Archief Megilla

Aanmelden

 29 februari 2007

 1 Adar 5767

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Megilla 12

Door Zwi Goldberg

vorige daf

volgende daf

De misrekening van de 70 jaar

Rawa zei dat er nog twee jaar mistte aan de berekening van Achasjveros, omdat sommige jaren geen volledige jaren waren. Een Baraita toont dat aan dat er nog een jaar miste: Belsjazar miste een jaar en dat vulde Darius aan. Dus de koningen van Babylonië regeerden bij elkaar maar 69 jaar, niet 70 jaar.

Rawa: Zelfs Daniël vergiste zich [Dan. 9:2]: „In het eerste jaar van zijn regering overwoog ik de berekening.” Het woord ‘Overwoog’ duidt erop dat hij zich vergist had.

Twee vrezen spreken elkaar tegen: Jeremiahoe staat: „Wanneer de jaren van Babylon compleet zijn.” En in Daniël staat: „Als de 70 jaar vanaf de ruïnes van Jeuzalem compleet zijn.” Wanneer begonnen die 70 jaar, vanaf dat Babylon regeerde over Jeruzalem of vanaf dat Jeruzalem verwoest werd?

De Gemara (Rawa) antwoordt: De overheersing van Babylon eindigde met Darius’ verovering van Babylon en de Joden begonnen terug te keren naar Jeruzalem, maar de Tempel werd pas 18 jaar later herbouwd.

Het feestje van Achasjverosj

Ester 1:3: „In het derde jaar gaf hij een maaltijd voor …het leger van de perzen en Mediërs de edelen…” maar verderop [10:2] staat er: „…voor de koningen van Perzi:e en Medië.”

Rawa verklaart de tegenstelling: Zij maakten een overeenkomst onderling: Wanneer er koningen oner ons zullen zijn, zullen er edelen onder jullie zijn en vice versa. [De ene keer zat een Pers op de troon en een Mediër regeerde in de provincies, en de volgende keer andersom.]

De Megiilla gaat verder [1:4]: „Terwijl hij de rijkdom van zijn koninklijke heerlijkheid toonde.” Rabbi Jossi bar Chanina leert hiervan dat hij de kleren van de Kohen Gadol aantrok, want zowel hier als in Sjemot 28:2 over de Kohen Gadol staat er geschreven: „Voor luister en pracht.”

Ester 1:5: „En bij het volzijn van deze dagen maakte de koning een feest voor de bewoners van Sjoesjan.” [Dus hij nodigde eerst de inwoners van landen verweg uit, en pas daarna de inwoners van zijn eigen stad.] Rav en Sjmoeël verschillen hierover van mening: De een zegt: dat was slim van hem, door eerst de bewoners van de verafgelegen landen tevreden te stellen, de bewoners van zijn eigen stad waren makkelijker te beheersen. De ander zegt: het was dwaas van hem zo te handelen, hij had de mensen uit Sjoesjan eerst moeten te vreden stellen, zodat zij hem zouden steunen als de inwoners van de landen verweg tegen hem in opstand zouden komen.

Waarom de vijanden van de Joden verdienden vernietigd te worden

De leerlingen van R. Sjim’on ben Jochai vroegen: Waarom verdienden de Joden van die generatie te worden vernietigd?

R. Sjim’on: Wat is jullie eigen antwoord?

Zij antwoordden zelf: Omdat zij genoten van de maaltijd van die booswicht [Achasjveros].

R.Sjim’on: Dan hoefden alleen de Joden van Sjoesjan worden gedood, niet de Joden in de rest van de wereld!

Leerlingen: Wat was dan de reden?

R. Sjim’on: Omdat zij bogen voor een afgodsbeeld [de Tanach vermeldt alleen dat Chananja, Misjael en Azarja niet voor het afgodsbeeld bogen, dus boog de rest van het volk er kennelijk wel voor].

Leerlingen: Waarom werden de Joden dan gered?

R. Sjim’on: Ze deden maar net als of, want zij waren bang voor Newoechadnetsar [maar ze bogen niet uit overtuiging voor het afgodsbeeld] en dus deed Hasjem ook alleen maar alsof hij hen wilde vernietigen.

De beschrijving van het feest

Ester 1:5: „…een maaltijd in de voorhof van de tuin van het paleis.”

Rav en Sjmoeël hebben hierover een discussie: De een zei: wie waardig was voor het voorhof, zat in de voorhof, wie waardig was voor de tuin, zat in de tuin en wie waardig genoeg was voor het paleis, zat in het paleis. De ander verklaart: hij plaatste hen allen in de voorhof, maar die was niet groot genoeg. Toen plaatste hij hen allen in de tuin, maar die was ook niet groot genoeg. Toen plaatste hij hen allen in het paleis en daar pasten ze allenmaal in. Een Baraita hefet een andere verklaring: hij plaatste ze allemaal in de voorhof en hij maakte twee openingen voor hen, één naar de tuin en één naar het paleis.

Ester 1:6:  Choer, karpas en techelet  hingen aan zilveren stangen en marmeren pilaren, rustbedden van goud en zilver stonden op een vloer van bahat wasjeesj wedar wesocharet.”

Wat is choer? Rav antwoordde: tapijten met veel gaten erin [het woord choer komt van ‘chor’ − gat].

Sjmoeël antwoordde: het is witte wol [chiwar = wit in het Aramees].

Wat is karpas? R. Jossi bar Chanina zei: kussens van fijne wol.

Betreffende de zilveren en gouden bedden:

Een Baraita: R. Jehoeda zegt: wie waardig was voor zilver, zat op zilver en wie waardig was voor goud zat op goud.

R. Nechemja vroeg: Maar dat geeft jaloezie tijdens het feestmaal! Echter: de bedden waren van zilver en de poten van goud.

Rav Asji: de vloer was geplavuisd met zeer kostbare stenen, zeer gezocht. [Bahat = albast, sjeesj = marmer.]

Voor dar en socharet worden verschillende suggesties gedaan. Het waren kostbare stenen.

 

Vers 1:7: Men gaf te drinken in verschilldende [sjoniem] gouden bekers en de koninklijke wijn was in overvloed.”

 Waarom staat er sjoniem en niet mesjoniem, hetgeen gramaticaal juister is?

Rawa: Een stem uit de hemel zei: Belsjazar werd vernnietigd omdat hij de bekers uit het Heiligdom had gebruikt, en nu herhaal [sjoniem] jij zijn misdaad!

Vers 1:8: Het drinken was volgens de voorschriften, niemand werd gedwongen.” Volgens de voorschriften van Tora, d.w.z. er was meer voedsel dan drank. En iedereen kreeg de wijn v an zijn land, waaraan hij gewend was.

Vers 1:9: Ook Koningin Vasti had een maaltijd aangericht voor de vrouwen in het koninklijk paleis.”

Vraag: Was het niet beter als zij dat gedaan had in het vrouwenhuis?!

Antwoord: Zij en Achasjveros waren allebei iets immoreels van plan.