Archief Megilla

Aanmelden

 zondag 11 februari 2007

 23 Sjewat 5767

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Megilla 4

Door Zwi Goldberg

vorige daf

volgende daf

Ommuurde steden uit de tijd van Jehosjoea bin Noen

Rabbi Jehosjoea ben Levi heeft gezegd: Lod, Ono en Gai Hecharasjiem waren in de tijd van Jehosjoea om­muurde steden. [En dus lezen zij de Megilla op de 15de.]

De Gemara vraagt:  Is dat zo? Twee van deze steden, Ono en Lod werden gebouwd door Elpa’el, zoals staat geschreven in I Kronieken 8:13: „Alpa’el s zonen waren Ever, Mesja’am en Sjamed; hij bouwde Ono en Lod.” En een ander vers [II Kronieken 16:6] suggerert dat ze door Asa werden gebouwd.

R. Elazar antwoordt: Zij werden gebouwd in de dagen van Jehosjoea bin Noen, verwoest in de oorlogen tussen de Stam Binjamin en de andere stammen tijdens de gebeurtenis rondom de concubine van Giv’a en Elpa’el herbouwde ze. Zij werden daarna opnieuw verwoest en Asa bouwde ze weer op. En een aanwijzing hiervoor is te vinden in het vers [II Kronieken 14:6]: „En hij [Asa] zei tegen Jehoeda: Laten we deze steden bouwen.” Door ze ‘steden’ te noemen, gaf hij aan dat ze daarvoor al als steden bekend waren.

De verplichting om de Megilla te lezen

Rabbi Jehosjoea ben Levi heeft gezegd: Ook vrouwen moeten de Megilla lezen, want zij waren ook betrokken bij het wonder [Haman wilde alle Joden, jong en oud, kinderen en vrouwen uitmoorden (Ester 3:13), dus zij werden ook gered door het wonder (Rasji).]

Rabbi Jehosjoea ben Levi heeft ook gezegd: Wanneer Poeriem op Sjabbat valt [en de voorlezing van de Megilla op donderdag of vrijdag gebeurt (Ritva)], moet men toch lezingen houden over Poeriem op die Sjabbat.

De Gemara vraagt:  Waarom vermeldt hij dit? Dat moet toch op iedere feestdag. Een Baraita zegt namelijk dat Mosjé heeft ingesteld dat de rabbijnen op iedere feestdag, Pesach, Sjawoe’ot en Soekot, lezingen moeten geven over de wetten van die dag. [Als men op Pesach, waar men 30 dagen van te voren al over de wetten van Pesach moet leren en praten, ook op de dag zelf over de wetten moet praten, hoeveel te meer dan ook op Poeriem, waar dat voor­schrift, om 30 dagen van te voren er al over te leren, niet bestaat (Ritwa).]

De Gemara antwoordt: Rabbi Jehosjoea ben Levi vermeldt deze verplichting expliciet, omdat we anders zouden kunnen denken, dat het op Sjabbat verboden is om over Poeriem te vertellen [uit angst dat men een Megilla over publiek terrein zou vervoeren. Want dat is, zo leert Rabba verderop, de reden waarom op Sjabbat niet uit de Megilla gelezen worden. Eruit lezen is op Sjabbat verboden, erover leren is toegstaan.]

Rabbi Jehosjoea ben Levi heeft ook gezegd: Men is verplicht de Megilla ’s avonds te lezen en dat overdag lisjnota − te herhalen. We leren deze verplichting van het vers [Tehilliem 22:23]: „Mijn G-d, ik roep U aan bij dag, maar U antwoordt niet; en bij nacht, maar daar is geen stilte voor mij.”

De studenten dachten dat lisjnota [dat twee betekenissen heeft: ‘voor de tweede maal’ en ‘leren’] betekent dat men overdag de Misjna over de Megilla moet leren. Maar Rabbi Jeremia verklaarde hun dat hij geleerd had dat men het lezen van de Megilla moet herhalen.

Rabbi Chelbo leerde ook dat men de Megilla ’s avonds moet lezen en de volgende dag moet herhalen. Hij leert dat van het vers ]Tehilliem 30:13]: „Opdat mijn ziel voor U zal zingen  en nimmer zal zwijgen.”

Dorpsbewoners lezen op de dag van hun verzameling

De Misjna zegt dat dorpsbewoners op een eerdere dag de Megilla mogen lezen, namelijk op de dag van hun verzame­ling.

Rabbi Chanina heeft gezegd: wij waren soepel voor de dorpsbewoners, opdat zij vrij zouden zijn om voedsel en water te leveren op Poeriem aan de stadsbewoners.

Daf 4b

De Gemara vraagt: Was dit werkelijk ingesteld opdat zij de stadsbewoners konden helpen? De Misjna zegt dat als de 14de op een maandag valt, de dorpelingen en stadsbewoners op die maandag de Megilla lezen. Welnu, wanneer de dorpsbewoners de stadsbewoners moeten helpen op de 14de, laten de dorpsbewoners het ook dan vroeger lezen [d.w.z. op de donderdag daaraan voorafgaand].

De Gemara antwoordt: Dan zouden ze het op de 10de moeten lezen en de Misjna zegt niets over de 10de Adar.

Een nieuwe aanval op Rabbi Chanina: De Misjna zegt: als de 14de Adar op een donderdag valt, dan lezen zowel de dorps- als de stadsbewoners het op die donderdag. Welnu, als de dorpsbewoners de stadbewoners op de 14de van eten en drinken moeten voorzien, laten ze dan op de maandag daaraan voorafgaand lezen, dat is dan de 11de Adar [en die dag wordt wel genoemd in de Misjna].

De Gemara antwoordt: We verschuiven het lezen niet van de ene dag van verzameling naar een andere dag van verza­me­ling.

Een nieuwe aanval op Rabbi Chanina: De Misjna op daf 5a leert: Rabbi Jehoeda heeft gezegd: dorpsbewoners mogen alleen de lezing van de Megilla naar voren schuiven in dorpen waar de bewoners gewend zijn op maandag en donderdag de stad te bezoeken, maar als zij dat niet gewend zijn, dan moeten zij het op de 14de lezen. Het is duidelijk dat hier geen rekening gehouden wordt met de belangen van de stadsbewoners.

Het is nu duidelijk dat de weergave van de uitspraak van Rabbi Chanina onjuist is. De Gemara geeft nu een verbeterde versie van de uitspraak van Rabbi Chanina: De regeling werd ingesteld omdat de dorpsbewoners voedsel en water leveren aan de steden, d.w.z. als een beloning voor hun diensten. [Het werd ingesteld om de dorpsbewoners een extra tocht naar de stad te sparen, maar als de 14de op maandag of donderdag valt, hebben zij er geen profijt van als de lezing van de Megilla naar een vroegere datum verschoven wordt.]

De dagen van de week waarop de Megilla gelezen wordt

De Gemara vraagt: De Misjna begint met te zeggen dat de Megilla gelezen kan worden op de 11de, 12de, 13de, 14de en de 15de Adar. Daarna zegt de Misjna: als de 14de op een maandag valt, leest men op die maandag, i.e. de 14de. Als het op een dinsdag valt, leest men op maandag, dat is de 13de. Als het op woensdag valt, leest men ook op maandag, de 12de. Dus nu staan de dagen van de maand in omgekeerde volgorde.  Waarom is dat?

De Gemara antwoordt: Wanneer de Misjna de volgorde van de maand zou aanhouden, zou dat verwarrend werken. [Er had dan moeten staan: Als de 14de op een zondag valt, lezen ze op de 11de; als het op een Sjabbat valt, leest men het op 12de, als het op een vrijdag valt, lezen ze het op de 13de, enz. Dit is verwarrend.]

De Gemara vraagt: Volgens wie is de Misjna, volgens Rebbi of volgens R. Jossi?

De Gemara antwoordt: Baraita Eén leert: Als de 14de op vrijdag valt, lezen de dorps- en stadsbewoners op donderdag en de bewoners van ommuurde steden op vrijdag. Rebbi zegt: ook de stadsbewoners lezen dan [ook] op vrijdag.  Dit komt overeen met de Misjna, dus de Misjna kan van Rebbi zijn.

De Gemara vraagt: Waarom zegt de Tanna Kamma van de Baraita dat de stadsbewoners in dat geval op donderdag lezen?

De Gemara antwoordt: Omdat in Ester 9:27 staat: dat men twee dagen moet vieren [de 14de en de 15de]… ieder jaar.” D.w.z. dat de niet-ommuurde steden ieder jaar lezen op de dag vóór de dag waarop de ommuurde steden lezen. [Dus wanneer de ommuurde steden op vrijdag de 14de lezen, moeten de niet-ommuurde steden het op donderdag de 13de lezen.]

De Gemara werpt tegen: We kunnen dat vers 9:27 ook anders interpreteren: zoals ieder jaar de steden op de 14de lezen, zo lezen zij het ook als de 14de op vrijdag valt.

De Gemara antwoordt: Dat is dit jaar in strijd met de eerdere regel, dat de stadsbewoners het een dag vóór de ommuurde stadsbewoners lezen.

[Dus er zijn twee regels af te leiden van het vers: 1. Stadsbewoners lezen altijd een dag vóór de ommuurde stadsbe­woners; 2. Stadsbewoners lezen altijd op de 14de. [De Tanna Kamma meent dat de eerste regel voorrang heeft boven de tweede in geval dat zij met elkaar strijdig zijn en Rebbi meent dat in dat geval de tweede regel voorrang heeft.]

We hebben nu geleerd dat de Misjna de mening van Rebbi kan weergeven. De Gemara gaat nu bewijzen dat de Misjna de mening van Rabbi Jossi kan weergeven:

Baraita Twee: Als de 14de Adar op een vrijdag valt, dan lezen de bewoners van ommuurde steden op vrijdag en dorps- en stadsbewoners op donderdag. Rabbi Jossi zegt: de stadsbewoners lezen op vrijdag.

De Gemara presenteert vervolgens dezelfde redenering als hierboven en komt tot de conclusie dat de Misjna de mening van Rabbi Jossi weergeeft.

In de eerste Baraita zegt Rebbi dat de stadsbewoners op vrijdag lezen. In de volgende, de derde Baraita geeft Rebbi een andere mening weer: Als de 14de Adar op Sjabbat valt, lezen dorpsbewoners op donderdag, stadsbewo­ners op vrijdag en bewoners van ommuurde steden op zondag de 15de. Rebbi zegt: nu de stadsbewoners niet op de 14de kunnen lezen, omdat die op Sjabbat valt, verschuiven we ze naar donderdag. Dus hier zegt Rabbi dat het wel mogelijk is om de stadsbewoners op een andere dag te laten lezen dan de 14de, terwijl in de eerste Baraita Rebbi zegt dat stadsbewoners altijd op de 14de lezen. De uitspraken van Rebbi zijn met elkaar in strijd!?

De Gemara antwoordt: De Baraitot zijn niet met elkaar te vergelijken. In de eerste Baraita viel de 14de op vrijdag en in de laatste Baraita viel hij op Sjabbat.

Rav Chelbo heeft gezegd dat Rav Hoena gezegd heeft: als de 14de Adar op Sjabbat valt, dan lezen alle plaatsen de Megilla op donderdag.

De Gemara werpt tegen:  Alle plaatsen? De ommuurde steden kunnen het gewoon op de 15de lezen, op zondag.

De Gemara antwoordt: Rav Chelbo bedoelde: alle plaatsen die naar een andere dag verschoven moeten worden, lezen het op donderdag.

De Gemara vraagt: Wiens mening wordt er weergegeven door Rav Hoena?

De Gemara antwoordt: Rebbi.

De Gemara vraagt: Waarom mag de Megilla niet op Sjabbat gelezen worden?

Rabba antwoordt:  Iedereen is verplicht de Megilla te lezen, maar niet iedereen kan dat. Nu zijn we bang dat iemand, als Poeriem op Sjabbat valt, met zijn Megilla in de hand over resjoet harabbiem [publiek terrein] naar een leraar gaat, om van hem te leren hoe hij het moet lezen.

De Gemara vult aan: En dit is ook de reden waarom we niet op de Sjofar blazen als Rosj Hasjana op Sjabbat valt en waarom we de Loelav niet vasthouden als Soekot op Sjabbat valt.

Een ander antwoord (Rav Joséf): Op Sjabbat kan men geen matanot èvioniem – geschenken aan de armen – geven. Deze mening wordt ondersteund door een Baraita.