Archief Joma

Aanmelden

zaterdag 17 juni 2006

21 Siwan 5766

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Joma 10

Door Zwi Goldberg

De Sjechina en de Tweede Tempel

Reisj Lakisj meent dat de Sjechina niet op de Tweede Tempel rustte, omdat niet alle Joden uit de Babylonische Ballingschap terugkeerden, maar slechts een klein gedeelte.

Rabbi Jochanan weerlegt dat met het volgende vers (Genesis 9:27): „G-d zal schoonheid geven aan Jafet maar Hij zal wonen in de tenten van Sjem.” De Perzen waren de nakomeliongen van Jafet [één van de zonen van Noach]. En het was de Perzische Koning Cyrus die de Joden toestemming gaf om de Tempel de herbouwen en deze Tweede Tempel was mooier dan de Eerste Tempel. Rabbi Jochanan legt verband tussen de naam Jafet en het Hebreeuwse woord voor ‘mooi’ – jafee.  De „tenten van Sjem” dat is de Tempel van Salomo, de nakomeling van Sjem. Dus het vers zegt dat de Tweede Tempel, gebouwd door de nakomeling van Jafet weliswaar mooier is, maar dat de Sjechina alleen rustte op de tent = Tempel van Salomo, de nakomeling van Sjem.

Wie zijn de volken van Tora?

De Gemara vraagt: Hoe weten wij dat de Perzen nakomelingen van Jafet zijn?

De Gemara antwoordt: Er staat geschreven (Genesis 10:2): „De zonen van Jafet: Gomer en Magog en Madai en Jawan en Tubal en Mésjeg en Tiras.” Gomer is Germania [Duitsland]; Magog is Candia [Kreta]; Madai is Media [Perzië]; Jawan is Macedonië [Griekenland]. Een Baraita zegt dat Tiras Perzië is.

Vers 7 zegt: „De zonen van Koesj [één van de zonen van Cham] waren Seba, Chawila, Savta, Rama en Savtecha.” Rav Joseef zegt dat Savta en Savtecha binnen en buiten Sakistan zijn [dit is geen tikfout]. Volgens de Gra is dat een gebied in zuid-oost Algerije, Nigeria en Noord-West Tsjaad.

Vers 10: „In het begin van zijn heerschappij [van Nimrod] was hij Babel, Erech, Akkad, etc.” Babel is Babylonië, Erech was Oeroek, een stad aan de beneden Eufraat in zuid Babylonië, niet ver van Oer, de geboorteplaats van Awraham. Akkad is vermoedelijk Akkadië, in zuidelijk Mesopotamië.

Vers 11: „Uit dit land trok hij [Nimrod] naar Assoer en bouwde Ninivé en Rechovot.” Rav Joseef zegt dat Assoer is Silak. Assoer is Hebreeuws voor Assyrië, een land ten westen van de rivier de Tigris en Silak was waarschijnlijk Seleucië, een stad ± 30 km ten zuid-oosten van Bagdad. Ninivé is de grote stad Ninivé genoemd in het boek Jona, en het kostte drie dagen om daar doorheen te komen van de ene kant naar de andere.

R. Jehosjoea ben Levi verklaart Jeremiahoe 49:20 in naam van Rebbi: „Daarom, luister naar de raad van Hasjem welke Hij heeft geadviseerd tegen Edom… de jongste van de kudde …zal hun woningen vernielen.” Dat betekent dat Rome in handen zal vallen van de Perzen. [Edom is een andere naam voor Esav en Rome en het Romeinse Rijk worden verondersteld de afstammelingen van Esav/Edom te zijn. En Rebbi identificeert de „jongste van de kudde” met Perzië. Mogelijk wordt met „kudde” de ram bedoeld die Daniël zag in zijn visioen (8:20), waar tevens verklaard wordt dat die ram Perzië is. En een andere verklaring is dat daarmee de jongste van de zonen van Jafet bedoeld wordt, dat is Tiras, die we hierboven al geïdentificeerd hebben met Perzië.

Rav geeft een tegenovergestelde mening: Pezië zal worden veroverd door Rome.

De Gemara werpt tegen: Dat is niet logisch: de Perzen zijn de bouwers [van de Tweede Tempel] en de Romeinen zijn verwoesters [van de Tweede Tempel]. Worden de bouwers onderworpen door de verwoesters?

De Gemara antwoordt: Ja! Zo beslist de Koning [Wiens logica niet dezelfde is als die van de mens].

Rav Jehoeda heeft gezegd: De Masjiach zal niet eerder komen dan dat Rome gedurende negen maanden over de hele wereld heeft geregeerd. [Een Midrasj vertelt dat toen Esav en Ja’akov nog in de buik van hun moeder Rivka zaten, Ja’akov zijn broer voor de keuze stelde om deze wereld of de volgende te krijgen. In deze wereld is voedsel, drinken, huwelijk en geneugten en dat is er allemaal niet in de Komende Wereld, daar is Tora-leren. Esav koos voor deze wereld. Maar wegens zijn slechtheid heeft hij nooit deze wereld in zijn geheel gekregen. Dus voordat de Masjiach komt, moet hij de negen maanden die hij in de buik van zijn moeder doorbracht, inhalen en regeren over heel de wereld.]

Een mezoeza in het Beit HaMikdasj

Een Baraita: Geen van de vertrekken in het Beit HaMikdasj had een Mezoeza, behalve de Parhedrin-kamer, omdat de Kohen Gadol daar de week voor Jom Kippoer woonde [en de woning van een Jood moet een mezoeza hebben]. Maar er waren ook andere vertrekken waarin gewoond werd en die hadden geen mezoeza? Echter, de Rabbijnen hadden bevolen dat de Parhedrin-kamer wel een mezoeza moest hebben. Een woning hoeft namelijk alleen een mezoeza te hebben wanneer die bestemd is voor permanente bewoning. En de Parhedrin-kamer werd maar een week per jaar bewoond, dus van Tora hoeft het niet, maar wel van de Rabbijnen.

Een Baraita spreekt dit tegen: Producten die in de Soekot-week naar de soeka gebracht worden, moeten volgens Rabbi Jehoeda vertiend worden, maar volgens de Geleerden zijn ze vrijgesteld [want producten hoeven pas vertiend te worden, wanneer zij in een huis gebracht worden en de Geleerden beschouwen iets pas als een huis, wanneer het bestemd is voor permanente bewoning. En Rabbi Jehoeda beschouwt de Soeka als een permanente woning en volgens hem moet men er daarom [van Tora] vertienden en moet de Soeka een mezoeza hebben. Dus is het volgens Rabbi Jehoeda een verplichting van Tora en niet van de Rabbijnen?

Daf 10b

En het kan niet zijn dat Rabbi Jehoeda een soeka alleen van uit Rabbijns standpunt een permanente woning noemt, want dan zouden de Geleerden daar niet vertienden verplicht stellen (en volgens R. Jehoeda hebben de Geleerden dat verplicht gesteld in een Soeka).

Dus er zit een tegenstelling tussen beide uitspraken van R. Jehoeda.

Abbajjé geeft een verklaring: De Rabbijnen eisten dat het hele jaar er een mezoeza zou zijn aan de deurpost van de Parhedrin-kamer, opdat het zeker zou zijn dat er ook een zou zijn als de Kohen Gadol daar een week zou verblijven. R. Jehoeda meent dat er alleen maar een mezoeza het hele jaar moet zijn om te voorkomen dat de mensen zullen zeggen dat de Kohen Gadol in de Parhedrin-kamer zit opgesloten als in een gevangenis.

Rabba verklaart dat er een verschil in uitgangspunt is tussen de soeka en de Parhedrin-kamer: De Misjna in Traktaat Soeka 1:1 zegt dat een soeka niet hoger mag zijn dan 20 amma omdat, wanneer hij wel zo hoog is, stevige muren moet hebben die de soeka een permanent karakter geven terwijl het volgens Tora een tijdelijke structuur moet hebben. Rabbi Jehoeda echter meent dat een soeka wel hoger mag zijn en een permanent karakter mag hebben (ten slotte, als de soeka lager is dan 20 amma mag men hem net zo stevig en permanent maken als men wil). Daarom zegt R. Jehoeda dat de Geleerden wel een mezoeza eisen voor een soeka, omdat het een pemanente woning is [ook al wordt hij maar eenmaal per jaar gebruikt, maar ook een gewone woning die maar eenmaal per jaar bewoond wordt, bijvoorbeeld een vacantie­huis, moet een mezoeza hebben]. Maar de andere Rabbijnen zeggen dat we eisen dat de soeka een tijdelijk bouwsel is en dus heeft het geen mezoeza nodig.

Voor de Parhedrin-kamer geldt een andere redenering: De Rabbijnen menen dat Tora voor het gedwongen verblijf van de Kohen Gadol daarin gedurende de zeven dagen voor Jom Kippoer een mezoeza eist, terwijl R. Jehoeda meent dat dit niet vereist is, maar alleen een voorschrift is van de Geleerden, opdat de mensen niet zullen denken dat de Kohen Gadol daar gevangen zit.