Archief Megilla

Aanmelden

 26/02/2007

 8 Adar 5767

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Megilla 19

Door Zwi Goldberg

vorige daf

volgende daf

Waarmee men de Megilla mag schrijven

De Misjna zegt: Men kan zijn plicht niet doen door te lezen van een Megilla die geschreven was met sam of met sikra of met koemoes of met kankatoem, of als hij geschreven was op nijar of op diftera

De Gemara verklaart deze termen:

Sam = (goudkleurige) verf;

Sirka = rode verf;

Koemoes = sap van een boom;

Kankantoem = schoensmeer;

Diftera = onvolledig bewerkt perkament, niet bewerkt met galnoten;

Nijar = papyrus [gemaakt van de papyrusplant].

Het moet geschreven zijn in Assyrisch [= het huidige Hebreeuwse] schrift, op perkament met zwarte inkt. Dat leren we van een gezera sjawa van [Ester 9:29]: En Koningin Ester schreef,” en van [Jeremiahoe 36:18]: Uit zijn mond dicteerde hij mij al deze woorden en ik schreef ze op perkament met inkt.” In beide verzen komt het woord schreef” voor dus geldt voor beide dat het geschreven werd op perkament met zwarte inkt.

Wie niet thuis is op Poeriem

Misjna Een bewoner van een stad [waar men op de 14de leest] die een ommuurde stad bezoekt [waar men op de 15de leest], of omgekeerd, wanneer hij terugkeert naar zijn woonplaats, die leest het op de dag van zijn woonplaats [d.w.z. de stadsbewoner leest het op de 14de en de bewoner van de ommuurde stad leest het op de 15de, ongeacht waar hij zich bevindt (Rasji)]. Maar als hij niet terugkeert, leest hij het met hen [met de bewoners van de stad waar hij zich op dat moment bevindt].

R. Meïr zegt: met moet de hele Megilla lezen om zijn plicht te doen; R. Jehoeda zegt dat men moet lezen vanaf Een Joodse man” [vanaf Ester 2:5 tot het eind]. R. Jossi zegt: vanaf Na deze gebeurtenissen” [ib.3:1 tot het eind].

Gemara Rawa licht het eerste voorschrift van de Misjna toe: het gaat erom of iemand vóór het eerste ochtendlicht van de 14de terug is in zijn woonplaats of niet.

Een andere regeling van Rawa: een dorpeling die de Megilla op een eerdere dag in een stad gelezen heeft [zie daf 2a] maar die op de avond van de 14de in een stad is, waar de Megilla gelezen wordt, moet de Megilla dan nogmaals lezen, ongeacht of hij die nacht terugkeert naar zijn dorp of niet. De reden hiervoor is, dat de Geleerden voor de dorps­bewoners, die het eigenlijk op de 14de moeten lezen, hebben ingesteld dat zij het eerder, op een dag van verzameling [maandag of donderdag] in een stad mogen lezen, opdat zij op de veertiende, als zij weer terug in hun dorp zijn, de stadsbewoners van eten en drinken kunnen voorzien. Maar deze dorpsbewoner is op de 14de in de stad, dus voor hem geldt deze regeling niet, hij moet het op de 14de lezen.

Hoeveel van de Megilla moet men lezen

De Misjna vermeldt een discussie over de vraag wat men precies lezen moet om zijn plicht te doen. Een Baraita geeft nog een andere mening weer: R. Sjim’on bar Jochai: Men moet lezen vanaf [Ester 6:1]: Die nacht.” De Gemara verklaart: iedereen leidt het af van hetzelfde vers [Ester 9:29]: En Koningin Ester… en Mordechai schreven met al hun invloed…” maar iedereen interpreteert de ‘invloed’ van iemand anders:

R. Meïr zegt: het gaat om de invloed van Achasjverosj, dus leest men de hele Megilla.

R. Jehoeda zegt: het gaat om de invloed van Mordechai, dus lezen we vanaf: Een Joodse man.”

R. Jossi zegt: het gaat om de invloed van Haman, dus we lezen vanaf: Na deze gebeurtenissen.”

R. Sjim’on bar Jochai zegt: het gaat om de invloed van het wonder, dus lezen we vanaf: Die nacht.”

Halacha: Rav Chelbo heeft gezegd in naam van Rav: Men moet de hele Megilla lezen uit een volledig geschreven rol [en zo paskent de Sj.A.O.Ch. 690:3].

Rav Chelbo: De Megilla wordt zowel een sefer [boek, rol] als een brief genoemd. Het wordt boek genoemd, om het te vergelijken met een Sefer Tora en het mag dus niet met linnen genaaid worden. En het wordt een brief genoemd om ons te leren dat drie steken met pezen voldoende is.

Rav Nachman leert: de steken moeten op gelijke afstand van elkaar en van de boven- en onderrand van het perkament zijn.

Rav Jehoeda: Wie de Megilla uit een rol leest, waarin andere bijbelboeken staan, die heeft zijn plicht niet gedaan. [Vroeger was de hele Tanach op perkamenten rollen geschreven (Rasji).]

Daf 19b

R. Chia bar Abba heeft gezegd: dit geldt alleen voor de lezing voor het publiek [maar privé mag men dat wel zo lezen]. [Halacha: De Sj.A.O.Ch. 691:8 paskent als R. Jehoeda en R. Chia bar Abba.]

Wie de Megilla mag lezen

Misjna Iedereen mag de Megilla voorlezen, behalve een dove, en dwaas of een kind. R. Jehoeda staat een kind toe.

 [Het voorschrift dat iedereen de Megilla moet lezen, geldt voor volwassenen en is een voorschrift van de Rabbanan. Een ander voorschrift van de Rabbanan zegt dat kinderen voor chinoech (opvoeding) mitswot moeten doen. Dus zegt R. Jehoeda, moet een kind dat de leeftijd van chinoech bereikt heeft, de Megilla voorlezen en kan hij volwassenen vrijmaken van hun verplichting. De Geleerden zeggen echter: De plicht van een kind berust op twee rabbijnse voorschriften, n.l. een voorschrift om mitswot te doen wegens chinoech en een voorschrift om de Megilla te lezen. Dat is inferieur aan de verplichting van volwassenen, die alleen het voorschrift van het lezen hebben, dus kan een kind een volwassene niet vrijmaken volgens de Geleerden (Tosafot).]

Gemara De Gemara begint aan een uitgebreide discussie over de vraag wiens mening het eerste deel van deze Misjna weergeeft, waar staat dat een dove de Megilla niet mag voorlezen.

Volgens één mening kan het eerste deel niet van Rabbi Jehoeda zijn, want die is het in de Misjna nadrukkelijk niet eens met de Tanna Kamma. Dus zou het de mening van R. Jossi kunnen zijn, die in een andere Misjna [Berachot 15a] zegt dat als iemand Sjema zegt, en zijn eigen oren hebben het niet gehoord, dat heeft hij zijn plicht niet gedaan. Dus een dove kan zijn plicht niet doen volgens R. Jossi en kan dan ook anderen niet vrijmaken.

Een andere mening zegt dat onze Misjna wel de mening van R. Jehoeda kan weergeven en missen er woorden aan de Misjna en moet die als volgt luiden: iedereen mag de Megilla voorlezen, behalve een dove, een dwaas en een kind dat nog niet de leeftijd van chinoech bereikt heeft, maar een kind dat wel de leeftijd van chinoech heeft bereikt mag het wel voorlezen, want R. Jehoeda staat een kind, dat de leeftijd van chinoech bereikt heeft, toe.

En dit is in overeenstemming met Rabbi Jehoeda´s mening, dat als iemand Sjema gezegd heeft zonder dat zijn oren het gehoord hebben, hij bedi’awad – aposteriori – zijn plicht gedaan heeft.

[De Gemara gaat er tot nu toe van uit dat de Misjna een kind alleen maar a-priori diskwalificerert, maar aposteriori goedkeurt, en dat dit de mening is van R. Jehoeda. De Gemara stelt nu vraagtekens bij de veronderstelling dat dit de mening van Rabbi Jehoeda is.]

Een Baraita: Een dove die kan praten, mag teroema afscheiden, zelfs a-priori [ondanks dat hij de beracha die hij daarbij zegt, niet kan horen]. Welnu, als  Rabbi Jehoeda meent dat men Sjema bijvoorkeur met zijn eigen oren moet horen, maar dat het alleen aposteriori in orde is als het desondanks gezegd werd, dan kan hij niet de auteur van deze Baraita zijn, die het wel a-priori goedkeurt. En de Baraita kan ook niet de mening van R. Jossi weergeven, want die vindt het zelfs aposteriori niet goed. En Rabbi Jossi zou dus ook de afscheiding van de teroema door de dove niet goed­keuren. Als de Baraita niet de mening van Rabbi Jossi kan weergeven, moet het de mening van R. Jehoeda zijn, en die is dus kennelijk van mening dat iemand zelfs a-priori Sjema mag zeggen, zonder dat zijn eigen oren dat horen. Dus de veronderstelling dat onze Misjna, die de a-priori lezing van de Megilla door een dove afkeurt, de mening van R. Jehoeda weergeeft, kan niet juist zijn. Rabbi Jehoeda keurt dat wel goed, zoals het slot van onze Misjna duidelijk zegt, en hij is het kennelijk niet eens met de Tanna Kamma van de Misjna, die dat niet goedkeurt.

De Gemara heeft een probleem met de veronderstelling dat Rabbi Jehoeda de troema van de dove a-priori goedkeurt, want waarom staat er dan in een andere Baraita: Men moet de Birkat Hamazon [het dankgebed na de maaltijd] niet zachtjes voor zichzelf zeggen [zonder dat zijn oren het horen], maar als iemand dat toch gedaan heeft, heeft hij zijn plicht gedaan. Dit kan niet de mening van R. Jehoeda weergeven, want die vindt dit a-priori al inorde. En ook niet R. Jossi, want die vindt het zelfs aposteriori niet in orde.