Archief Megilla

Aanmelden

 dinsdag 20 februari 2007

2 Adar 5767

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Megilla 13

Door Zwi Goldberg

vorige daf

volgende daf

Verklaring van namen

We hebben op de vorige daf gezien hoe de stammen Jehoeda en Binjamin met elkaar om de eer streden, van wie Mordechai afstamde. Rawa zegt echter dat de Gemeente Israël daar helemaal niet zo positief over dacht. Doordat David, van de stam Jehoeda, Sjimi de Binjaminiet niet doodde [nadat hij Koning David bespot had (zie II Samuel 16:7-13 en I Koningen 2:8-9)], kon daar Mordechai uit voortkomen, die Haman provoceerde, hetgeen ons een hoop last veroorzaakte. En Koning Sjaoel, een Binjaminiet, die Agag, de koning van Amalek niet doodde [zie I Samuel 2:9], veroorzaakte daarmee dat Haman, een nakomeling van Amalek, de Joden onderdrukte.

Een andere verklaring waarom Mordechai, een Binjaminiet, een Jehoedi genoemd wordt: R. Jochanan zegt: iedereen die afgoderij verwerpt, wordt een Jehoedi genoemd. [De naam Jehoeda is samengesteld uit de vier letters van de Naam van Hasjem en nog een joed.] Zo ook werden Chananja, Misjael en Azarja ‘Jehoediem’ genoemd, omdat zij weigerden voor het afgodsbeeld van Newoechadnetsar te buigen [zie Daniël 3:12].

De namen van Mosjé

R. Sjim’on ben Pazzi verklaart de namen in I Kronieken 4:18: En zijn Joodse vrouw [Jehoedia] baarde Jèred, de vader van Gedor, en Chèwer, de vader van Socho, en Jekoetiël, de vader van Zenoach en dit zijn de zonen van Bitja, de dochter van Par’o, die Mèred nam.”

Vraag: Waarom wordt ze Jehoedia genoemd, als haar naar Bitja was? Omdat zij afgoderij verafschuwde, want de dochter van Par’o wilde baden in de rivier” [Sjemot 2:5] om zich te reinigen van afgoderij. [Om tot het Jodendom toe te treden (Rasji).]

Vraag: Alle drie de namen Jèred, Gedor en Chèwer zijn namen voor Mosjé, maar zij baarde Mosjé helemaal niet, zij voedde hem alleen maar op?

Antwoord: Wie een weeskind in huis neemt, wordt beschouwd alsof het zijn eigen kind is.

Mosjé wordt Jèred genoemd omdat hij het manna omlaag bracht [jarad].

Hij wordt Gedor genoemd, omdat hij een omheining maakte [gadar] voor de overtredingen van Israël [door hen de Tora te geven, waarmee hun gedrag gecorrigeerd werd].

Hij wordt Chèwer genoemd omdat hij Israël verbond [chibeer] met hun Hemelse vader.

Hij wordt Socho genoemd omdat hij een beschermende dekking [soeka] voor hen was.

Hij wordt Jekoetiël genoemd omdat Israël door hem met hoop naar G-d keek [Kiwoe leE-l].

Hij wordt Zenoach genoemd omdat hij de zonden van Israël afwierp [zanoach], d.w.z. door zijn gebeden vergaf G-d hun zonden.

Dus ook de in het vers genoemde drie zonen Gedor, Socho en Zenoach waren namen voor Mosjé. Waarom worden zij zijn zonen genoemd?

Antwoord: Mosjé was de vader van Tora, de vader van wijsheid en de vader van profetie.

Het vers zegt: Die Mèred nam.” Maar zij was de vrouw van Kaleb, waarom wordt hij dan Mèred genoemd? Kaleb kwam in opstand [mèred] tegen de andere verspieders, daarom liet Hasjem hem trouwen met de dochter van Par’o die in opstand kwam tegen de afgoderij van haar vaders huis.

De Gemara gaat verder met de verklaring van de verzen van de Megilla:

Vers 2:6 zegt over Mordechai: „Die verbannen was uit Jeruzalem met de ballingen.”

Rawa zei: Dit vers bewijst dat Mordechai vrijwillig in ballingschap ging, want anders had er kunnen staan: ‘Eén van de ballingen.’

Vers 2:7: „Hij had Hadassa, dat is Ester, opgevoed.”

Vraag: Wat was haar naam, Hadassa of Ester?

Antwoord (Baraita, R. Meïr): Haar naam was Ester, maar  ze werd Hadassa genoemd, want de rechtvaardigen worden hadas – mirte – genoemd.

2e Antwoord (R. Jehoeda): Haar naam is Hadassa, maar ze werd Ester genoemd, omdat ze de feiten omtrent haar ware identiteit verborgen [hester] hield (zie 2:20).

3e Antwoord (R. Nechemja): Haar naam was Hadassa, maar ze werd Ester genoemd want de volken van de wereld noemden haar naar Istatar [Venus].

Ester uitverkozen

Ester had geen vader en geen moeder, want haar vader stierf nog voordat zij geboren werd en haar moeder stierf in het kraambed.

Vers (2:7) zegt dat Mordechai haar als bat – dochter – nam. R. Meïr zegt: Lees geen bat maar bait – huis – hij nam haar tot vrouw.” De Gemara vergelijkt dit met II Samuel 12:2 waar de Profeet Natan David vermaant na zijn escapades met Batsjewa, en de situatie vergelijkt met een parabel over een schaap, dat voor de arme man als een bat  – dochter – was. Het schaap was Batsjewa, de vrouw van Oeri. Ook hier betekent bat eigenlijk bait = huis = vrouw [vgl. het Nederlandse woord ‘huisvrouw’].

Vers 2:9 vertelt dat zij zeven meisjes als bediendes kreeg. Rawa verklaart: een voor iedere dag van de week en ze wissel­den elkaar af, zodat Ester wist wanneer het Sjabbat was.

Het vers gaat verder: En hij maakte voor haar en de jonge meisjes een verandering.” Rav zei: Hegai, de opzichter van de meisjes gaf Ester kosjer eten.

Sjmoeël zei: hij gaf haar vet bacon. [Ester was gedwongen dat te eten (Rasji). Tosafot: De Hemel beware dat ze dat varkensvlees at!]

R. Jochanan: Hij gaf haar zaden te eten.

Vers 2:12 zegt dat Ester gereinigd werd met mirre olie en met specerijen. De Gemara geeft diverse verklaringen voor deze olie.

Vers 2:15: En Ester vond gunst in de ogen van ieder die haar zag.” R. Elazar zei: dat betekent dat ieder in haar een meisje van zijn eigen volk herkende.

Vers 2:16: Ester werd in de tiende maand naar Koning Achasjverosj gebracht, dat is de maand Tèwet, een maand waarin het lichaam meer plezier ondervindt van een ander lichaam. [Tèwet is een koude wintermaand, en dan geniet het lichaam meer van de warmte van een ander lichaam.]

Vers 2:17: En de koning hield van Ester meer dan van alle vrouwen en zij droeg meer gunst en genegenheid voor hem dan alle andere maagden.” Rav zei: Hij proefde bij haar de smaak van een maagd en van een niet-maagd.

Vers 2:18: De koning richtte een grote feestmaaltijd aan.” De Gemara zegt: ter ere van haar, maar zij onthulde niet haar afkomst. Hij verordende vrijheid van belasting ter ere van haar, maar zij onthulde haar afkomst niet.

Vers 2:19: En toen de tweede maal de maagden verzameld werden, zat Mordechai in de Poort van de koning.” Waarom werden de maagden verzameld? Achasjverosj wilde de afkomst van Ester weten, maar zij had dat steeds verzwegen. Hij was nu te rade gegaan bij Mordechai en die had hem geadviseerd: een vrouw wordt jaloers op andere vrouwen, dan zal zij misschien haar ware identiteit onthullen. Daarom liet Achasjveros andere meisjes bij zich komen.

Vers 2:20: Maar Ester onthulde niet haar afkomst.”