Archief Joma

Aanmelden

dinsdag 20 juni 2006

24 Siwan 5766

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Joma 13

Door Zwi Goldberg

Als de ongeschikte Kohen Gadol weer geschikt wordt (vervolg)

Rabbi Jochanan heeft gezegd: De halacha is volgens Rabbi Jochanan, dat als de eerste Kohen Gadol terugkeert in zijn functie, de plaatsvervanger niet meer dienst mag doen, noch als Kohen Gadol, noch als een gewone Kohen. Maar als hij overtreedt en toch dienst doet, is zijn dienst geldig. [Maar alleen als hij dienst doet in zijn acht kleren, maar als hij dienst doet in de vier kleren van een gewone Kohen, dan is zijn dienst ongeldig (Rasji)]. En als de Kohen Gadol sterft, neemt de plaatsvervanger zijn plaats in.

Vervanging van de vrouw

Onze Misja zegt: Rabbi Jehoeda zegt: „Men bereidt ook een andere vrouw voor hem, voor het geval zijn vrouw overlijdt, want er is gezegd [betreffende de Kohen Gadol op Jom Kippoer in Leviticus 16:6]: En hij zal verzoening doen voor zichzelf en voor zijn huisgezin. ‘Zijn huisgezin’ dat slaat op zijn vrouw.” Maar de Rabbijnen vonden dat niet nodig, want dat risico leek hen niet zo groot.

De Gemara vraagt: Maar waarom bereiden zij dan wel een reserve Kohen Gadol voor, voor het geval dat de Kohen Gadol onrein wordt?

De Gemara antwoordt: Onreinheid komt regelmatig voor, maar sterfte komt minder vaak voor. En wanneer zij een andere vrouw voor de Kohen Gadol moesten voorbereiden, wat zou men dan moeten doen als die ook sterft? Moet er nog een derde vrouw voorbereid worden? Als dat zo is, is er geen eind aan de zaak!

Rabbi Jehoeda vindt dat maar vergezocht. Dat twee vrouwen achter elkaar sterven komt zelden voor, daar hoeven we geen rekening mee te houden, maar één vrouw kan sterven.

Maar de Rabbijnen zijn het niet met hem eens en zeggen dat als we al met een onwaarschijnlijkheid rekening moeten houden, dan is er geen eind aan de zaak.

De Gemara vraagt: Maar als we voor een plaatsvervangend Kohen Gadol moeten zorgen, omdat hij misschien tamee wordt, dan moeten wij misschien ook een plaatsvervanger voor de plaatsvervanger zorgen, voor het geval dat de eerste plaatsvervanger ook tamee wordt en dan is er ook geen eind aan de zaak?

De Gemara antwoordt: De kans dat de Kohen Gadol onrein wordt is zeer klein en wanneer hij ziet dat wij een plaatsvervanger voor hem hebben, zal hij extra goed oppassen dat hij niet tamee wordt [om te voorkomen dat iemand anders zijn plaats inneemt. Dus de kans dat twee Hoge Priesters tamee worden is te verwaarlozen klein.]

De voorwaardelijke echtscheiding van de Kohen Gadol

De Gemara vraagt: Maar hoe kan R. Jehoeda zeggen dat we een tweede vrouw voor hem reserveren? Als zijn eerste vrouw trouwt is hij nog niet met die tweede vrouw getrouwd? Dus zij behoort niet tot zijn huisgezin? En hij kan ook niet vóór Jom Kippoer met haar trouwen, want dan heeft hij twee vrouwen en het vers [in Leviticus 16:6] heeft het over „zijn huisgezin”, niet zijn „gezinnen” dus de Kohen Gadol die op Jom Kippoer dienst doet, heeft maar één vrouw!

De Gemara antwoordt: Hij trouwt vóór Jom Kippoer met een tweede vrouw en scheidt onmiddellijk van haar op voorwaarden.

Hij scheidt van haar op voorwaarde, dat als zij sterft, zij met terugwerkende kracht gescheiden is.

De Gemara werpt tegen: Als geen van beide vrouwen sterft, blijft hij zitten met twee vrouwen en kan hij geen dienst doen. [Dus hoe kan R. Jehoeda zeggen dat we een tweede vrouw voor hem reserveren?]

De Gemara stelt voor: Hij geeft de tweede vrouw een get [echtscheidingsbrief] op voorwaarde dat zij niet sterft [en of zij nu sterft of in leven blijft, dan heeft hij nog steeds alleen zijn eerste vrouw]

De Gemara antwoordt: En als die eerste vrouw sterft, houdt hij niets over want hij is van de tweede gescheiden, dus wat schiet hij hiermee op?

Daf 13b

Een nieuw voorstel: Hij geeft beide vrouwen [stel Sara en Rachel] een get. De get voor Rachel is geldig op voorwaarde dat Sara niet sterft [dus zolang Sara leeft is hij alleen met haar getrouwd, want dan is hij van Rachel gescheiden en als Sara overlijdt is de get van Rachel ongeldig en blijkt hij dus met Rachel te zijn getrouwd.] Aan Sara geeft hij een get die [retroactief vanaf het begin van Jom Kippoer] geldig is op voorwaarde dat hij op Jom Kippoer naar de synagoge gaat [of een andere handeling verricht, die hij zelf onder controle heeft]. De Kohen Gadol doet de hele Jom Kippoer dienst in de Tempel en gaat dus normaliter niet naar een synagoge op Jom Kippoer dus hij is met Sara getrouwd.

De Gemara vraagt: Wanneer Sara in het midden van een dienst sterft, dan is de get van Rachel ongeldig en dan blijkt de Kohen Gadol vóór het sterven van Sara met twee vrouwen getrouwd te zijn en heeft hij dus een deel van de Jom Kippoer-dienst gedaan terwijl hij met twee vrouwen getrouwd was?

De Gemara antwoordt: Als de Kohen Gadol ziet dat Sara op sterven ligt, gaat hij snel een synagoge binnen en dan is zij gescheiden vanaf het begin van Jom Kippoer. Als Sara dan sterft, is de get van Rachel ongeldig [maar als ze niet sterft voor het einde van Jom Kippoer, dan is de get van Rachel geldig, en is hij niet met Rachel, noch met Sara getrouwd, en blijft de Kohen Gadol ongehuwd achter? (Zwi)].

Twee jewamot

In Deuteronomium 25:5 e.v. staat beschreven dat als een getrouwde man sterft zonder kinderen na te laten, dat dan zijn broer met de weduwe moet trouwen. Deze procedure heet jiboem  – zwagerhuwelijk – en de weduwe heet een jewama [mv. jewamot]. Wanneer de broer niet met zijn jewama wil trouwen, moet hij haar scheiden, in een procedure die chalitsa heet. Over deze chalitsa staat geschreven [ibid. 25:9] „…dat hij [de overlevende broer] het huis van zijn broer niet wil opbouwen.” De Gemara maakt nu de volgende gevolgtrekking: als het vers [in Leviticus 16:6]: „En hij zal verzoening doen voor zichzelf en voor zijn huisgezin” betekent dat de Kohen Gadol maar één vrouw mag hebben tijdens de Jom Kippoer-dienst, dan geldt de wet voor jiboem ook alleen maar voor één jewama, d.w.z. dat als de overleden broer twee vrouwen had, zij niet allebei jewama worden, want er is  in vers 25:9 sprake van „het huis van zijn broer,” dat is zijn vrouw, niet twee vrouwen. Maar dat is niet waar, de wet geldt voor beide jewamot. Dus misschien betekent „zijn huisgezin” ook wel dat de Kohen Gadol wel twee vrouwen mag hebben?

De Gemara antwoordt: Er is een verschil tussen beide gevallen. In vers 16:7 wordt het woord jewimto [zijn schoonzuster] tweemaal herhaald, hetgeen erop wijst dat de wet van jiboem ook voor meer jewamot geldt.

Als de Kohen Gadol oneen is

Een Baraita: De Kohen Gadol offert ook als hij oneen[1] is, maar hij eet niet van het offervlees. Rabbi Jehoeda zegt: de hele dag.

Rawa verklaart: Volgens R. Jehoeda halen we de Kohen Gadol-oneen van huis en zorgen dat hij de hele dag dienst doet, want dat is een mitswa.

Abbajjé vertelt een Baraita die strijdig is met Rawa’s verklaring: Wanneer hij [de Kohen Gadol] staat te offeren op het altaar en hij hoort dat een naast familielid is overleden, dan laat hij onmiddellijk de dienst schieten en verlaat de Tempel, aldus Rabbi Jehoeda. Rabbi Jossi zegt: hij maakt eerst zijn dienst [af en verlaat pas daarna de Tempel]. Dus deze Baraita is strijdig met de verklaring van Rawa.


 

[1] Oneen – Iemand wiens naaste familielid is overleden, verkeert in een staat van aninoet totdat de overledene is be­graven. Voor hem gelden speciale voorschriften. Hij mag geen kedosjiem eten en een gewone Kohen die oneen is, mag geen dienst doent en als hij dat wel doet, is zijn dienst ongeldig.