Archief Joma

Aanmelden

maandag 24 juli 2006

28 Tamoez 5766

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Joma 47

Door Zwi Goldberg

HOOFDSTUK VIJF – HOTSIOE LO

(Zij brengen voor hem naar buiten)

De Ketoret

De Misjna keert terug naar de Jom Kippoer-dienst, en wel de verbranding van de ketoret – het reukwerk.

Misjna Zij brengen hem de lepel [uit de kamer voor de voorwerpen (Rasji)]  en de schep [met reukwerk]. Hij schept zijn [twee] handen  samen vol met reukwerk [uit de schep] en legt dat op de lepel [hij brengt zijn beide handen bij elkaar en vormt daar een kommetje mee en schept daarmee zoveel mogelijk kruiden op. Deze handeling heet chafina]. Een grote Kohen Gadol naar zijn grote maat [d.w.z. die schept veel op] en een kleine Kohen Gadol naar zijn kleine maat [d.w.z. die schept minder op], en dat was de vereiste maat. Dan neemt hij de schep  in zijn rechter hand en de lepel [met kruiden] in zijn linkerhand. [Hij gaat met de lepel met kruiden naar de vierde rij vloertegels op de Binnenplaats, waar hij de schep met kolen heeft achtergelaten, welke hij in zijn rechter hand neemt, terwijl hij de lepel in zijn linkerhand houdt.]

Gemara In de misjna op daf 43b hebben we al geleerd dat de Kohen Gadol met de schep het altaar opgaat om daar de kolen op te scheppen. Waarom zegt de Misjna dan nu dat men hem een schep brengt?

De Gemara antwoordt: Die Misjna op daf 43b is de schep voor de kolen, hier gaat het over de schep voor het reukwerk [men bracht hem een schep vol kruiden, waarvan hij twee handen vol opschepte]. Een Baraita licht toe: een schep vol kruiden, afkomstig uit de kamer van de familie Avtinas. [Het ketoret werd in die kamer door de Familie Avtinas bereid.]

De Gemara vraagt: Waarvoor is de lepel nodig? Uit Leviticus 16:12 valt af te leiden dat het voldoende is wanneer hij het reukwerk in zijn handen naar het Heiligdom brengt.

De Gemara antwoordt: Hij moet een hand vrijhouden voor de schep met kolen en hij moet die samen met het reukwerk in één keer het Heiligdom binnenbrengen, zoals valt af te leiden van vers Lev. 16:12.

De Gemara vraagt: Waarom houdt hij de kolenschep rechts en de lepel met ketoret links vast? Dat lijkt op de omge­keerde wereld. De ketoret zijn toch het belangrijkste en die zou hij dus rechts moeten vasthouden?

De Gemara antwoordt: De schep was zwaarder [bevatte drie kabbien kolen (zie Misjna op daf 43b) en daarom moei­lijker te dragen dan het ketoret].

De Gemara vertelt dat R. Jisjmaël ben Kimchiet zulke grote handen had, dat hij daar wel vier kabbien kruiden in kon opscheppen, zij waren groter dan de kolenschep, maar de kolenschep hield hij desondanks in zijn rechterhand.

Nog meer gebeurtenissen rondom de familie Kimchiet

De Gemara vertelt nog een gebeurtenis betreffende R. Jisjmaël: het gebeurde eens dat R. Jisjmaël op Jom Kippoer de Tempel verliet en op de markt met een Arabier praatte, en er viel een beetje speeksel van de Arabier op de kleding van de R. Jisjmaël, de Kohen Gadol, zodat hij tamee was geworden en geen dienst mee kon doen. Zij broer Jesjevav, die segan Kohen Gadol was, deed daarop dienst in zijn plaats.

Een andere keer, toen iets dergelijk gebeurde, trad een andere broer, Joseef in zijn plaats.

Zo zag de moeder van Kimchiet twee maal twee zoons op één dag als Kohen Gadol fungeren.

De Gemara vertelt dat moeder Kimchiet zes zonen had, die allemaal als Kohen Gadol gediend hebben. Toen de Geleerden vroegen waaraan zij dat verdiend had, antwoordde zij: „Alle dagen van mijn leven hebben de balken van mijn huis mijn haar niet gezien.” [Dat wil zeggen, dat zij haar haar altijd bedekt hield. Een getrouwde vrouw hoeft in huis niet voortdurende haar haar te bedekken, alleen wanneer zij naar buiten gaat. Maar ook in haar eigen huis mag geen enkele man, ook haar eigen man, geen beracha of Sjema zeggen wanneer hij haar onbedekte haar kan zien. Daarom is het de gewoonte van Joodse vrouwen, sinds mensenheugenis, dat zij ook in huis voortdurende hun haar bedekt houden. Kimchiet was hier erg precies in en daar werd zij voor beloond.]

De maat voor de ketoret

Leviticus 16:12 zegt: „En dan zal hij een vuurpan vol vuurkolen nemen van het altaar, dat vóór de Eeuwige staat, en zijn beide vuisten vol fijn gestoten reukwerk van specerijen en dat zal hij binnen het voorhangsel brengen.” Hiervan leerden de Geleerden dat de maat voor het ketoret op Jom Kippoer twee vuisten vol van de Kohen Gadol is, iedere Kohen Gadol naar zijn maat.

Het mincha offer

Leviticus 6:8 zegt: „Hij zal ervan afnemen met zijn komets,” dat wil zeggen: met zijn eigen volle handen en niet met een voorwerp.

Hoe wordt dat gedaan? Een Baraita leert: Hij sluit zijn drie middelvingers tegen elkaar tegen de palm van zijn hand en schept daarmee het meel op.

Daf 47b

En voor het mincha-offer in de platte pan strijkt hij het overtollige meel weg met zijn duim aan de ene kant en met zijn pink aan de andere kant. En dit was een van de moeilijkste onderdelen van de Tempeldienst.

De Gemara merkt op: melika [het onthoofden van een vogel-offer met de duimnagel] en de chafifa zijn allebei ook erg moeilijk.

De Gemara vraagt: Wat gebeurt er met het meel tussen zijn vingers?

R. Jochanan antwoordt: Het heeft een onduidelijke status.

R. Chanina antwoordt: Men verbrandt eerst de komets zelf op het altaar, en daarna datgene wat tussen de vingers zit.

De Gemara werpt tegen: Maar het is verboden om meel van twijfelachtige status op het altaar te verbranden nadat de komeets al verbrand is?

R. Sjim’on ben Pazzi antwoordt: De Kohen die het op het altaar verbrandt, zegt: „Als dit niet beschouwd kan worden als een deel van de komeets, verbrand ik dit als brandstof voor het Altaarvuur, en als het wel een deel is van de komeets, dan verbrand ik dit ter vervulling van de mitswa om de komeets te verbranden op het Altaar.

De Gemara werpt tegen: De Rabbijnen zeggen dat dit ook niet mag. Wat dan?

De Gemara antwoordt: Alleen dikke Kohaniem doen de kamitsa, zodat er niets tussen hun vingers blijft hangen.

De vragen van Rav Papa

1e vraag: Wat is de status van het meel dat geklemd zit tussen de beide handen van de Kohen Gadol? Mag het verbrand worden op het Altaar of niet?

De Gemara antwoordt: We hebben geen antwoord.

2e vraag: [Er zijn twee opvattingen over de normale manier dat de Kohen Gadol de komets doet. A. Hij strekt zijn hand en vingers en steekt die zijdelings naar beneden in het meel met gesloten vingers, waarna hij zijn vingers over zijn handpalm buigt en zijn hand teurgtrekt. B. Hij buigt zijn drie middelste vingers eerst over zijn handpalm en gaat met zijn aldus gesloten hand zijdelings door het meel.] Hoe is de wet als iemand zijn hand met gestrekte vingers met de toppen van zijn vingers naar beneden in het meel steekt en daarmee zijn hand vult?

En hoe is de wet als hij de rug van zijn hand in het meel steekt en zo het meel opschept?

De Gemara antwoordt: We hebben geen antwoord.

3e vraag: De normale manier waarop iemand chafifa doet [zijn beide vuisten vult] is door de beide handen apart maar gelijktijdig in de kruiden te steken met de zijkanten naar beneden, waarna hij zijn handen bij elkaar brengt en de inhoud opschept. Wanneer de Kohen Gadol het met de toppen van zijn vingers doet, wat is dan de wet? En als hij het van de bodem af omhoog brengt? En als hij het vanaf de zijkant doet?

De Gemara antwoordt: We hebben geen antwoord.