Archief Joma

Aanmelden

zaterdag 24 juni 2006

28 Siwan 5766

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Joma 17

Door Zwi Goldberg

De tegenstrijdigheid in de plaats van het Lisjkat hatelaïem

We hebben op de vorige daf gezien dat er een tegenstijdigheid zit in de Misjna in Tamied, die zegt dat het Lisjkat hatelaïem [de kamer van de lammeren] in de noord-westelijke hoek van het vuurhuis was, terwijl de Misjna in Middot zegt dat die in de zuid-westelijke kamer was. Daar werd verondersteld dat beide misjnajot twee verschillende meningen weergaven. De Gemara probeert nu beide misjnajot met elkaar in overeenstemming te brengen:

R. Ada ben R. Jitschak verklaart dat de liska erg lang was en zich uitstrekte naar beide hoeken aan de westzijde van het vuurhuis. Voor wie het vuurhuis vanuit het noorden betrad, leek het lisjkat in het zuiden te liggen, terwijl voor wie het vuurhuis vanuit het zuiden betrad, de lisjkat in het noordelijke deel leek te liggen.

Verder zei hij dat het waarschijnlijk was dat het lisjka voornamelijk in het zuidelijke gedeelte lag.

De Gemara vraagt: Hoe weten wij dat het lisjka voornamelijk in het zuidelijke gedeelte lag?

De Gemara antwoordt: De Misjna in Middot 1:6 (aangehaald onderaan daf 15b en bovenaan 16a van ons traktaat) zegt dat de kamer waar de broden gemaakt werden, in de zuid-oosthoek van het vuurhuis gelegen was, maar de Misjna in Tamied 30a (aangehaald op daf 15b van ons traktaat) zegt niet duidelijk waar die kamer was. Het noemt de kamers echter op in een volgorde die een Kohen zou tegenkomen wanneer hij, te beginnen bij kamer van de lammeren in het noord-westen, rechtsom rondom het vuurhuis zou lopen [Kohaniem lopen altijd rechtsom] en daar de Misjna in Tamied 30a de kamer van de toonbroden als laatste noemt, was het dus waarschijnlijk in het noord-oosten gelegen. (zie fig. 2)

Rav Hoena de zoon van Rav Jehosjoea heeft gezegd dat de Misjna in Trak­taat Tamied mogelijk de kamers opnoemt tegen de klok in (zie fig. 2) en dat kan bewijzen dat de kamer van de lammeren meer in het zuiden dan in het noorden gelegen was.

Daf 17b

Maar wanneer we veronderstellen dat de Misjna in Tamied met de klok mee gaat (zie fig. 3), dan komt de kamer van de toonbroden ook in het zuid-oosten te liggen, net als in Middot. En wanneer daar gezegd wordt dat de kamer van de lammeren in het noord-west lag, wordt bedoeld: de kamer van de lammeren begon niet helemaal links onder in de zuid-westelijke hoek, en gezien vanuit de zuidelijke ingang van het vuurhuis, strekte de kamer zich tot de noordelijke helft uit (zie fig. 3). En zo is ook de tegenstelling in de ligging van het lisjkat hatelaiem opgelost.

De Gemara vraagt: Maar hoe kan de Misjna de kamers van rechts naar links [met de klok mee] opnoemen, als de Baraita leert dat een Kohen altijd rechtsom [tegen de klok in] moet gaan?

De Gemara antwoordt: Dat geldt alleen voor de Tempeldienst. Hier is geen sprake van Tempeldienst.

De Kohen Gadol krijgt de eerste portie

Onze Misjna leert: De Kohen Gadol heeft het eerste recht om de offers te brengen die hij wil en hij heeft het eerste recht om van het offer­vlees te eten.

Een Baraita leert: Hij is de eerste die mag zeggen welke offers hij wil brengen, door bijvoorbeeld te zeggen: „Ik wil dit ola,” enz. en hij kan zijn eigen portie uitkiezen door te zeggen: „Ik wil dit chataat,” enz. „en hij neemt één van de twee broden van Sjawoe’ot en vier of vijf van de Toonbroden. Maar Rebbi zegt: hij neemt er vijf, want er staat in Leviticus 24:9: „En het [de Toonbroden] zal zijn voor Aharon en zijn zonen.” Dus de helft voor Aharon en de andere helft voor de overige Kohaniem. [Er waren echter 12 Toonbroden, dus waar­om kreeg Aharon er maar vijf en niet zes? Op de volgende daf wordt verklaard dat slechts 10 broden verdeeld werden.]

De Gemara vraagt: Rebbi zegt dat de Kohen Gadol de helft van alles krijgt, dus vijf van de tien Toonbroden en één van de twee broden van Sjawoe’ot. De andere Geleerden zijn daar kennelijk niet mee eens en zeggen vier of vijf toon­broden. Dus het eerste deel van de Baraita is volgens Rebbi, het tweede volgens de Rabbijnen en het derde weer  volgens Rebbi? Dat lijkt onlogisch?

De Gemara antwoordt: Ook het eerste deel is volgens de Rabbijnen, maar zij vinden dat een half brood geen eer is voor de Kohen Gadol en dus stemmen zij ermee in dat hij één brood krijgt, de helft.