Archief Joma

Aanmelden

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Joma 67a

Door Zwi Goldberg

De begeleiding van de bok naar Azazel

De Misjna vervolgt de beschrijving van de tocht van de aangewezen man die de bok naar de rots Azazel brengt.

Misjna Sommigen van de notabelen van Jeruzalem begeleidden hem tot aan de eerste hut. [Er waren hutten  gemaakt langs de weg, waar de mensen vóór Jom Kippoer introkken, om de aangewezen man die de bok naar Azazel bracht, te begeleiden van de ene hut tot de volgende (Rasji).] Er waren tien hutten tussen Jeurzalem en de rots [waarvan de bok werd afgeduwd en die Tora Azazel noemt, een steile rots]. De afstand van Jeruzalem tot de rots was negentig riss, zeven en een halve riss per mil [dus 90º7½ = 12 mil = ± 12 km].

De Misjna vertelt verder dat in iedere hut de man eten en drinken kreeg aangeboden en dat men hem niet begeleidde van de laatste hut tot de rots, maar hem van verre gadesloeg. De man bond een rood lint aan de ene kant aan de horens van de bok en aan de andere kant aan een rots en duwde vervolgens de bok van de rots. Reeds halverwege de val was het in stukken gescheurd. Daarna wachtte hij tot de avond in de schaduw van de laatste hut. [De Tora (Lev. 16:26) zegt dat de persoon die de bok naar Azazel brengt, tamee wordt en ook zijn kleren. De Tanna Kamma zegt:] Hij wordt tamee vanaf het moment dat hij Jeruzalem verlaat. Rabbi Sjim’on zegt: vanaf dat hij de bok van de rots duwt.

De tien hutten

Gemara Een Baraita vermeldt een discussie over het aantal hutten tussen Jeruzalem en de rots:

R. Meïr zegt: er waren 10 hutten over een afstand van 12 mil.

R. Jehoeda zegt: er waren 9 hutten over een afstand van 10 mil.

R. Jossi zegt: er waren 5 hutten over een afstand van 10 mil en ze waren bereikbaar door middel van een eroev techoemiem [1 mil = 2.000 amma, dus 10 mil is 20.000 amma, dus de onderlinge afstand van de 5 hutten was 4.000 amma. Iedere volgende hut lag dus buiten de 2.000 amma techoem-Sjabbat, maar de bewoners van iedere hut maakten een eroev techoemiem van 2.000 amma tot de volgende hut, zodat zij die op Jom Kippoer konden bereiken.]

De Gemara vraagt: De Misjna zegt dat de mensen uit de laatste hut de man niet tot de rots begeleidden, maar hem van verre gadesloegen. Welke van de drie genoemde Tannaïem zegt dat?

De Gemara antwoordt: Dat moet R. Meïr zijn, want de de mensen kunnen volgens R. Jehjoeda en volgens R. Jossi wel de rots bereiken, maar volgens R. Meïr niet. [De laatste 2 mil ligt buiten de techoem.]

Het aanbod van voedsel en drinken

De Misjna vertelt verder dat in iedere hut de man eten en drinken kreeg aangeboden. Een Baraita vertelt dat de mannen die de bokken wegbrachten naar Azazel dit voedsel en drinken nimmer aannamen.

De Gemara vraagt: Waarom werd het hen dan aangeboden?

De Gemara antwoordt: Het feit dat hij voedsel beschikbaar had, maakte hem het vasten makkelijker en zo hoefde hij zijn vasten niet te breken. Maar iemand die geen voedsel en drinken heeft, voelt de honger en de dorst sterker.

Het rode lint

De Gemara vraagt: Waarom werd het lint half aan de rots en half aan de horens van de bok bevestigd?

De Gemara antwoordt: Wanneer het lint alleen aan de rots zou worden bevestigd en het zou wit worden, voordat hij de bok van de rots geduwd had, zou hij de bok misschien niet meer van de rots duwen en als hij het lint alleen aan de horens zou hebben vastgemaakt, zou de man, nadat de bok in het ravijn gevallen was en de kop onder zijn lijf terecht was gekomen, misschien het lint niet meer kunnen zien.

Een Baraita vertelt dan men oorspronkelijk het rode lint aan de deur van de Olam vastmaakte, maar als het lint niet wit werd, werd het volk bedroefd  en wanhopig. Daarop besloten de Geleerden dat het lint uit het gezicht van het volk zou worden vastgebonden.

De ledematen van de bok voor Azazel

De Misjna zegt: Reeds halverwege de val was de bok in stukken gescheurd.

De Gemara vraagt: Mag men profijt hebben van de ledematen van de bok? [Het Tora-verbod om profijt te hebben van offer-dieren eindigt zodra de dienst ermee voldaan is.]

De Gemara antwoordt: Dat is onderwerp van discussie tussen Rav en Sjmoeël. De één zegt dat het mag [want de dienst is ermee beëindigd], de ander zegt dat het verboden is [want de bok is een uitzondering op de regel].