Archief Joma

 

dinsdag 8 augustus 2006

14 Av 5766

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Joma 62a

Door Zwi Goldberg

Wanneer twee of drie bokken geslacht moeten worden

De Misjna op daf 60a zegt dat als het bloed van de stier of bok voor Jom Kippoer verloren gaat voordat de spatting compleet is, er een nieuw dier geslacht moet worden, waarvan het bloed gespat moet worden in plaats van het bloed van het eerste dier. Aan gezien er drie series spattingen zijn kan het dus gebeuren dat er drie stieren of drie bokken geslacht moeten worden. Leviticus 16:27-28 zegt dat de stier en de bok, waarvan het bloed verzoening gedaan heeft, verbrand moeten worden buiten het legerkamp, dus buiten Jeruzalem en dat de Kohen die ze verbrandt, daarbij tamee wordt. Rabbi Elazar en Rabbi Sjim’on menen dat dit voor alle drie de stieren of bokken geldt, wanneer er zoveel geslacht moeten worden, maar de Geleerden zeggen dat het alleen voor het laatste offerdier geldt.

Verder geldt, dat als er een nieuwe bok geslacht moet worden als chataat op Jom Kippoer, er ook opnieuw geloot moet worden, waarbij er ook een nieuwe bok beschikbaar komt om naar Azazel te worden gestuurd.

De Gemara (Rawa) vraagt: En wanneer er drie bokken geslacht moeten worden, worden er dan ook drie bokken naar Azazel gestuurd?

Rav Nachman antwoordt: Moet hij soms zijn hele kudde naar Azazel sturen?

Rawa antwoordde hem: En moet hij dan zijn hele kudde verbranden? [Als je R. Elazar en R. Sjim’on gelooft, moeten er drie bokken verbrand worden, dus waarom kunnen er dan geen drie bokken naar Azazel gestuurd worden?]

Rav Nachman antwoordt: Het vers dat opdracht geeft om de bok naar Azazel te sturen (Lev. 16:10) zegt: „…Om hem [oto] weg te zenden naar Azazel…,” dat wil zeggen die ene bok, niet die andere twee, maar het vers daarvóór (16:9), dat het heeft over de bok die geslacht zal worden, zegt niet oto. Daarom zijn ze niet met elkaar te vergelijken. [En de andere twee bokken worden de wei in gestuurd en mogen blijven grazen totdat zij een gebrek oplopen, waarna zij verkocht mogen worden en van de verkoopopbrengst wordt een ola voor de gemeenschap gekocht.]

Welke van de twee of drie bokken wordt naar Azazel gezonden?

De Gemara vermeldt een dispuut over de vraag welke van de twee of drie bokken naar Azazel wordt gezonden.

Rav Sjimi zegt: de laatste bok, want daarmee [d.w.z. met het bloed van zijn collega-bok] werd de verzoening gecom­ple­teerd.

Rav Pappi zegt: de eerste bok, want volgens hem moet men in het algemeen met de eerste de mitswa doen. [D.w.z. dat men de mitswa moet doen met dat dier of voorwerp dat zich daar de eerste keer voor aanbiedt.] Dit is in overeen­stemming met de mening van Rabbi Jossi, die in een Baraita gezegd heeft: Op de drie kisten [die genoemd worden in Misjna 3:2 van Traktaat Sjekaliem en die gebruikt worden om munten uit de schatkamer van de Tempel te halen] staan de letters alf, beit en gimmel, om aan te duiden welke kist het eerst gebruikt wordt [die drie kisten werden gevuld met het geld uit de Tempelschatkamer en werden om de beurt op drie verschillende tijdstippen van het jaar gebruikt (Tifèret Jisrael)], want het is een mitswa om de eerste te gebruiken.

De Gemara verwerpt de redenering van R. Jossi en geeft een andere verklaring: een andere Baraita leert: Wanneer een lam als Pesach-offer is aangewezen en het raakt zoek en er wordt een ander lam voor in de plaats als Pesach-offer aangewezen en vervolgens wordt het eerste lam teruggevonden, dan mag men offeren welk men welk, aldus de Geleerden. Maar Rabbi Jossi zegt: Het is een mitswa om de eerste te nemen.

&

HOOFDSTUK ZES – SJNEI SA’IRIEM

(Twee bokken)

De eerste Misjna van dit hoofdstuk begint met een verhandeling over de bok voor Azazel.

Misjna De beide bokken voor Jom Kippoer moeten bij voorkeur uiterlijk [in kleur (Rasji)], in hoogte en in waarde aan elkaar gelijk zijn en zij moeten gelijktijdig aangekocht zijn. Maar als aan al deze voorwaarden niet is voldaan, zijn ze toch geldig.

Wanneer een van de bokken dood gaat voordat de Kohen Gadol de loten getrokken heeft, koopt men een andere bok. Wanneer hij doodgaat nadat de loten al getrokekn werden, dan moet er een nieuw paar bokken gekocht worden en wordt er opnieuw geloot. De tweede bok [van het eerste paar, die welke het over­leefd heeft] mag blijven grazen totdat hij een gebrek krijgt, waarna hij verkocht wordt en van de verkoopopbrengst wordt een vrijwillig gemeenschapsoffer gekocht, want een gemeenschaps chataat laat men nooit doodgaan. [Als iemand een overtreding heeft begaan, waarvoor hij een chaat moet brengen, maar het dier raakt verloren en hij bestemt een ander dier tot chataat, en vervolgens wordt het eerste weer teruggevonden, dan wordt dat dier in een hok opgesloten en daar laat men het doodgaan. Onze Misjna vertelt nu dat dit alleen geldt voor privé-chataat-offers, niet voor een gemeenschaps-chataat.] Rabbi Jehoeda zegt: men laat het doodgaan.

Rabbi Jehoeda zei verder nog, dat als het bloed van de bok die geslacht wordt ver-loren gaat, voordat het gespat werd, dat men dan de bok voor Azazel moet laten doodgaan.  En als de bok voor Azazel doodgaat, voordat het bloed van de andere bok gespat werd, dan wordt dat bloed uitgegoten [en twee nieuwe bokken worden gerbacht, waartussen geloot wordt].