Archief Joma

Aanmelden

donderdag 19 februari 2006

2 Sjewat 5766

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Joma 63a

Door Zwi Goldberg

Hoïel – aangezien

Onderaan daf 62b leerde een Baraita dat iemand die de beide bokken voor Jom Kippoer buiten de Tempel-binnenplaats slacht, voordat de Kohen Gadol de loten voor hen getrokken heeft, schuldig is voor beide. [Het is verboden om een offerdier buiten het Tempelplein te slachten. Wie dit met opzet toch doet, is schuldig aan kareet en wie dit onopzettelijk doet, is een chataat (zondoffer) schuldig. Rasji zegt, dat aangezien zij gekocht zijn met geld van de Tempel, zij onmid­del­lijk gewijd zijn. Echter zolang er geen loten voor hun bestemming getrokken zijn, hebben zij nog geen bestemming, dus waarom is de slachter dan schuldig?] Rav Chisda verklaarde daar dat de reden is, dat aangezien zij allebei geschikt zijn om als moessaf-offer te worden geslacht, men schuldig is als men ze buiten de Tempel slacht.

De Gemara vraagt nu op onze daf of Rav Chisda het principe van ‘aangezien’ [hoïel] wel onderschrijft? We hebben namelijk een aanwijzing van zijn lering betreffende het Korban Pesach gedurende de rest van het jaar, dat Rav Chisda het principe van aangezien niet onderschrijft. Rav Chisda heeft namelijk gezegd, dat als iemand een Pesach-lam na Pesach buiten de Tempel slacht lisjmo [voor het doel waarvoor het bestemd was, d.w.z. als Pesach-offer] dan is hij niet schuldig, maar als hij het slacht lo lisjmo [niet voor het doel waarvoor hetbestemd is], dan is hij niet schuldig [want na het feest is dat Pesach-lam ongeldig als offer]. Maar waarom zegt Rav Chisda niet: aangezien het dier geschikt is om binnen het Tempelplein te worden geslacht als sjelamiem [vredesoffer] is hij wel schuldig nu hij het buiten de Tempel geslacht heeft? Kennelijk omdat hij het principe van aangezien niet onderschrijft!?

De Gemara antwoordt: De beide gevallen zijn niet vergelijkbaar. Een Pesach-offer dat niet met Pesach geofferd werd, verliest niet automatisch zijn status, en wordt niet automatisch een sjelamiem. Dat wordt het pas wanneer het geslacht wordt met de nadrukkelijke bestemming van sjelamiem. En hij had geen specifieke bedoelingen bij het slachten ervan. Maar de bok van Jom Kippoer heeft geen speciale bedoelingen nodig, het dier was al bestemd als chataat-offer en ook de moessaf-bok is een chataat.

‘Akira – verlies van status

De Gemara noemt nu nog twee standpunten betreffende ‘akira [verlies van status]:

R. Dimi citeert R. Jeremia, die gezegd heeft dat iemand patoer – onschuldig – is als hij het Pesach-lam buiten de Tempel slacht gedurende de rest van het jaar, ongeacht of hij het slachtte lisjmo of lo lisjmo.

Desgevraag naar de reden, heeft R. Jeremia verklaard dat ‘Akira [verlies van status] alleen werkt op het Tempelplein. [Dus dit offerdier blijft een Pesach-offer dat niet op de juiste tijd geslacht werd en dus is de slachter patoer als hij het buiten het Tempel-plein slacht. Alleen wanneer het Pesach-lam de rest van het jaar op het Tempelplein geslacht werd met de nadrukkelijke bedoeling om het als sjelamiem te slachten, verliest het zijn status als Pesach-offer.]

Rawin vermeldt een andere uitspraak van R. Jeremia: Als iemand een Pesach-offer gedurende de rest van het jaar buiten de Tempel slacht, is hij chajav, ongeacht zijn bedoelingen [want het dier verliest automatisch zijn bestemming, maar het blijft gewijd als offer en het is dus verboden om te slachten buiten de Tempel].

De Gemara vraagt: Dat betekent dat hij ook chajav is als hij het lisjmo slacht? Maar een Misjna in traktaat Zewachiem 112b leert dat wie een offer niet op zijn juiste tijd buiten de Tempel brengt, patoer is. Bijvoorbeeld, de zav, de zava en de metsora moet een schuldoffer en een zondoffer brengen op de achtste dag van hun reiniging. Wanneer zij in de eerste zeven dagen van hun reiniging buiten de Tempel dat offer brengen, zijn zij patoer. (Maar als zij dan brandoffer of vredesoffer buiten de Tempel brengen, dan zijn zij chajav.)

De Gemara antwoordt: Het gaat hier over offers [schuld- en zondoffers] die niet als vrijwillige offers gebracht kunnen worden en die niet optijd gebracht werden. Maar brand- en vredesoffers kunenn wel als vrijwillige offers gebracht worden. Dus wie die buiten de voorgeschreven tijd buiten de Tempel slacht, lisjmo, is chajav, want hij had ze als vrijwillige offers op dat tijdstip binnen de Tempel kunnen brengen.

De Gemara vraagt: Maar we zien dat iemand niet schuldig is voor een schuldoffer lisjmo. Waarom niet? We kunnen toch zeggen: aangezien het schuldoffer binnen de Tempel nu wel kan geofferd worden als bijvoorbeeld een brandoffer of als sjelamiem, is hij wel schuldig als hij het buiten de Tempel slacht?

De Gemara antwoordt: Een asjam [schuldoffer] behoudt zijn identiteit, tenzij het bewust binnen de Tempel ‘akira ondergaat, door het een andere bestemming te geven, maar dat kan niet als het buiten de Tempel geslacht wordt.

Samenvatting: We hebben drie meningen geleerd over ‘akira: 1. Rav Chisda: de Pesach-bestemming wordt verwijderd door het dier te slachten als sjelamiem. 2. Rav Rawin: Het verliest automatisch zijn bestemming. 3. R. Dimi: de Pesach-bestemming gaat verloren bij het slachten als sjelamiem, maar alleen als dat gebeurt binnen de Tempel, maar niet daarbuiten.