Daf Jomi Archief Traktaat Berachot

 

Aan de orde van de dag

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Berachot

Door Zwi Goldberg

Berachot 64a

Eigenschappen van en beloning voor Geleerden

a. Rabbi Avin de Leviet heeft gezegd: „Wie de tijd dwingt, wordt door de tijd gedwongen [dat is iemand die tracht rijkdom en eer te behalen voordat de tijd daartoe voor hem rijp is (Rasji)], maar wie wacht op zijn tijd, die zal door de tijd beloond worden [wie wacht tot de tijd ervoor rijp is, die zal een tijd kennen van succes (Rasji)]. Dit is bekend van een gebeurtenis met Rabba en Rav Josef. Rav Josef kende alle Misjnajot uit zijn hoofd in dezelfde volgorde als zij op Sinai gegeven waren. Daarom werd hij ook wel ‘Sinai’ genoemd. Daarentegen was Rabba buitengewoon scherp in analyse en werd daarop de ‘Verzetter van Bergen’ genoemd. Nadat Rav Jehoeda in Poembedita was overleden, was er een nieuw hoofd van de Jesjiva nodig. Rabba en Rav Josef waren de candidaten en men vroeg de Geleerden van Erets Jisraël wie de voorkeur genoot. Het antwoord was: „Sinai, want iedereen heeft tarwe nodig.” [Misjnajot zijn de bron van de halacha.]

Rav Josef weigerde, want astrologen hadden gezegd dat hij maar twee jaar Rosj Jesjiva zou zijn en daarna zou hij waarschijnlijk sterven. Hij realiseeerde zich dat de tijd voor hem nog niet rijp was.

Rabba werd in zijn plaats aangesteld en regeerde tweeëntwintig jaar. Na diens dood accepteerde Rav Josef de functie van Rosj Jesjiva en regeerde twee-en-een-half jaar. [Rav Josef verloor dus niets, door te wachten, maar leefde 22˝ jaar langer!]

b. Rabbi Avin de Leviet heeft verder gezegd: Er staat geschreven (Tehilliem 20:2):  „Moge Hasjem je antwoorden in tijden van ellende; moge de Naam van de G-d van Ja’akov je sterk maken.” Waarom de G-d van Ja’akov en niet de G-d van Avraham en Jitschak? Dat is om ons te leren dat als een aantal mensen een zware balk dragen, de eigenaar van de balk het zwaarste gedeelte moet tillen. [Ja’akov droeg de grootste last door de twaalf stammen groot te brengen. Daarom komt hij het meest in aanmerking om te bidden voor hun welzijn (Rasji).]

c. Rabbi Avin de Leviet heeft ook gezegd: Ieder die genoten heeft van een maaltijd, samen met een Talmied-Chacham, is als iemand die de uitstraling van de Sjechina heeft waargenomen [omdat er dan tijdens de maaltijd zeker woorden van Tora worden gesproken (Maharsja)], zoals er geschreven staat (Sjemot 18:12): „En Aharon en al de Oudsten van Israël kwamen brood eten met de schoonvader van Mosjé voor G-d.” Aten zij dan inderdaad samen met G-d? Zij aten samen met Mosjé. Dat leert ons dat als men samen met een Tora-geleerde eet, men geniet van de straling van de G-ddelijke aanwezigheid.

d. Een vierde lering van R. Avin de Leviet: Wie afscheid neemt van zijn vriend moet niet tegen hem zeggen: „Leech besjalom – Ga in vrede,” maar: „Leech lesjalom – ga naar vrede.” [Sjalom betekent niet alleen vrede, maar ook sjelemoet volledigheid, hetgeen betrekking heeft op een spirituele volledigheid. Wie dood is heeft geen geestelijk leven meer. Dus mens wenst iemand niet „Ga in vrede,” want dat heeft de cognitatie van: „Hij is in vrede heengegaan”  – hij is overleden. Een andere verklaring: Ga niet alleen op je reis begeleid door vrede, maar ga ook naar een plaats waar je vrede zult vinden.] Want toen Jitro tegen Mosjé zei: „Ga naar vrede,” had hij succes, maar toen Koning David tegen Absjalom zei: „Ga in vrede,” werd hij opgehangen (zie II Sjmoeël 15:9).

e. Een vijfde lering van R. Avin de Leviet: Wie afscheid neemt van een dode zegt niet: „Ga naar vrede” maar „Ga in vrede,” zoals er tegen Avraham gezegd werd (Bereisjiet 15:15): „Je zult in vrede bij je voorvaderen komen en op gezegende ouderdom worden begraven.”

f.  Een lering van Rabbi Levi bar Chia: Als iemand de synagoge verlaat en direct naar de studiehal gaat, om daar Tora te leren, die verdient het om de Sjechina te mogen begroeten, zoals er geschreven staat (Tehilliem 84:8): „Wie gaat van sterkte naar sterkte zal voor G-d verschijnen in Zion.” [Wie Tora blijft leren, zal een steeds hoger geestelijk niveau halen, totdat hij in de Komende Wereld voor Hasjem mag komen te staan. Want Tora-geleerden kunnen niet stoppen met het leren van Tora, noch in deze wereld, noch in de Komende Wereld (Ein Ja’akov).]

Het traktaat sluit af met beden om vrede

a. Rabbi Elazar heeft gezegd in naam van Rabbi Chanina: Tora-geleerden vergroten de vrede in de wereld [zij vergroten de vrede tussen G-d en Zijn volk Israël en daardoor bevorderen zij de vrede over heel de wereld], zoals er geschreven staat (Jesjajahoe 54:13): „Al je zonen [baneicha] zullen leerlingen van Hasjem zijn en de vrede van je zonen zal overvloedig zijn.” Lees niet baneicha – je zonen – maar boneicha – je bouwers [de bouwers van Tora-kennis. Door Tora te leren, bouwt men aan de geestelijke opbouw van de wereld.]

b. „Veel zal de vrede zijn voor wie Uw Tora liefheeft en er zullen geen hindernissen voor hen zijn” (Tehilliem119:165).

c. „Laat er vrede heersen binnen uw muren [Jeruzalem], serene rust binnen uw paleizen” (Teh. 122:7).

d. „Ter wille van mijn broeders en kameraden roep ik vrede uit over u [Jeroesjalajiem]” (ib. vs. 8).

e. „Ter wille van het Huis van Hasjem, onze G-d, vraag ik om het goede voor u [Jeroesjalajiem] (ib. vs.9).

f. „Hasjem zal macht geven aan Zijn volk; Hasjem zal Zijn volk vrede geven” (ib. 29:11).

EN HIERMEE IS TRAKTAAT BERACHOT GEËINDIGD