Archief Joma

Aanmelden

zondag 6 augustus 2006

12 Menachem Av 5766

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Joma 60

Door Zwi Goldberg

Fouten in de volgorde van de avoda

Misjna Als handelingen voor Jom Kippoer niet in de juiste volgorde uitgevoerd worden,  dan zijn zij waardeloos. Als bijvoorbeeld de Kohen Gadol eerst het bloed van de bok spat, vóór het bloed van de stier, dan moet hij nogmaals het bloed van de bok spatten.

Nog een ander probleem betreffende het bloedspatten:  Wanneer het bloed verloren gaat voordat hij de spatting [in het Heilige der Heiligen (Rasji)]  beëindigd heeft, dan moet de Kohen Gadol een nieuw dier slachten en de hele spatting van begin af  aan overdoen. En hetzelfde geldt voor de spattingen in de Heichal, zowel die op het parochet als die op het Gouden Altaar. Echter ieder van de drie groepen spattingen [die in het Allerheiligste, die tegen het parochet en die op het Gouden Altaar] zijn een zelfstandige handeling en worden niet beïnvloed door wat daarop volgt.

R. Elazar en R. Sjim’on menen dat hij niet de spatting hoeft te herhalen, maar mag doorgaan waar hij gestopt is.

Gemara Een Baraita vermeldt een discussie tussen R. Jehoeda en R. Nechemja over een Jom Kippoer-dienst die niet in de juiste volgorde werd verricht. Volgens R. Jehoeda is de dienst alleen ongeldig wanneer hij die in het Heilige der Heiligen in de  verkeerde volgorde gedaan heeft (in de witte dienstkleren), maar die welke daarbuiten gedaan werden in de witte dienstkleren, zijn geldig.

R. Nechemja daarentegen meent dat alle avoda die in de witte dienstkleding gedaan werd, ongeldig is wanneer die niet in de juiste volgorde gedaan werd, of dat nu binnen of buiten plaatsvond. Maar wanneer de dingen de Kohen Gadol in zijn gouden kleren buiten in de verkeerde volgorde gedaan heeft, zijn zij geldig.

Rabbi Jochanan geeft de bron voor beide meningen: Leviticus 16:34: „Dit zal voor jou een eeuwige wet [choeka] zijn… een­maal per jaar.” [Het woord choeka – wet – duidt erop dat de volgorde bepalend is voor de geldigheid (Rasji).] Echter R. Jehoeda en R. Nechemja verschillen van mening over de vraag welke dienst er met choeka bedoeld wordt.

Daf 60b

R. Jehoeda meent dat choeka alleen slaat op de diensten in het Heilige der Heilige, die eenmaal per jaar plaatsvinden en verzoening brengen.

R. Nechemja meent dat choekat betrekking heeft op alle diensten die maar eenmaal per jaar gedaan worden.

Vraag (aan R. Jochanan): In het genoemde vers komt het woord ‘plaats’ niet voor, dus waarom zou R. Jehoeda denken dat het vers gebonden is aan een bepaalde plaats (namelijk het Heilige der Heiligen)?

De Gemara antwoordt: Het woord ‘eenmaal’ in vers Lev. 16:34 duidt op die diensten die in de witte kleren gedaan worden, hetgeen slechts eenmaal per jaar op Jom Kippoer gebeurt. Het woord ‘dit’ aan het begin van het vers duidt op een verdere beperking, en betekent dat het alleen voor die ene bepaalde situatie geldt, namelijk in het Heilige der Heiligen, maar niet in een andere situatie.

Wanneer het opscheppen van de ketoret gebeurt vóór de sjechita

R. Chanina: We hebben op daf 43b geleerd dat de stier geslacht moet worden voordat het ketoret wordt opgeschept. Als de Kohen Gadol deze volgorde omdraait, heeft hij niets bereikt [en dan moet hij na het slachten nogmaals ketoret opscheppen].

De Gemara vraagt: Welke van de beide Tannaïem, R. Jehoeda of R. Nechmaja, volgt R. Chanina? Het kan niet zijn dat hij R. Jehoeda volgt, want de sjechita gebeurt buiten het Heiligdom, en daar is volgens R. Jehoeda de volgorde niet van belang.

De Gemara antwoordt: Misschien volgt R. Chanina toch R. Jehoeda en meent hij dat het slachten nodig is voor de dienst in het Heilige der Heiligen [zonder sjechita is er geen bloed] en is daarom de volgorde toch essentiëel.

De Gemara werpt tegen: Maar onze Misjna eist, in geval dat er iets fout gaat bij het bloedspatten, dat alleen een ander dier geslacht wordt, en niet dat er ook opnieuw ketoret moet worden opgeschept, nadat de stier geslacht is. [Wanneer het een vereiste is dat de stier geslacht wordt voordat het ketoret wordt opgeschept, dan is het opscheppen van de ketoret ongeldig wanneer de volgorde omgedraaid wordt en wanneer het bloed tijdens het spatten in het Heilige der Hewiligen verloren gaat en er een nieuwe stier geslacht moet worden, dat werd het opscheppen van het keroret dus vóór deze nieuwe slachting gedaan en is dus ongeldig en moet dus ook worden overgaan. Maar daar zegt de Misjna niets over.]