Archief Joma

Aanmelden

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Joma 64

Door Zwi Goldberg

Het sturen van de bok naar Azazel staat gelijk aan sjechita

Tora verbiedt om de moeder samen met haar zoon op dezelfde dag te slachten. Daarom moet men met een offerdier, waarvan de moeder die dag geslacht is, wachten tot de volgende dag.

In verband hiermee leren we in de Gemara een grote chidoesj [iets nieuws]: Rawa heeft gezegd dat als men de moeder van de bok die naar Azazel gestuurd wordt, slacht op Jom Kippoer, bijvoorbeeld omdat het vlees ervan nodig was voor een zieken, het dan verboden is om de bok – haar zoon – naar Azazel te sturen, wegens het verbod „dat [dier] zelf en het jong ervan” (Wajjikra 22:25).

De Gemara vraagt: Waarom is dit verboden? Ten slotte wordt de bok niet geslacht maar van een rots geduwd?

De Gemara antwoordt: In Erets Jisraël heeft men geleerd dat het duwen van de bok van de rots gelijk staat aan sjechita [slachten].

Welke bok wordt geofferd als er tweemaal geloot moet worden

De Misjna leert dat wanneer de bok voor Azazel doodgaat, nadat de loten voor de beide bokken getrokken zijn, er twee nieuwe bokken gebracht worden en er opnieuw geloot wordt. De Misjna vertelt echter niet welke van de twee bokken  voor Hasjem geofferd wordt en welke in de wei mag blijven grazen totdat hij een gebrek oploopt en daardoor ongeschikt wordt om te worden geofferd en verkocht mag worden.

Rav meent dat de bok van het eerste paar geofferd wordt, en dat de bok van het tweede paar uit grazen gezonden wordt.

R. Jochanan zegt dat de bok van het eerste paar uit grazen wordt gezonden en dat de bok van het tweede paar geofferd wordt.

De Gemara verklaart dat het meningsverschil draait om de vraag of verwerping geldt voor levende dieren. Dat wil zeggen, wanneer een dier ongeschikt wordt om te worden geofferd, doordat het een gebrek krijgt, nadat het gewijd was tot offerdier en het gebrek geneest, dan kan het alsnog geofferd worden. Rav meent dat dit ook geldt  als het dier om een andere reden ongeschikt is geworden, dat als de aanleiding daartoe niet meer bestaat, het dier weer geschikt wordt, omdat het niet permanent kan worden afgewezen. R. Jochanan daarentegen meent dat dit alleen geldt voor lichamelijke gebreken, maar dat het wel permanent kan worden afgewezen, wanneer het om een andere reden ongeschikt is geworden.

De Gemara heeft tot nu toe alleen nog maar uitgelegd dat de bok van het eerste paar niet ongeschikt is om te worden geofferd, als zijn maat voortijdig doodgaat.

De Gemara vraagt waarom Rav zegt dat de bok van het eerste paar gekozen moet worden, waarom mag de Kohen Gadol niet zelf beslissen welke van de beide dieren geofferd zal worden?

Rawa antwoordt dat Rav de mening van R. Jossi volgt, hetgeen inhoudt dat het een mitswa is om het eerste dier te kiezen, want we leren in een Misjna (Sjekaliem 3:2): Er zijn drie kisten met een inhoud van elk drie sea waar de munten uit de schatkamer van het Beit HaMikdasj  in gedaan worden en op deze kisten staan de letters alf, beit en gimmel geschreven. En R. Jossi heeft gezegd, de reden waarom die letters erop staan, is dat wij weten welke kist het eerst gebruikt moet worden, om van het geld dat erin zit offers te kopen, want het is een mitswa om de eerste kist eerst te gebruiken.

De Gemara geeft nog een andere bron voor de mening van Rav uit een Baraita: Wanneer een lam als Pesach-offer is aangewezen en het raakt verloren en de eigenaar wijst een ander lam als Pesach-offer aan, en daarna wordt het eerste lam teruggevonden, daarvan zeggen de Geleerden dat hij mag offeren welke hij wil. Maar Rabbi Jossi zegt: Het is een MItswa om de eerste te kiezen, maar als het tweede dier mooier is, is het een mitswa om het tweede te kiezen. Het is op deze uitspraak van R. Jossi betreffende Pesach dat Rav zich baseert voor Jom Kippoer.

Daf 64b

Rawa merkt op dat onze Misjna (op daf 62a) het standpunt van Rav lijkt te steunen, terwijl een Baraita het standpunt van R. Jochanan lijkt te steunen. De Misjna zegt namelijk dat als de bok voor Hasjem sterft nadat de Kohen Gadol de loten al getrokken heeft en er een nieuw stel bokken gebracht wordt: „Laat de bok waarop het lot van Hasjem valt, zijn plaats innemen.” [Dat betekent dat alleen het dode offerdier vervangen wordt, maar dat het overlevende dier van het oorsponkelijke paar nog gebuikt kan worden, het wordt niet verworpen (Rasji).] Dit is in overeenstemming met het standpunt van Rav.

En de Baraita is in overeenstemming met R. Jochanan, want de Misjna zegt: „De tweede laat men grazen.” En de Baraita zegt: het vers [Lev. 16:10) zegt: „En de bok, waarop het lot ‘voor Azazel’ gevallen is, zal levend geplaatst worden voor Hasjem.” Maar er staat niet: „De bok, wiens maat dood is, zal levend voor Hasjem worden geplaatst.”  Dus als de bok die geofferd moet worden, voortijdig doodgaat, wordt zijn maat niet naar Azazel gestuurd, maar de tweede bok van het tweede paar wordt naar Azazel gezonden. Er staat namelijk „zal worden geplaatst,” in de toekomende tijd, dus hij was nog niet geplaatst. Dat geldt alleen voor de bok van het tweede paar.

De mening van Rabbi Jehoeda

Rabbi Jehoeda zei verder nog [in onze Misjna op daf 62a), dat als het bloed van de bok die geslacht wordt verloren gaat, voordat het gespat werd, dat men dan de bok voor Azazel moet laten doodgaan.  En als de bok voor Azazel doodgaat, voordat het bloed van de andere bok gespat werd, dan wordt dat bloed uitgegoten.

De Gemara merkt op dat dit in overeenstemming is met de mening van R. Jochanan, die zegt dat levende dingen permanent verworpen kunnen worden, want dat verklaart waarom men de bok voor Azazel laat sterven, het was namelijk gedurende een bepaalde tijd ongeschikt en nu is het permanent ongeschikt. Maar Rav zegt dat levende dieren niet permanent verworpen zijn dus waarom moet die bok dan sterven?

Rav antwoordt dat hij inderdaad niet paskent volgens R. Jehoeda, maar volgens de Geleerden. En R. Jehoeda en de Rabbanan verschillen van mening over de vraag of levende dieren permanent verworpen kunnen worden.

R. Jochanan heeft het echter moeilijk om dit te verklaren en dat is de reden dat Rawa eerder zei dat de Misjna het standpunt van Rav weergeeft.