van Rav, om te zien hoe die de voorschriften voor de huwelijks­gemeenschap hield. Hij hoorde hoe Rav met zijn vrouw praatte en lachtte, voordat hij met haar gemeenschap had. Rav Kahana gaf zijn  commentaar van onder het bed: „Rav gedraagt zich lichthoofdig, alsof het voor hem de eerste keer is.”

Rav reageerde boos en joeg hem weg, want het was niet netjes van Rav Kahana om zich daar onder het bed te verstoppen, maar Rav Kahana antwoordde: „Ook dit is Tora en ik moet leren.”

e. De Gemara vraagt: Waarom mag men zich niet met zijn rechterhand schoonvegen?

1e antwoord (van Rava):  Omdat Tora gegeven is met G-ds rechterhand, zoals er geschreven staat [Dew. 33:2]: „Met Zijn rechterhand werd het vuur van de wet gegeven.”

2e antwoord (van Rabba bar bar Channa): Omdat men regelmatig met zijn rechterhand iets in zijn mond stopt.

3e antwoord (van Reisj Lakisj): Omdat men met zijn rechterhand de tefillien om zijn linker arm bindt.

4e antwoord (van Rav Nachman bar Jitschak): Omdat men met de rechter hand de zangtekens aanwijst bij het voorlezen uit een Tora-rol, of die met gebaren aangeeft voor de lezer.

5e antwoord (bij een soortgelijk dispuut tussen Tannaïem, van R. Jehosjoea): Omdat men met de rechterhand heilige dingen schrijft, zoals Tora-rollen, mezoezot en tefillien.

[Volgens antwoord 3 en 5 zou een linkshandige zich juist met zijn rechterhand moeten afvegen en zo beslist inderdaad de Misjna Beroera 3:17.]

f.   De Gemara vertelt vervolgens dat er demonen huizen in toiletruimtes en wat de diverse geleerden en hun familie daar­­tegen deden.

Hoever moet men zich verwijderen bij het ontlasten

a. Oela heeft gezegd: Wie zich ontlast achter een muur, hoeft geen afstand te bewaren, maar wie zich ontlast in een open ruimte, moet zoveel afstand bewaren dat men hem niet kan horen.

Isi bar Natan heeft gezegd: in het open veld moet men zich zover verwijderen, dat men hem niet meer kan zien.

b. Een Baraita zegt: Wanneer olijven die geperst worden, tahor moeten blijven, moet iemand ze bewaken, opdat niet een onreine am haärets ze tamee maakt. Wanneer de bewaker zich moet ontlasten, mag hij naar buiten gaan en dat achter de muur doen, en dan hoeft hij niet bang te zijn dat er intussen iemand binnenkomt en de olijven en olie ver­ontreinigt. Maar de bewaker moet wel dicht genoeg bij blijven, dat hij de ingang van het pershuis in de gate kan houden. Wanneer hij kan zien wie er naar binnen gaat, is hij zelf ook te zien en dat is in strijd met wat Isi gezegd heeft. De Gemara verklaart dat degenen die prijs stelden op tehara, soepeler waren voor wat dit fatsoens-probleem betreft.

Rav Asji geeft een andere verklaring: Isi bedoelde dat men zich zover moest verwijderen, dat men zijn naaktheid niet meer kan zien. Hij mag zelf wel gezien worden. [En zo is de halacha, Sj.A. 3:8.]

c. Iemand zei over een dode dat hij een fatsoenlijk mens was.

Rav Nachman protesteerde en vroeg of hij met de overledene samen in het toilet geweest was, dat hij dat kon zeggen, want men kan alleen van iemand zeggen dat hij fatsoenlijk is, als hij zich ook op het toilet, waar geen mens hem ziet, maar G-d wel, fatsoenlijk gedraagt. En het is verboden om over een dode dingen te zeggen, die in het geheel niet waar zijn. [Want als men iets negatiefs over hem zegt, wordt de overledene daar alsnog voor gestraft en als men ten onrechte iets positief over hem zegt, worden zijn daden nauwkeurig onderzocht.]

d. Een Baraita leert: Iemand is pas echt fatsoenlijk, als hij zich ’s nachts even ver verwijdert om zich te ontlasten als overdag.

De Gemara protesteert: het blijkt dat vele Amoraïem ’s nachts in hun onmiddellijke omgeving zich ontlastten.

De Gemara corrigeert daarom de Baraita: Men moet zich ’s nachts even fatsoenlijk gedragen bij het ontlasten als overdag.

Een Baraita bevestigt dit: Ben Azzai heeft gezegd: men moet ’s ochtends vroeg opstaan en uitgaan [om zich te ontlasten] en dat ook ’s avonds doen, zodat men zich niet ver hoeft te verwijderen.

Ben Azzai zei verder: Men moet zich betasten [zijn anus openen met een steentje in geval van obstipatie] voordat men gaat zitten en niet als men al zit. Wie dat toch doet als hij zit, brengt schade toe aan zichzelf. En wie het vergeten is te doen voordat hij ging  zitten, moet na afloop, als hij weer opstaat, bidden dat hij niet geschaad wordt.

 Berachot 62b

Advies van Geleerden

a. Ben Azzai heeft gezegd: Je kunt overal gaan liggen, behalve op de grond, want dan vat je kou. Je kunt overal gaan zitten, behalve op een hoge balk, want daar kan je van afvallen.

b. Sjmoeël heeft gezegd: Slaap in de vroege ochtend is gezond voor het lichaam als staal is voor ijzer.

c. Bar Kapara verkocht uitspraken voor geld [of hij vertelde ze alleen als zijn toehoorders ze waardeerde als geld]:

1. Eet als je honger hebt en drink als je dorst hebt [anders helpt het niet en is het niet gezond (Rambam)], en houdt je niet in, wanneer je je moet ontlasten. [Volgens Chidoesjei haGra: het betreft hier iemand die veel rijkdommen vergaard heeft en dat Bar Kapara adviseert om het overschot daarvan aan de armen te geven.]

2. Wanneer je een hoornsignaal hoort, probeer dan je vijgen te verkopen. [Volgens Chidoesjei haGra zijn vijgen een metafoor voor Tora en zegt Bar Kapara dat men anderen Tora moet leren als de tijd daar voor rijp is.]

3. Een zoon moet de dadels van zijn vader verkopen, als zijn vader absent is. [Men moet de Tora-kennis die hij van zijn vader geleerd heeft, met anderen delen.]

d. Abbajjé heeft gezegd: wanneer je de straat op gaat, kijk dan niet links en rechts naar de vrouwen.

e. Rav Safra zat op het toilet. R.Abba kwam, om naar het toilet te gaan en kuchte voor de deur om zijn aanwezigheid kenbaar te maken. Rav Safra riep terug: „Kom maar binnen.” Toen Rav Safra naar buiten kwam, verweet Rav Abba hem dat hij zich onfatsoenlijk gedragen had, door te spreken op het toilet, dat doet men niet. Hij had terug moeten kuchen en dan had Rav Abba ook geweten dat er iemand op het toilet was. [Rasji: men spreekt niet op het toilet.]

Een Misjna (in traktaat Tamied 26a) vertelt dat er een toilet was in een tunnel onder het Tempel-complex, met een deur. Als de deur gesloten was, was dat een teken dat het toilet bezet was, want anders stond de deur open. Zo hoefde men nooit te zeggen dat het toilet bezet was. Hieruit blijkt dat men niet hoort te praten op het toilet. Waarom praatte Rav Safra dan toch?

De Gemara antwoordt: Rav Safra dacht dat Rav Abba hoge nood had, en het is heel ongezond om zich dan in te houden.

f. R. Elazar ging naar het toilet. Een Romein duwde hem opzij en R. Elazar verliet het toilet. Een slang kwam en doodde de Romein. R. Elazar verklaarde: Dit is de betekenis van (Jesjajahoe  43:4): „Ik zal een adam [een ander mens] in jouw plaats zetten.” Lees niet ‘een adam’ maar een ‘Edom’, d.w.z. een Edomiet (een Romein). De profetie was dus vervuld.

Davids straf

a. Koning Sjaoel achtervolgde David om hem te doden. David had zich met zijn mannen in een grot verscholen. Sjaoel ging de grot binnen (zonder te weten dat David daar was) en deed er zijn behoefte. Davids mannen adviseerden hem Sjaoel, die nu weerloos was, te doden, maar David sneed alleen een deel van Sjaoels mantel af, als bewijs dat hij hem had kunnen doden. Toen Sjaoel naar buiten kwam, riep David hem van een afstand toe: „En hij zei u te doden maar het beschermde u.” (I Sjmoeël 24:11).

De Gemara vraagt: Waarom zei David: „Hij zei u te doden,” waarom zei hij niet: „Ik wilde u doden,” en waarom zei hij: „Het beschermde u” en waarom zei hij niet: „Ik beschermde u”?

De Gemara antwoordt: David zei eigenlijk: „G-d zei dat ik u moest doden, want volgens Tora-wet mag men iemand die jou achtervolgt om je te doden, eerst doden. Maar uw fatsoen heeft u beschermd.”

De Gemara vraagt: Wat was zijn fatsoen?

De Gemara antwoordt: Sjaoel ontlastte zich, zoals er geschreven staat (I Sjmoeël 24:4) in een grot binnen een andere grot, om er zeker van te zijn, dat niemand hem zou zien.

Er staat verder geschreven: „En Sjaoel kwam om zijn voeten te bedekken.” (Dit is de uitdrukking om te vertellen dat iemand zich moet ontlasten, want dan laat hij zijn broek zakken, die zijn voeten bedekt, maar de Gemara geeft er hier een andere betekenis aan:) Het betekent, dat ondanks dat Sjaoel dacht dat hij helemaal alleen was en niemand hem kon zien, hij zijn lichaam geheel bedekte, terwijl hij zich ontlastte.

b. Echter, David had de koning onteerd, door een stuk van zijn koningsmantel af te snijden en daarvoor werd hij gestraft. Er staat geschreven (I Koningen 1:1): „En Koning David was oud geworden en men bedekte hem met kleren, maar die verwarmden hem niet.”

c. Bij een andere gelegenheid (I Sjmoeël 26) pakte David Sjaoels speer en waterkruik af, toen hij en zijn mannen lagen te slapen. Van een veilige afstand riep David hem toe (I Sjmoeël 26:19): „Hasjem heeft mij tegen jou opgehitst.”

R. Elazar zei: Dat was een belediging van Hasjem en daarvoor werd David gestraft. Iedereen weet dat men geen volkstelling mag houden door de hoofden van de mensen te tellen, maar dat iedereen een halve sjekel moet geven en die worden geteld. Dat deed David toch en daarop brak er een plaag uit onder Israël. Toen de doodsengel Jeruzalem wilde vernietigen, hield Hasjem hem tegen en zei: neem voor Mij de rav onder hen, want die heeft voldoende verdienste voor de rest. Op dat moment stierf Avisjai de zoon van Tseroeja, die gelijkwaardig was aan de meerderheid (rav) van het Sanhedrin.

Ontzag voor Har Habajiet

a. Onze Misjna zegt: Men mag Har Habajiet niet binnengaan met een staf [en er geen kapandria maken].

b. De Gemara vraagt: Wat is een kapandria?

c. Rava antwoordt: De weg afsnijden. Men mag niet de Tempelberg gebruiken om de weg af te snijden.

d. Rav Nachman heeft gezegd: Men mag ook een synagoge niet binnengaan, alleen maar om de weg af te snijden.

e. Rav Chelbo: Als men een synagoge binnengaat om er te bidden, dan mag men hem gebruiken om de weg af te snijden. [D.w.z. men mag een synagoge binnengaan om te davvenen en door de tegenover gelegen deur er weer uitgaan.]

f. Het is verboden te spugen op Har Habajiet en ook in een synagoge. Volgens Rava mag het wel in een synagoge.