Archief Joma

Aanmelden

maandag 17 juli 2006

21 Tamoez 5766

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Joma 40

Door Zwi Goldberg

Twee versies van de vraag of het loten een noodzakelijke voorwaarde is (vervolg)

Drie bezwaren worden ingebracht tegen de tweede versie van R. Jannai’s mening.

Een Baraita leert dat de loterij een Mitswa mid’Oraita is, maar niet Me’akeev [noodzakelijke en essentiële voorwaarde, zonder welke de dienst ongeldig is]?!

Dit is een weerlegging van de tweede versie van R. Jannai’s standpunt, want volgens die mening zijn zowel R. Jehoeda als R. Nechemja  het erover eens dat het trekken van loten essentiëel is.

Daf 40b

De zondebelijdenis over de bok voor Azazel

De Gemara wijdt uit over het eerder genoemde meningsverschil tussen de Tanna Kamma en R. Sjim’on over de vraag of de zondebelijdenis over de bok voor Azazel essentiëel is.

Leviticus 16:10 zegt: „En de bok waarop het lot voor Azazel gevallen is zal levend voor Hasjem staan om daarop verzoening te doen.”

Een Baraita rapporteert hierover een meningsverschil tussen Rabbi Jehoeda en Rabbi Sjim’on: Hoe lang moet het levend blijven staan? Rabbi Jehoeda zegt: totdat het bloed van de andere geit op het altaar geworpen is. Rabbi Sjim’on zegt: alleen voor de tijd dat de zondebelijdenis erover wordt uitgesproken.

Deze discussie kan worden opgevat als een discussie over de vraag of de zondebelijdenis over de bok voor Azazel essentiëel is, of niet. Het vers zegt dat de bok levend moet blijven staan om daarop verzoening te doen, dus kennelijk is die verzoening essentiëel en die wordt bereikt door de bloedsprenkeling. Aldus de redenering van R. Jehoeda. Volgens Rabbi Sjim’on slaat het woord verzoening echter op de woorden, d.w.z. dat de zondebelijdenis van de Kohen Gadol de verzoening bewerkstelligt.

Het trekken van de loten

De Gemara tracht nu, met behulp van de volgende Baraita aan te tonen dat volgens alle Tannaïem de loterij niet essentiëel is. De leerlingen van Rabbi Akiwa vroegen hem of de Kohen Gadol het lot van hand mocht verwisselen. Dus als het opkwam in zijn linker hand, of hij het dan mocht overnemen in zijn rechterhand [het is immers, zoals we hiervoor gezien hebben, veel gunstiger voor de Kohen Gadol wanneer het lot ‘voor Hasjem’ in zijn rechterhand opkwam, en door het over te nemen in zijn rechterhand, wordt de eer van de Kohen Gadol voor het publiek bewaard].

Rabbi Akiwa antwoordde hen: Geef geen argumenten voor overwinning aan de saduceeërs [geef hen geen argumenten, dat zij kunnen zeggen: de Tora-geleerden zetten de wetten naar hun hand].

De Gemara begrijpt uit dit antwoord dat er volgens R. Akiwa geen wettelijke bezwaren tegen deze manipulatie zijn, maar dat men het alleen uit bezorgdheid voor de Saduceeërs moet nalaten, maar als er geen Saduceeërs zouden zijn, zou men de uitslag van de trekking kunnen negeren en mag de Kohen Gadol zelf bepalen welke bok voor Hasjem is en welke voor Azazel. Dus de loterij is niet essentiëel?

De Gemara verwerpt dit bewijs: Rawa antwoordde: Dit is wat de leerlingen van R. Akiwa hem vroegen: als het lot opkomt in zijn linkerhand, zodat de linker bok bestemd is voor Hasjem, mag de Kohen Gadol dan het lot en de bok naar rechts verwisselen? En dat verbood Rabbi Akiwa. Dus hieruit is geen conclusie te trekken.

Een nieuw “bewijs” dat de trekking essentiëel is

Een Baraita: Het vers (Lev. 16:9) zegt: „En Aharon zal de bok, waarop het lot is opgevallen is.” [Dit „waarop” is overbodig, er had kunnen staan: „de bok waar het lot is opgevallen”] en het leert dat zodra het lot getrokken is, het op de bok gevallen is en dat verdere handelingen overbodig zijn. Dus het leggen van het lot op de bok is niet essentiëel.

De Gemara werpt tegen: Het kan niet waar zijn dat het leggen van de loten op de bokken niet verplicht is. Tora zegt expliciet (Lev.16:8): „En Aharon zal op de twee bokken loten leggen.” Het is een mitswa om de loten op de bokken te leggen, zoals het een mitswa is om de loten te trekken, maar het is niet essentiëel. [D.w.z. a-priori  moeten de loten getrokken worden en op de bokken gelegd worden, maar als het niet gebeurd is en de Kohen Gadol wijst zelf aan welke bok voor Hasjem is, dan is dat ook geldig. Dus noch de trekking, noch het plaatsen van de loten op de bokken is essentiëel.]

Een andere verklaring voor de Baraita: De extra woorden ‘waarop’ betekenen dat nadat het lot eenmaal op de bok gelegd is, het daar niet hoeft te blijven liggen tot het dier geslacht wordt.

De Gemara bewijst nu definitief met een Baraita uit Sifra [Torat Kohaniem, een verzameling Baraitot over Leviticus] dat volgens Rabbi Jehoeda de loterij essentiëel is: In Lev. 16:9 staat: „En Aharon zal de bok, waarop het lot is opgevallen is, doen naderen voor Hasjem en het zal het een chataat maken.” Dat wil zeggen dat het lot het dier tot een chataat maakt. Maar het wordt geen chataat door het alleen maar een chataat te noemen.