Archief Joma

Aanmelden

donderdag 6 juli 2006

10 Tamoez 5766

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Joma 29

Door Zwi Goldberg

Enkele verrassende vergelijkingen

Nadat op de vorige daf de kracht van de zon op een bewolkte dag vergeleken werd met die op een heldere dag, volgen nog enkele vergelijkingen met onverwachte uitslagen:

a. De gedachte aan een zonde is erger dan de zonde zelf, zoals de geur van geroosterd vlees uitermate storend is voor iemand die het niet kan eten.

b. Het eind van de zomer is erger dan het begin van de zomer [want in de maand Eloel [augustus/september] is het warmer dan aan het begin van de zomer [juni], doordat de aarde aan het eind van de zomer al drie maanden verwarmd is.

c. Een winter-koorts is erger dan een zomer-koorts [want ’s winters is men vatbaarder voor ziekten door de kou (Rasji)].

d. Het opnieuw leren van wat vergeten is, is moeilijker dan iets nieuws leren.

De stralen van de zon

De Gemara vraagt: Wat is de bron van Rebbi’s opmerking over het verschil tussen maan- en zonlicht op de vorige daf?

De Gemara antwoordt: Ajèlet hasjachar [lett. een ochtend hinde. Zie Psalmen 22, waar Rasji zegt dat het een muziek­instrument is, volgens de Radak is het de morgenster (Venus)]: zoals haar horens zich vertakken, zo verspreidt zich het ochtendlicht [dit is vreemd want een hinde heeft geen gewei], alleen de ram heeft dat (Rasji)].

[De planeet Venus wordt ook wel ochtend- of avondster genoemd omdat hij alleen ’s ochtends vroeg of vroeg in de avond zichtbaar is, omdat hij dicht bij de zon staat en dus altijd alleen dicht bij de zon zichtbaar is. In Perzië heette hij Istar, waarvan de naam Ester is afgeleid. Traktaat Megilla (15b) vertelt dat toen Ester op weg was naar Koning Achasjveros om hem te smeken het decreet tegen de Joden te herroepen, zij door een kamer vol afgodsbeelden liep, en dat toen de Sjechina haar verliet. Zij riep toen vertwijfeld uit: „Mijn G-d, mijn G-d, waarom heeft u mij in de steek gelaten” (Psalm 22:2). Deze Psalm staat vol met zinspelingen op Ester en daar gaat de Gemara nu verder op in.]

De Gemara vraagt: Waarom wordt Ester vergeleken met een hinde?

De Gemara antwoordt: De nauwe vorm van de baarmoeder van een hinde maakt haar iedere keer aantrekkelijk voor de ram, zo was ook Ester steeds aantrekkelijk voor Achasjveros.

De Gemara vraagt: Waarom wordt Ester vergeleken met de ochtend?

De Gemara antwoordt: Zoals met de ochtend een einde komt aan de nacht, zo kwam met Ester het laatste wonder, dat een eind maakte aan alle nachtmerries.

De Gemara vraagt: En het wonder van Chanoeka dan [dat na Poeriem gebeurde]?

De Gemara antwoordt: Het wonder van Poeriem was het laatste dat in  Tanach[1] [de Bijbel] werd opgenomen.

De Gemara vraagt: Dit is alleen een goed antwoord voor degenen die ermee instemden dat het boek Ester in Tanach werd opgenomen. [Er is een machloket in traktaat Megilla (7a) of het boek Ester in Tanach mocht worden opgenomen.]

De Gemara antwoordt: Het woord sjachar kan ook ‘gebed’ betekenen [zie Jesjajahoe 26:9] en de gebeden van de rechtvaardigen worden vergeleken met een hert: zoals de horens van een hert zich als maar verder blijven vertakken, zolang als het groeit, zo zullen de gebeden van de rechtvaardige verhoord worden, zolang hij blijft bidden. [Men moet niet bang zijn G-d te „storen” met zijn gebeden, maar men moet doorgaan met bidden, ook als zijn gebeden aanvankelijk niet gehoord worden, want uiteindelijk zullen zij wel gehoord worden.]

Het te vroeg geslachte tamied

De Misjna vermeldt dat het eens gebeurde dat het tamied te vroeg geslacht werd, doordat men de maan voor de zon verwisseld had.

De Gemara vraagt: Wanneer vond deze gebeurtenis plaats? Als het op Jom Kippoer gebeurde, hoe kan men dan de maan gezien hebben? [Jom Kippoer valt in de eerste helft van de maand en op die tijd in de maand is de maan alleen in het begin van de avond te zien, niet ’s ochtends vroeg!] En als het gedurende de rest van het jaar gebeurde, waarom brachten ze dan de Kohen Gadol naar het mikwe?

De Gemara antwoordt: Het incident met de maand was gebeurd gedurende de rest van het jaar, maar men bracht de Kohen Gadol op Jom Kippoer in het mikwe.

Andere nachtelijke vergissingen

Een Baraita: Niet alleen die dieroffer moet overdag geslacht worden, maar ook de melika [2] van een vogel-offer en de kemitsa van mincha die ’s nachts gedaan zijn, moeten verbrand worden.

Daf 29b

De Gemara vraagt: Waarom kan men de kemitsa niet terugleggen wanneer die te vroeg genomen was, en laat de Kohen  nogmaals een komets nemen als het dag is? Waarom moet het verbrand worden?

De Gemara antwoordt: [Nadat de komets meel afgenomen is van de rest van het mincha-offer, wordt het in een Tempel-schaal – een klie sjaret – gelegd en alles wat zich in een klie sjaret bevindt, wordt daardoor geheiligd en dus kan het dan niet meer teruggelegd worden bij de rest van het mincha-offer.

De Gemara werpt tegen: De volgende Baraita spreekt dit tegen: Iets wat overdag geofferd wordt, moet overdag geheiligd worden en iets dat ’s nachts geofferd wordt, moet ’s nachts geheiligd worden.

De Gemara antwoordt: De kemitsa die ’s nachts genomen werd, en in de klie sjaret gedeponeerd werd, kreeg geen heiligheid om te worden geofferd, maar het kreeg wel zodanige heiligheid door het klie sjaret, dat het niet meer kan worden teruggelegd, ondanks dat het daar op de verkeerde tijd werd gedeponeerd.

De Gemara werpt tegen: Een Misjna uit Menachot (100a) spreekt dit tegen: Wanneer men het brood [de Toonbroden] en het reukwerk pas zondag op de tafel legt, is het de daarop volgende Sjabbat nog niet geldig en mag het nog niet van de tafel gehaald worden, maar moet het nog een hele week op de tafel blijven liggen [want het moet er zeven hele dagen op liggen en nu lag het er maar zes dagen op]. R. Zeira vraagt nu: als iets in een klie sjaret geheiligd wordt, waarom zijn die broden en dat reukwerk dan nu niet door de Tafel geheiligd, en dus ongeldig geworden [immers, ook de Tafel is een klie sjaret en alles wat daarop komt te liggen wordt automatisch geheiligd]?

De Gemara (Rawa) antwoordt: Dat is een goede vraag. Laten we het eens nader bekijken. De dag begint volgens de halacha reeds de avond te voren. Daarom kan een klie sjaret een komets, die overdag gebruikt moet worden, ’s nachts al tot een bepaalde graad heiligen, maar een klie sjaret kan niet iets de ene dag heiligen, dat pas de volgende dag gebruikt gaat worden. Dus als men de Toonbroden zondag al op de Tafel legt, worden ze niet geheiligd, want dat hoort pas op de volgende Sjabbat te gebeuren. Dus zijn ze niet ongeldig en kunnen de volgende Sjabbat gebruikt worden.

De Gemara vraagt: Maar als ze daar blijven liggen tot vrijdagavond, worden ze automatisch geheiligd door de Tafel, want de avond hoort al tot de volgende dag en dan worden ze wel ongeldig [omdat ze er te vroeg op gelegd zijn]?

De Gemara antwoordt: Een Kohen haalde de broden vóór vrijdagavond van de Tafel, zodat ze niet op de verkeerde tijd geheiligd en daardoor ongeldig zouden worden en dan legde hij ze Sjabbat-middag terug.

Een ander antwoord: Ook als een Kohen de broden niet vóór Sjabbat van de Tafel gehaald heeft zijn ze bruikbaar, want omdat het niet naar behoren op de Tafel gelegd werd is het alsof een aap ze daar heeft neergelegd. [Alsof zij daar per ongeluk op terecht gekomen zijn en dat heeft geen betekenis.]


 

[1] Tanach – afkorting voor Tora, Neviïem, Ketoeviem, die samen de Bijbel vormen.

[2] melika – het slachten van een vogeloffer, hetgeen gebeurt met de duimnagel van de Kohen.