Archief Joma

Aanmelden

vrijdag 9 juni 2006

13 Siwan 5766

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Joma Daf 2

Door Zwi Goldberg

De voorbereiding van de Kohen Gadol voor Jom Kippoer

Misjna Zeven dagen voor Jom Kippoer zondert men de Kohen Gadol af van zijn huis in de Parhedrin-kamer [zie diagram inleiding, nr. 24. De reden voor deze afzondering en de naam van de kamer wordt in de Gemara verklaart. De afzondering is niet alleen van zijn huis maar ook van zijn vrouw]. En men bereidt een andere Kohen voor als zijn plaatsvervanger, voor het geval dat hij ongeschikt wordt [bijvoorbeeld door een toema[1]]. Rabbi Jehoeda zegt: „Men bereidt ook een andere vrouw voor hem, voor het geval zijn vrouw overlijdt, want er is gezegd [betreffende de Kohen Gadol op Jom Kippoer in Leviticus 16:6]: En hij zal verzoening doen voor zichzelf en voor zijn huisgezin. ‘Zijn huisgezin’ dat slaat op zijn vrouw.” [Dus de Kohen Gadol moet op Jom Kippoer getrouwd zijn.] [Maar de Geleerden] zeiden: als dat zo is, is er geen eind aan de zaak [misschien sterft zijn tweede vrouw ook. Daarom wordt geen andere vrouw voor hem gereed gehouden.]

De voorbereiding van de Kohen voor de Para Adoema

Gemara De Gemara noemt een soortgelijk geval: In Misjna Para 3:1 staat: Zeven dagen voordat de Para Adoema[2] verbrand wordt, zondert men de Kohen die het verbrandt, af van zijn huis. Hij wordt gebracht naar het Lisjkat Beit HaÈven [de Kamer van het Stenen huis, zie diagram van inleiding, nr. 22]. En waarom werd het zo genoemd? Omdat de voorbereidingen voor de Para Adoema die daar gedaan werden, gebeurden in stenen voorwerpen, die niet tamee kunnen worden, want een tevoel jom[3] mag de dienst van de Para Adoema verrichten.

Men maakte deze Kohen met opzet onrein, wegens een meningsverschil met de tsedokiem[4], die beweerden dat de dienst van de Para Adoema uitsluitend mocht gedaan worden door een Kohen die rein was en die, wanneer hij onrein was geworden en in het mikwa was geweest, moest wachten tot de avond gevallen is, voordat hij volledig rein is. Om de bewijzen dat de tsedokiem ongelijk hadden, maakte men de Kohen die de dienst van de Para Adoema moest doen, met opzet tamee, waarna hij in het mikwe ging en dan de dienst deed.

De Kamer van het Stenen Huis

De Misjna in traktaat Para zegt dat de Kohen in de Kamer van het Stenen Huis werd afgezonderd en dat die in het noordoosten van het Tempelcomplex gelegen was. De Geleerden hebben speciaal deze kamer aangewezen voor dit doel, om de dienstdoende Kohen eraan te herinneren dat het bloed van de Para Adoema gespat moet worden naar de voorkant (dat is de oostkant) van de Tent der Samenkomst, zoals in Numeri 19:4 staat voorgeschreven.

Een gezera sjawa

De Gemara vraagt hoe wij weten dat zowel de Kohen Gadol die de Jom Kippoer-dienst leidt als de Kohen die de dienst van de Para Adoema doet, afgezonderd moet worden.

Rav Manjoemi antwoordt in naam van R. Jochanan: dat leren wij van Leviticus 8:34: Evenals men op deze dag gedaan heeft, zo heeft Hasjem geboden om te doen, om te verzoenen voor jullie. Dit gaat over Aharon en zijn zonen die in hun priesterfuncties worden ingewijd. De woorden om te doen slaan op de Para Adoema en de woorden om te verzoenen slaan op de dienst van Jom Kippoer. Hier staat geschreven geboden om te doen en in Numeri 19:2 [e.v.], waar de dienst van de Para Adoema beschreven staat, staat ook Dit is de wet van Tora die Hasjem geboden heeft. Deze tweemaal dezelfde uitdrukking geboden – geboden is een gezera sjawa[5] [vergelijkbare uitdrukking]. Zoals daar bij de inwijding afzondering vereist werd, zo is ook afzondering vereist voor de Para Adoema en voor de Jom Kippoer-dienst.

Daf 2b

R. Jochanan verklaarde dat de woorden om te verzoenen betrekking hebben op Jom Kippoer. Maar ook de offers geven verzoening voor de zonden. Dus misschien heeft het daar betrekking op? [D.w.z. misschien moet de Kohen die de dagelijkse offers doet, afgezonderd worden].

Maar de Gemara werpt tegen dat de dienstdoende Kohaniem dagelijks werden aangewezen door loting, zoals verderop (22a) zal worden beschreven. Dus is het onmogelijk om die Kohaniem van te voren af te zonderen.

De Gemara stelt daarom voor dat het mogelijk moet zijn om de hele misjmèret beit av[6] af te zonderen. D.w.z. om een hele familiegroep een week voordat die dienst moet doen, af te zonderen.

Maar de Gemara werpt tegen dat het niet logisch is om een voorschrift voor een dienst die vele malen per jaar op wisselende tijden voorkomt, af te leiden van een voorval dat in Tora eenmaal per jaar [de inwijding van het Misjkan gebeurde slechts eenmaal] op één dag op een vastgestelde tijd gebeurde. Het kan alleen betrekking hebben op een feestdag die eenmaal per jaar voorkomt en dat is Jom Kippoer. En het kan ook niet Sjemini Atsèret zijn, want wanneer geen afzondering vereist wordt voor Soekot, kan het zeker niet vereist worden voor een feestdag van mindere betekenis als Sjemini Atsèret.


 

[1]. toema – onreinheid

[2]. para adoema – rode koe

[3]. tevoel jom – Iemand die deze dag in het mikwe is geweest omdat hij onrein was geworden, maar op wie nog een beetje toema rust totdat het nacht is. Hij maakt troema en kodasjiem onrein door aanraking.

[4]. tsedokiem – saduceeërs, nakomelingen van de Hoge Priester Tsadok, die de mondelinge leer van de Rabbijnen niet wilden erkennen, maar zich uitsluitend hielden aan de schriftelijke Tora.

[5]. gezera sjawa – één van de dertien exegetische verklaringen van de Bijbel. Wanneer eenzelfde woord of uitdrukking op verschillende plaatsen voorkomt in Tora, dan leert de mondelinge overlevering dat deze twee plaatsen met elkaar in verband staan en dat de wetten die gelden voor voor  het ene vers, ook gelden voor het andere vers.

[6]. misjmèret beit av – een beit av van een misjmar. Alle Kohaniem waren in 24 groepen verdeeld, misjmar – lett.: be­wa­kingsdienst – genoemd, die elk om de beurt een week dienst deden in de Tempel. Iedere misjmar was onder­ver­deeld in familiegroepen, beit av genoemd, lett. ‘vadershuis.’ Ieder beit av deed één dag van die week dienst.