Archief Joma

Aanmelden

dinsdag 25 juli 2006

29 Tamoez 5766

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Joma 48

Door Zwi Goldberg

De vragen van R. Pappa (vervolg)

De Gemara vervolgt met de vragen van R. Pappa met betrekking tot de geldigheid van kemitsa en chafina wanneer de Kohen Gadol andere dan de standaard methoden gebruikt.

4e vraag: Wanneer de Kohen Gadol de kemitsa afgescheiden heeft van het mincha-offer, doet hij dat in een klie sjaret [lett.: een dienstvoorwerp, d.w.z. een kom of schaal van de Tempel] waardoor het een hogere graad van heiligheid   kedoesjat hagoef krijgt. Rav Pappa vraagt of hij het op de bodem van de klie sjaret moet leggen, of dat het ook in orde is als hij het aan de wand ervan plakt.

De Gemara antwoordt: We hebben geen antwoord.

Mar bar R. Asji vraagt: Hoe is de wet wanneer hij het klie sjaret omkeert en de kemitsa op de bodem plakt? [Rasji: Als de schaal een holle bodem heeft, zodat we toch kunnen zeggen dat hij het in de schaal gedaan heeft. Zie tekening]

De Gemara antwoordt: We hebben geen antwoord.

5e vraag R. Pappa:  Moet de chafina [de twee handen vol reukwerk] genomen worden met een kop erop, of moet het een afgestreken hoeveelheid zijn?

Een Baraita antwoordt: Noch met een kop erop, noch afgestreken, maar iets daar tussen in.

Een Misjna in Zewachiem (25a) zegt, dat als bij het slachten van een offerdier het bloed opgevangen wordt in een klie sjaret en als dan vervolgens bloed uit de klie sjaret  op de grond gemorst wordt en de kohen verzamelt dat weer, dan is dat in orde. Maar als het van de nek van het dier op de grond valt, en hij verzamelt het dan, dan is het niet kosjer.

6e vraag R. Pappa: Geldt hetzelfde voor de chafina, dat wil zeggen, als wat kruiden uit zijn beide handen op de grond valt, mag hij dat dan oprapen en is het dan toch nog kosjer? Zij zijn twee vuisten als de nek van het dier en is dus wat daar uit valt ongeldig, of zijn zijn handen als de klie sjaret en wat daaruit valt is kosjer?

De Gemara antwoordt: We hebben geen antwoord.

7e vraag: Wat is de status van de ketoret wanneer de Kohen de bedoeling heeft om het pas de volgende dag te verbranden? Is het te vergelijken met het mincha-offer, waar een dergelijke gedachte het mincha ongeldig maakt, of niet?

De Gemara antwoordt: Het antwoord komt van de Misjna in Edoejot 8:1: Rabbi Akiwa leert dat o.a. de ketoret pasoel wordt bij aanraking door een tewoel jom. Een tewoel jom kan alleen iets onrein maken als het de hogere graad van kedoesjat hagoef  heeft verkregen een inherente kedoesja, die de ketoret alleen verkrijgt als het in een klie sjaret  heeft gelegen. En iets dat een kedoesja hagoef heeft, mag niet overnachten. De onjuiste bedoeling om het tot de volgende dag te laten liggen, maakt het ketoret dus pasoel.

Daf 48b

8e vraag: Als de Kohen Gadol tijdens het opscheppen van de kolen voor het verbranden van de ketoret de bedoeling had om het pas de volgende dag te verbranden, wat is dan de wet?

De Gemara antwoordt: We hebben geen antwoord.

Een vraag aan Rav Sjesjet over Holacha met de linker hand

Een vraag aan Rav Sjesjet: Hoe is de wet als de holacha [het brengen van het bloed naar het altaar, een van de vier essentiële onderdelen van de offering] gebeurde met de linker hand?

Rav Sjesjet antwoordt: We zien aan onze Misjna, waar staat dat hij de lepel met reukwerk in zijn linker hand neemt, dat links dragen is toegestaan.