Archief Megilla

Aanmelden

 13 februari 2007

 25 Sjewat 5767

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Megilla 6

Door Zwi Goldberg

vorige daf

volgende daf

De identificatie van bepaalde steden

In Jehosjoe’a 19:35 worden een aantal ommuurde steden genoemd, o.a. Chamat, Rakat en Kineret.

Rabbi Jochanan zegt: Chamat is Teweria [Tiberias] en het werd Chamat genoemd vanwege de warmwaterbronnen die daar zijn [cham = warm]. Rakat is Tsippori en het werd Rakat genoemd omdat het verhoogd ligt, als de oever van een rivier [rakat = rivieroever]. En Kineret is Ginosar en het werd Kineret genoemd omdat zijn vruchten zo zoet zijn als het geluid van een harp [kinor = harp].

De Gemara toont aan dat Rabbi Jochanans vertaling van Rakat onjuist is. Wanneer de stoffelijke resten van Tora-geleerden uit Babylonië naar Teweria gebracht werden, om daar te begraven, dan werd in hun grafrede Teweria Rakat genoemd. Dus Rakat is Teweria.

Rawa zegt: Chamat is Chamei Gerar en Rakat is Tiberias en Kineret is Ginosar. Tiberias werd Rakat genoemd, omdat zelfs de leeghoofden daar vol mitswot waren, zoals een granaatappel vol is met zaden [reik =leeg.]

R. Jeremia heeft een andere mening: Rakat is de ware naam en het wordt Tiberias genoemd omdat het in het centrum van het land ligt, als een navel in een lichaam [taboer = navel].

Rabba zei: het heet Teweria omdat het er zo goed uitziet [tov reïa = goed uitzicht].

[Misschien komt Teweria  van het woord tav’era dat ‘vuur’ of ‘warmwaterbron’ betekent en in Tiberias worden warm­waterbronnen gevonden (Zwi).]

Zeira heeft gezegd: [niet Rakat is Tsippori, zoals R. Jochanan gezegd heeft, maar] Kitron is Tsippori en het wordt Tsippori genoemd omdat het als een vogel [tsippor]  hoog op een berg ligt.

De Gemara werpt tegen: Kitron lag in het gebied dat G-d aan de stam Zewoeloen had toegewezen en Zewoeloen was niet tevreden met zijn lot, omdat al zijn land uit heuvels en bergen, rivieren en meren bestond, terwijl dat van zijn broeders vruchtbare grond was. Maar G-d verzekerde hem dat al zijn broeders van hem afhankelijk zouden zijn, omdat alleen in zijn gebied de chilazon gevonden werd [een zeediertje dat de bergen opklimt en waaruit de zeer kostbare kleurstof techelet gewonnen wordt, die nodig is voor de vervaardiging van tsietsiet (Rasji)].

In ieder geval, als Kitron Tsippori is, dan had Zewoelon niets te klagen want Tsippori is een uitgelezen plaats. Dus waarom klaagde hij dan?

Een suggestie: Misschien vloeit er in Tsippori geen melk en honing?

De Gemara werpt tegen: Reisj Lakisj getuigt dat hij daar ongewoon veel melk en honing zag.

Een andere suggestie: Misschien hadden de andere stammen meer?

De Gemara werpt tegen: Rabba bar bar Chana getuigt dat hij gezien heeft dat de hoeveelheid melk en honing van Tsippori onevenredig groot is in vergelijking met het hele land Israël.

De Gemara antwoordt: Hoewel Kitron= Tsippori in het land van Zewoeloen lag, klaagde hij, omdat hij landerijen en wijngaarden wilde hebben, en die had hij niet, zoals blijkt uit het vers [Richteren 5:18]: Naftali was op de hoge velden.”

R. Abahoe: In Zefanja 2:4 staat: Ekron zal vernietigd worden.” Ekron is Caesaria van Edom, dat gelegen is tussen zandbanken en het was in de tijd van de Griekse overheersing als een dolk in de rug van de Joden, totdat de Chasmonaïem het veroverden. [Het woord Ekron komt van het woord akar – ontwortelen.] Caesaria was een grote stad die later door de Romeinen veroverd werd en toen de zetel werd van Romeinse koningen [of gouverneurs].

Israël en Edom

Rav Jitschak zei: Caesaria en Jeruzalem zullen nimmer allebei tegelijk verwoest worden. Als de een verwoest is, staat de ander nog overeind, zoals blijkt uit het vers [Genesis 25:23]: En de ene natie zal machtiger zijn dan de ander.” [Dit is de profetie die aan Rivka verteld werd over de tweeling in haar buik, Ja’akov en Esav, die ook Edom genoemd wordt en de Romeinen worden beschouwd als de nakomelingen en erfgenamen van Edom.]

Jesjajahoe 26:10: Laat aan de booswicht gunst getoond worden, dan toch zal hij geen rechtvaardigheid leren; in het land van de rechtvaardigen zal hij kwaad doen en hij zal de Majesteit van Hasjem niet aanschouwen.” Rav Jitschak verklaart het vers aldus: Dit was een discussie tussen Jitschak en Hasjem.

Jitschak vroeg of Hasjem genadig voor Esav wilde zijn, maar Hasjem antwoordde dat hij een booswicht is.

Is er dan niets rechtvaardigs aan hem”? vroeg Jitschak.

Hasjem antwoordde hem: Zelfs in het land van de rechtvaardigen zal hij zich slecht gedragen.” [D.w.z. hij (Rome) zal Jeruzalem verwoesten.]

Jitschak antwoordde: In dat geval zal hij de Majesteit van Hasjem niet aanschouwen.”

Een verklaring van een ander vers [Tehilliem 140:9]: Hasjem, geef niet toe aan de verlangens van de booswicht en verwijder niet zijn neusring, zodat hij zijn gang kan gaan.” Ja’akov vroeg aan Hasjem dat hij Esav niet zijn gang zou laten gaan.

Daf 6b

Verwijder niet zijn neusring,” dat slaat op Germamia [de Gaon van Wilna zegt dat dit Gemania, Duitsland is], want als zij de kans krijgen vernietigen zij heel de wereld! Germamia is een provincie van Edom.

R. Chama bar Chanina heeft gezegd: Er zijn driehonderd vorsten in Germamia en 365 opperhoofden in Rome. En iedere dag ontmoeten zij elkaar en dan wordt er een gedood en dan moet er een nieuwe worden aangesteld. [Zo wordt Gemamia bezig gehouden met de benoeming van nieuwe vorsten en dat voorkomt dat zij de wereld veroveren. Dat is hun neusring. Wanneer al die staatjes van Germamia onder één leider komen, dan breekt de hel los.]

Nog een uitspraak van R. Jitschak: Als iemand zegt dat hij in Tora gezwoegd heeft, maar niet geslaagd is, geloof hem dan niet, en als iemand zegt dat hij zonder zwoegen met Tora geslaagd is, geloof hem dan ook niet. Maar als iemand zegt dat hij in Tora gezwoegd heeft en daarin slaagde, dan mag je hem geloven. [Want alleen iemand die hard Tora stu­deert, slaagt erin dat meester te worden.] Dit betreft het begrijpen van Tora, maar om het te onthouden, moet men de hulp van de Hemel hebben, zoals ook in zaken: om succes in zaken te hebben heeft men hulp van de Hemel [mazal] nodig.

Rabbi Jitschak zei ook: Als je ziet dat een booswicht succes heeft, strijdt dan niet met hem, want er staat geschreven [Tehilliem 37:1]: Strijdt niet met hem.” En hij zal succesvol zijn, hij zal in rechtzaken steeds winnen en hij zal zijn vijanden zien vallen [volgens ib. 10:5].

De Gemara werpt tegen: Rabbi Jochanan heeft het anders gezegd: Het betekent niet Strijdt niet met hem”, maar „Concurreer niet met hem”, d.w.z. probeer niet te zijn als hij.

Dat wil zeggen, in aardse aangelegenheden moet je niet met hem strijden, maar over Tora moet je met hem strijden.

En een andere verklaring voor de tegenstelling tussen de uitspraken van R.Jitschak en R. Jochanan: alleen een waarlijk rechtvaardig persoon kan met een booswicht strijden. Want:

Habbakuk 1:13: De booswicht verzwelgt degene die meer rechtvaardig is dan hij.” Maar de tsaddiek gamoer – de volledig rechtvaardige, daar heeft hij geen vat op.

Oela heeft gezegd: Italia van Jawan, dat is Rome. [Toen Menasje, koning van Jehoeda, een afgodsbeeld in de Tempel zette, wierp de engel Gabiël een speer in de zee, waaromheen in de loop der tijd zich zand afzette, zodat op den duur een eiland ontstond, waarop de stad Italia gebouwd werd (Rasji).]. Oela gaat verder en beschrijft de enorme afmetingen van die stad en zijn markten, zijn badhuizen en andere bouw-kenmerken.

In een schrikkeljaar

Misjna [In een schrikkeljaar is er een extra maand Adar] Wanneer men in de eerste maand Adar de Megilla al gelezen heeft en er wordt vervolgens een extra maand Adar toegevoegd, dan moet men de Megilla nogmaals lezen in de tweede maand Adar.

Er is geen verschil tussen de eerste Adar en de tweede Adar, behalve voor wat betreft het lezen van de Megilla en de giften aan de armen.

Gemara Als het enige verschil de Megilla en de giften aan de armen is, dan hoeft en dus ook niet de vier speciale parasjiot  opnieuw lezen. [Vlak voor en tijdens Adar worden vier speciale afdelingen van Tora gelezen: Parasjat Sjekaliem, Parasjat Zachor, Parasjat Para en Parasjat HaChodesj.]

In een Baraita hebben drie Tannaïem drie andere meningen dan de Misjna:

– Tanna Kamma: Alle mitswot die gelden voor de tweede Adar, gelden ook voor de eerste Adar, behalve het lezen van de Megilla.

Rabbi Eliëzer de zoon van R. Jossi: Men hoeft de Megilla niet nogmaals te lezen.

Rabban Sjim’on ben Gamliël: Men moet het opnieuw lezen, want geen van de mitswot van de tweede Adar gelden voor de eerste Adar.

men vast niet en houdt geen grafredes op de 14de en de 15de  van beide Adars.

De Gemara vraagt: Wat is het verschil tussen de Tanna Kamma en Rabban Sjim’on ben Gamliël?

Antwoord (Rav Papa): Volgens de Tanna Kamma hoeft men de 4 parasjiot niet opnieuw te lezen, volgend Rabban Sjim’on ben Gamliël wel.

De Misjna is niet volgens de Tanna Kamma, want die zegt dat men de giften voor de armen niet hoeft te herhalen, hetgeen volgens de Misjna wel moet.

De Misjna is ook niet volgens R. Eliëzer bar R. Jossi, die zegt dat men zelfs de Megilla niet hoeft te herhalen, hetgeen volgens de Misjna wel moet.

De Misjna is ook niet volgens Rabban Sjim’on ben Gamliël, die zegt dat zelfs de 4 parasjiot herhaald moeten worden.

De Gemara werpt tegen: De Misjna is wel volgens de Tanna Kamma, en hij bedoelt dat de giften aan de armen bij het lezen van de Megilla horen en dus ook herhaald moeten worden, zoals ook in de Misjna staat. [De armen verwachten na afloop van de voorlezing van de Megilla hun giften te krijgen.]

Alternatief, de Misjna is volgens Rabban Sjim’on ben Gamliël en de Misjna bedoelt dat de vier parasjiot over gelezen moeten worden.

Halacha: De Halacha is volgens Rabban Sjim’on ben Gamliël: alles moet in de tweede Adar gebeuren en wat men in de eerste Adar deed, heeft geen betekenis.

En de reden van Rabban Sjim’on ben Gamliël: ieder jaar wordt Poeriem gevierd in de maand die het dichtst bij Nissan ligt, zodat op die manier de verlossing van Pesach onmiddellijk na de verlossing van Poeriem volgt.

En een andere reden is gebaseerd op het vers (9:29): …om deze tweede brief te bekrachtigen omtrent Poeiem.” [Het woord ‘tweede’ is een referentie aan de tweede Adar.]