Archief Megilla

Aanmelden

 24 februari 2007

 6 Adar 5767

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Megilla 17

Door Zwi Goldberg

vorige daf

volgende daf

De Berekening van de jaren van Ja’akov

Rabba zei: De studie van Tora is belangrijker dat de eerbied voor vader en moeder, want Ja’akov werd niet gestraft voor de jaren dat hij studeerde in de jesjiwa van Ewer[1], ondanks dat hij in die tijd geen eerbied toonde voor zijn ouders.

Deze stelling gaat de Gemara nu bewijzen.

De Gemara vraagt: Waarom worden de jaren van Jismaël in Tora geteld? [D.w.z. waarom worden de jaren van een slecht mens in Tora genoemd (Rasji).]

De Gemara antwoordt: Om de jaren van Ja’akov te kunnen berekenen. [Dankzij het gegeven van de jaren van Jismaël kunnen we afleiden dat Ja’akov 14 jaar studeerde in de jesjiwa van Ewer in de periode tussen zijn vertrek uit zijn huis en zijn aankomst in het huis van Lawan (Rasji).] Die berekening gaat de Gemara nu afleiden:

Jisjmaël werd geboren toen Awraham 86 jaar was [Ber. 16:16] en Jitschak werd 14 jaar later geboren toen Awraham 100 jaar oud was [Ber. 21:5]. Dus Jismaël was 14 jaar ouder dan Jitschak.

Verder staat er geschreven [Ber. 25:26] dat Jitschak 60 jaar oud was, toen Esav en Ja’akov geboren werden. Toen was Jismaël dus 74 jaar. Jismaël was 137 jaar toen hij 63 jaar later stierf [Ber. 25:17] en toen was dus Ja’akov 63 jaar oud.

Een Baraita bevestigt de leeftijd van Ja’akov als 63 jaar, toen hij door Jitschak gezegend werd, want er staat geschreven [Ber. 28:6-9]: „Toen Esav zag dat Jitschak Ja’akov gezegend had…toen ging Esav naar Jisjmaël, en nam zich Machalat, de dochter van Jisjmaël, de zuster van Newajot, tot vrouw.” Waarom staat hier dat Machalat de zuster van Newajot was? We hebben al in vers 25:13 gezien dat Newajot de oudste zoon van Jismaël was, dus als Machalat de dochter van Jisjmaël was, waren zij broer en zus. Dus waarom vertelt dit vers dat dan nogmaals? Een Baraita zegt: Dit leert ons dat Jisjmaël Machalat aan Esav beloofde, maar daarna stierf en dat Newajot, haar broer, haar aan Esav uithuwelijkte. Dus Jitschak zegende Ja’akov toen hij 63 jaar was.

Dus Ja’akov was 63 jaar toen hij voor Esav uit huis vluchtte.

Verder weten we dat Ja’akov 14 jaar voor Lawan gewerkt had toen Joséf geboren werd, 7 jaar voor Lea en 7 jaar voor Rachel. Dus toen was Ja’akov 77 jaar.

En er staat geschreven [Ber. 41:46] dat Joséf 30 jaar oud was, toen hij voor Par’o stond, dus toen was Ja’akov 107 jaar.

Onmiddellijk nadat Joséf voor Par’o stond, begonnen de 7 jaren van overvloed en na nog eens twee jaren van hongersnood kwam Ja’akov naar Egypte. Dus toen was hij 116 jaar. Maar dat is niet zo, want er staat geschreven [Ber. 47:8-9] dat toen Ja’akov voor Par’o stond en die hem vroeg hoe oud Ja’akov was, toen antwoordde hij: „De jaren van mijn verblijf [op deze wereld] zijn 130 jaar.” Volgens onze Berekening was hij pas 116 jaar. Er zijn dus 14 jaar zoek. Hiervan leren wij dat hij die veertien jaar geleerd heeft in de jesjiwa van Ewer na zijn vertrek uit zijn ouderlijk huis.

En dit vermelt ook een Baraita, dat Ja’akov 14 jaar in de jesjiwa van Ewer leerde en dat hij 77 jaar oud was, toen hij Rachel ontmoette in Aram Naharaïm.

Thans komt het hierboven genoemd bewijs: Joséf was 17 jaar toen hij door zijn broers verkocht werd [Ber. 37:2] en hij was 30 jaar toen hij voor Par’o stond. Negen jaar later (zie boven) werden hij en zijn vader herenigd, dus toen was Joséf 39 jaar. Dus hij was 22 jaar van zijn vader gescheiden geweest, net zoals Ja’akov 22 jaar van zijn vader gescheiden was. Immers, Ja’akov was 63 jaar toen hij uit huis ging. Hij werkte 20 jaar voor Lawan [14 jaar voor zijn twee vrouwen en nog een zes jaar om zijn kleinvee te verdienen (zie Ber. 31:41).] plus de twee jaar dat Ja’akov onderweg was van Lawan naar huis, plus de 14 jaar in de jesjiwa, is samen 36 jaar. Waarom werd Ja’akov dan maar voor 22 jaar gestraft? Omdat hij voor de 14 jaar in de jesjiwa niet gestraft werd voor zijn nalatigheid om zijn ouders niet te eren. En hoe weten we dat hij twee jaar onderweg was van Lawan naar huis? Omdat een Baraita leert: Hij [Ja’akov] vertrok uit Aram Naharaïm en hij kwam aan in Soekot, waar hij achttien maanden bleef, zoals er geschreven staat [Ber. 33:17]: „En Ja’akov reisde naar Soekot en bouwde daar een huis voor hemzelf en hij maakte voor zijn kleinvee hokken.” En in Beit El bleef hij zes maanden en bracht offers.  Na deze twee jaar, 18 maanden in Soekot en zes maanden in Beit El, kwam Ja’akov eindelijk weer thuis, na totaal 22+14 jaar afwezigheid. Voor die 22 jaar werd hij gestraft met de 22 jaar dat hij niet wist waar Joséf was.

HOOFDSTUK TWEE − HAKOREE HAMAFREA

Misjna Wie de Megilla in een andere volgorde leest, heeft zijn plicht niet gedaan. Wie het uit zijn hoofd leest, of in de Aramese of enige andere vertaling, die heeft zijn plicht niet gedaan. Maar men mag het wel in een vreemde taal voor vreemdelingen lezen [die deze taal begrijpen].[2] Een vreemdeling die de Megilla hoort lezen in het Hebreeuws, heeft zijn plicht gedaan, ook als hij het Hebreeuws niet verstaat.

Als men het met tussenpauzes leest, of half slapend, dan heeft men zijn plicht gedaan. Iemand die een Megilla schrijft of verklaart of corrigeert en zich daarbij op de tekst concentreert, die heeft zijn plicht gedaan. Maar als hij zich daarbij niet op de tekst concentreert, heeft hij niet zijn plicht gedaan.

Men kan zijn plicht niet doen door te lezen van een Megilla die geschreven was met sam of met sikra of met koemoes of met kankatum, of als hij geschreven was op nijar of op diftera [deze termen worden verderop in de Gemara verklaart], maar het moet geschreven zijn in Hebreeuws schrift en met zwarte inkt [tenzij men het leest in een vreemde taal, maar sommigen menen dat het ook dan in het Hebreeuwse schrift geschreven moet zijn].

Gemara Hoe weten we dat [als men niet op volgorde leest, men niet zijn plicht gedaan heeft (Rasji)]?

Rawa antwoordt: Omdat er geschreven staat [Ester 9:27]: „Overeenkomstig hun schrift en op de juiste tijd.” Zoals de Megilla op zijn juiste tijd gelezen moet worden en niet op een andere tijd, zo ook moet hij in het juiste schrift geschre­ven worden en niet in een andere volgorde.

De Gemara werpt tegen: Dat vers heeft het over feestvieren op de juiste tijd, zoals voorgeschreven is, en niet over lezen!

Een ander antwoord: Het wordt afgeleid van vers 9:28: „En deze dagen zullen herdacht en gevierd worden.” Zoals het niet in een andere volgorde [d.w.z. op een andere datum dan de voorgeschreven datum] gevierd mag worden, zo mag het ook niet in een andere volgorde herdacht [= gelezen] worden.

En ook Hallel, Sjema en Sjemonee Esree moeten in de juiste volgorde gelezen worden.

Daf 17b

Dat Sjema in de juiste volgorde gelezen moet worden

Dat Sjema in de juiste volgorde gelezen moet worden, leidt Rebbi af van het extra woordje de in [Dew. 6:6]: „En het zal zijn dat deze de woorden.” De Geleerden leiden het af uit de woorden: „En het zal zijn.”

Een Baraita: Rebbi zegt: Sjema moet gezegd worden zoals het [in Tora] geschreven is [dus in het Hebreeuws], maar de Geleerden zeggen: het mag in iedere taal gelezen worden. [En zo paskent de Sj.A.O.Ch. 62:2.]

Volgens Rebbi moeten je eigen oren het horen als je Sjema zegt, maar de Geleerden zeggen dat dit niet hoeft. [Bijvoorkeur zegt men Sjema, zodat men het zelf kan horen, maar ook als men het zelf niet kan horen, heeft men zijn plicht gedaan, mits men de woorden maar met zijn lippen uitspreekt (Sj.A.O.Ch. 62:3).

De juiste volgorde van Sjemonee Esree

Een Baraita: Sjim’on Happakkoeli heeft de berachot voor Rabban Gamliël in Javne in de juiste volgorde gezet. R. Jochanan heeft gezegd: het werd gedaan door 120 ouderlingen, waaronder vele profeten [de Mannen van de Grote Vergadering]. [Ze staan in de volgorde van Tanach (Rasji).]

De volgorde van de berachot is als volgt en om de volgende redenen:

1. De beracha van Awot is gebaseerd op Ps. 29:1: „Kent aan Hasjem, jullie zonen van machtigen…”

2. De beracha Gevoera [macht] is gebaseerd op het vervolg daarvan: „…kent Hasjem eer en macht toe.…”

3. De beracha Kedoesja [heiligheid] is gebaseerd op het vervolg daarvan: „…kent aan Hasjem de eer van Zijn Naam toe, buig voor Hasjem in de schittering van heiligheid.”

4. De beracha Bina [begrip] op Jesjajahoe 29:23-24: „Zij zullen de Heiligheid van Ja’akov heiligen… en die zich in de geest vergissen, zullen kennis hebben.”

5. De beracha Tesjoewa [berouw, inkeer] op Jesj. 6:10: „En zijn hart zal begrijpen en hij zal tot inkeer komen en genezen worden.”

6. De beracha Selicha [vergiffenis] volgt op tesjoewa − inkeer en berouw.

7. De beracha Ge’oela [verlossing]: De verlossing zal in het zevende jaar komen. [De Gemara in Sanhedrin 97a zegt dat de zeven jaar die aan de komst van de Masjiach vooraf gaan, gekenmerkt zullen zijn door ongewone gebeurtenis­sen. Het eerste jaar zal in bepaalde gebieden hongersnood te zien geven, maar niet in andere gebieden. In het zevende jaar zullen er grote oorlogen woeden, maar aan het eind van dat zevende jaar zal de zoon van David (Masjiach) komen (Rasji).]

8. De beracha Refoea [genezing]: Besnijdenis, die op de achtste dag plaatsvond, moet genezen. Daarom is de beracha van de genezing op de achtste plaats gezet.

9. De beracha van de voorspoed: Deze beracha staat tegenover de inflatie van prijzen van voedsel, die door de booswichten wordt opgedreven. Psalm 9 heeft het over slechte mensen die gebroken moeten worden. [Het is eigenlijk Ps. 10 maar volgens Tosafot zijn de eerste twee psalmen samen één Psalm.]

10. De beracha van de Kiboets [inzameling der bannelingen]: Dit volgt de beracha van de voorspoed, zoals er geschreven staat [Jechezkel 36:8]: „En jullie, bergen van Israël, laten jullie takken jullie vruchten voortbrengen voor Mijn volk Israël, want zij komen binnenkort terug.”

11. De beracha van de rechtspraak: Zodra de bannelingen zijn teruggekeerd, zal de rechtspraak hersteld worden, zoals er geschreven staat [Jesj. 1:26]: „Ik zal Mijn hand omdraaien…en je rechters doen terugkeren.”

12. De beracha over de verraders en de zondaars: Wanneer de booswichten zijn berecht, zullen de verraders en zondaars van de wereld verdwijnen [deze beracha werd in Javne toegevoegd en bracht het totale aantal berachot op negentien, het huidige aantal].

13. De beracha van de tsaddikiem [rechtvaardigen]: Wanneer de zondaars geëindigd zijn, zullen de tsaddikiem verheven worden en daar zijn de proselieten bij inbegrepen, zoals er geschreven staat [Wajj. 19:32]: „Voor een grijsaard zul je opstaan, eer de aanwezigheid van een Geleerde” [er staat eigenlijk „van een oude” maar Rasji vertaalt het daar met „iemand die wijsheid verworven heeft.”

14. De beracha voor Jeruzalem volgt op de verheffing van de Tsaddikiem, want dat zal plaatsvinden in Jeruzalem, zoals er geschreven staat [Psalmen 122:6]: „Bidt voor de vrede van Jeruzalem, zij die je liefhebben zullen zuiver zijn.”

15. De beracha van het koningschap van David: als Jeruzalem herbouwd is, wordt het koningschap van de dynastie van David hersteld.


 

[1] Die jesjiwa wordt ook wel de jesjiwa van Sjem en Ewer genoemd, maar toen Ja’akov daar ging leren, was Sjem al overleden en vandaar dat het hier alleen op de naam van Ewer genoemd wordt.

[2] Op voorwaarde dat het ook geschreven is in die vreemde taal, want wie het leest in het Hebreeuws maar vertaalt in een andere taal, leest het dan voor uit zijn hoofd en dat is verboden. Volgens sommigen geldt dit alleen voor wie geen Hebreeuws kent, volgens anderen geldt het ook voor wie zowel Hebreeuws als de andere taal kent. (Sj.A. O.Ch. 690:10).