Archief Joma

Aanmelden

zondag 11 juni 2006

15 Siwan 5766

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Joma 4

Door Zwi Goldberg

Rabbi Jochanan en Reisj Lakisj over de bron van de afzondering

Vraag Rabbi Jochanan: De Misjna in Para 3:11 vertelt dat iedere volgende Kohen Gadol een beetje van de as van iedere vroegere para adoema op zich gesprenkeld kreeg. Er werd namelijk van iedere para adoema wat bewaard voor latere generaties. Een Baraita vertelt dat zowel de Kohen Gadol bij de voorbereiding van zijn dienst op Jom Kippoer, als de Kohen die de rode koe gaat verbranden, met die as zeven dagen achtereen dagelijks besprenkeld werden tijdens hun afzondering. Dit komt overeen met de besprenkeling van Aharon tijdens de Inwijding. Maar als de bron van de afzondering Sinai is, volgens Reisj Lakisj [zoals Reisj Lakisj op de vorige daf beweerde], waar was dan daar de bespren­keling?

Wedervraag Reisj Lakisj: Ook als de bron de Inwijding is, dan ook is er geen verband, want daar werd gesprenkeld met bloed en de Kohen Gadol wordt voor Jom Kippoer besprenkeld met water en as van de rode koe en zo ook de Kohen die de rode koe verbrandt?

Antwoord R. Jochanan: Na de Inwijding werd het bloed vervangen door water. Maar Op Sinai was in ’t geheel geen sprenkeling!

Een Baraita vertelt inderdaad, dat zoals Aharon bij de Inwijding zeven dagen werd afgezonderd en dagelijks be­spren­keld werd met bloed, zo wordt de Kohen Gadol in de toekomst voor de Jom Kippoerdienst zeven dagen afgezonderd en besprenkeld met water met de as van de rode koe en hetzelfde gebeurt met de Kohen die de rode koe moet verbranden en het water heeft het bloed vervangen. Dus die Baraita steunt R. Jochanan.

Het meningsverschil tussen Rabbi Jossi Haglili en Rabbi Akiwa

Een andere Baraita steunt Reisj Lakisj: Die Baraita vermeldt een meningsverschil tussen Rabbi Akiwa en Rabbi Jossi Haglili over de betekenis van het Tora-vers (Sjemot 24:16: „En de heerlijkheid van Hasjem rustte op de berg Sinai, en de wolk bedekte hem (of het ) gedurende zes dagen; en Hij riep Mosjé op de zevende dag vanuit de wolk.” Rabbi Jossi Haglili meent dat de wolk hem – Mosjé – bedekte gedurende zes dagen, waarna Hasjem Mosjé riep, en dat gebeurde na Matan Tora, en Mosjé werd dus zes dagen afgezonderd; Rabbi Akiwa meent dat de wolk het – de berg – bedekte gedurende de zes dagen tussen Rosj Chodesj Siwan en Matan Tora op de 6e Siwan, zodat de Tien Geboden werden gegeven na die zes dagen en daarna werd Mosjé naar boven geroepen, zonder afzondering van te voren. En gedurende de zes dagen voor Matan Tora was Mosjé zeker niet afgezonderd, want gedurende die dagen ging hij regelmatig naar beneden naar het volk om te vertellen wat G-d hem gezegd had en weer terug naar boven, om ter horen wat G-d hem nog meer te vertellen had.

Dus de interpretatie van Rabbi Jossi Haglili steunt Reisj Lakisj.

Daf 4b

Op vier punten verschillen Rabbi Akiwa en Rabbi Jossi Haglili van mening over het vers van Sjemot 24:16:

a. R. Jossi Haglili: De heerlijkheid van Hasjem rustte op de berg Sinai op de 7e Siwan; volgens R. Akiwa op Rosj Chodesj Siwan.

b. Volgens R. Jossi Haglili rustte de wolk zes dagen op Mosjé; volgens R. Akiwa rustte de wolk op de berg Sinai.

c. Volgens R. Jossi Haglili werd Mosjé na zes dagen door Hasjem uit zijn afzondering geroepen; volgens R. Akiwa sprak G-d tegen het hele volk en wordt alleen Mosjé genoemd om hem eer te bewijzen.

d. Volgens R. Jossi Haglili werd Mosjé op de zevende dag na Matan Tora geroepen, op de 13e Siwan; volgens R. Akiwa’s interpretatie van het vers werd Mosjé op de 7e dag van de maand Siwan geroepen.

De basis voor het meningsverschil tussen Rabbi Jossi Haglili en Rabbi Akiwa

Een Baraita vermeldt: Op de zesde Siwan werd de Tora aan Israel gegeven; Rabbi Jossi [een andere Rabbi Jossi] zegt op de zevende Siwan. De Gemara verklaart: Beide Tannaïem zeggen dat op de zevende Siwan Mosjé naar boven ging, maar volgens de Tanna Kamma gebeurde dat na Matan Tora en volgens Rabbi Jossi ter gelegenheid van Matan Tora.

Rabbi Jossi Haglili meent net als de Tanna Kamma dat Tora op de zesde Siwan gegeven werd en de heerlijkheid van Hasjem rustte op de berg Sinai op de zevende dag, de dag na Matan Tora en de wolk rustte zes dagen op Mosjé, dus van de 7e tot de 12e Siwan, gedurende welke tijd Mosjé was afgerzonderd,  en op de 13e Siwan riep Hasjem Mosjé om hem de rest van Tora te geven.

Rabbi Akiwa echter gaat volgens Rabbi Jossi en meent dat Matan Tora op de 7e Siwan plaatsvond en Mosjé werd op die 7e Siwan door Hasjem geroepen (zonder afzondering van te voren) om de Tien Geboden in ontvangst te nemen.

Het breken van de Stenen Tafels

Vraag: De Misjna in Ta’aniet 4:6 vermeldt dat op de 17e Tamoez de eerste Stenen Tafels verbrijzeld werden. Daar wordt geen meningsverschil over vermeld. Dat klopt met de mening van R. Akiwa, dat Matan Tora op de 7 Siwan plaatsvond. Van 7 tot 30 Siwan = 24 dagen en tot 16 Tamoez is 40 dagen. Mosjé kwam niet op de 16e terug, want hij was niet ’s ochtends vroeg op de 7e Siwan omhoog gegaan en hij vulde de ontbrekende uren aan op de 17e Tammoez [dat was de oorzaak van de ongerustheid van het volk], om dan naar beneden te komen en de Tabletten te breken.  Wanneer, zoals R. Jossi Haglili zegt, Matan Tora plaatsvond op de 6e Siwan en Mosjé werd pas op de 13e Siwan geroepen, en verbleef daarna nog 40 dagen boven, dan werden de Tabletten pas op de 23e Siwan gebroken!?

Antwoord: Rabbi Jossi verklaart dat de zes dagen van afzondering zijn inbegrepen in de veertig dagen op de berg.

De stem van Hasjem

We hebben hierboven gezien dat R. Akiwa meent dat Hasjem tegen heel Israël sprak en dat alleen Mosjé geroepen werd om hem eer te bewijzen. De Gemara vermeldt nu dat dit ook de mening is van Rabbi Elazar. De Gemara maakt hiertegen echter bezwaar, want in Bamidbar 7:89 staat nadrukkelijk dat Hasjem tegen hem – Mosjé – sprak en niet tegen heel het volk. 

Maar de Gemara verklaart: in Sjemot sprak Hasjem op Sinai tegen het hele volk, daar in Bamidbar sprak Hasjem in de Tent der Samenkomst alleen tegen Mosjé.

De ondoordringbare wolk

Vraag: In de ene pasoek (Sjemot 40:35) staat dat Mosjé niet tot in de wolk kon binnendringen, terwijl in de andere pasoek (Sjemot 24:18) staat dat Mosjé in het midden van de wolk kwam. Dat spreekt elkaar tegen!?

1e Antwoord: Hasjem pakte Mosjé op en zette hem in de wolk.

2e Antwoord: De wolk splitse zich, net als de zee.

Een les in derech erets

Vraag: Er staat geschreven (Wajjikra 1:1) „En Hij riep Mosjé en Hij sprak…” Waarom staat er eerst dat G-d Mosjé riep, voordat hij tegen hem sprak?

Antwoord:  Om de dèrech èrets [beleefdheid] te leren dat men iemand eerst moet roepen voordat men hem aanspreekt. Men moet dus niet zomaar tegen iemand beginnen te spreken, maar eerst aankondigen dat men hem wil spreken.

En waarom staat er geschreven: „En Hasjem sprak tot hem vanuit de Tent der Samenkomst, lemor [lett.: om te zeggen]”? Om te leren dat men iets dat men van een ander gehoord heeft, niet verder mag vertellen, tenzij die ander erbij gezegd heeft dat hij het verteld heeft „om het verder te zeggen,” dat wil zeggen tenzij de verteller expliciet toestemming of opdracht heeft gegeven om het verder te vertellen. Anders pleegt men lasjon hara – kwaadsprekerij.