Archief Megilla

Aanmelden

 2 maart 2007

 12 Adar 5767

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Megilla 23

Door Zwi Goldberg

vorige daf

volgende daf

Jom Kippoer en Sjabbat

Onze Misjna (op daf 21a) zegt: Op Jom Tov worden vijf mensen opgeroepen, op Jom Kippoer zes en op Sjabbat zeven. Hieraan mag niet verminderd, maar wel vermeerderd worden.

De Gemara komt met een Baraita, die vermeldt dat men volgens R. Jisjmaël niet mag toevoegen en dat volgens R. Akiwa op Sjabbat zes mensen worden opgeroepen en op Jom Kippoer zeven. Dus onze Misjna volgt noch de een, noch de ander.

Een andere Baraita vermeldt dat R. Jisjmaël gezegd heeft dat men wel mag toevoegen. Hoe zit dat nu?

De Gemara concludeert dat beide Baraitot door verschillende Tannaïem zijn overgeleverd en dat zij verschillende tradities hadden over wat R. Jisjmaël gezegd heeft [en Rebbi heeft kennelijk de versie van de laatste Baraita gezag­hebbend gevonden en die heeft hij in de Misjna opgenomen].

De Gemara brengt een andere Baraita: Op Jom Tov komen we later naar sjoel [dan door de week, omdat dan de dienst later begint, zodat de mensen hun Jom Tov maaltijd kunnen voorbereiden (Rasji)] en we gaan er snel weer uit [wegens de vreugde van Jom Tov (Rasji), d.w.z. dat de dienst niet lang is, om de mensen de gelegenheid te geven van hun Jom Tov te genieten]; op Jom Kippoer komen we vroeg naar sjoel en gaan laat weer naar huis [want dan vasten we dus hoeven er geen maaltijden worden voorbereid] en op Sjabbat komen we vroeg naar sjoel [want de maaltijd is de vorige dag, vóór Sjabbat al bereid (koken op Sjabbat is verboden!) en het is lofwaardig om vroeg met de watikiem Sjema te zeggen, d.w.z. vóór zonsopgang (Rasji)] en gaan er vroeg weer uit [wegens oneg Sjabbat (Rasji)].

De reden dat men op Jom kippoer later uit sjoel komt, zou volgens R. Akiwa kunnen zijn omdat dan volgens hem een persoon extra wordt opgeroepen, en volgens R. Jisjmaël omdat op Jom Kippoer de dienst langer is.

De reden voor het aantal opgeroepenen

Onze Misjna leert dat op maandag, donderdag en Sjabbat-mincha drie mensen worden opgeroepen, op Jom Tov vijf en op Sjabbat zeven.

Volgens sommigen correspondeert dit met het aantal woorden van de drie verzen van de priesterzegen (Bam. 6:24-26) [waarvan het eerste vers drie woorden telt, het tweede vijf en het derde zeven woorden].

Een andere verklaring: de drie opgeroepenen corresponderen met de drie wachters van de Tempel (II Koningen 25:18). De vijf opgeroepenen corresponderen met de vijf adviseurs die [regelmatig] in de nabijheid van de koning waren (id. vs. 19) en zeven die de koning regelmatig ontving [de zeven ministers van Perzië en Medië die volgens Ester 1:14 het dichtst bij de koning waren (Rasji)].

Vraag: Waarom worden er zes opgeroepen op Jom Kippoer?

Antwoord: Die staan tegenover de zes die links en rechts naast Ezra stonden, zie Nechamja (8:4).

Vraag: Links van Nechemja stonden er zeven, geen zes?

Antwoord: Zecharja en Mesjoelam zijn dezelfde en hij wordt Mesjoelam genoemd omdat hij een compleet (mesjoelam) tsaddiek was.

Wie mag worden opgeroepen?

Een Baraita: Iedere Jood kan worden opgeroepen en telt dan mee voor de voorgeschreven zeven, zelfs minderjarige kinderen en vrouwen, maar het is geen eer voor de gemeenschap om een vrouw op te roepen en dat moet men dus niet doen. [De Sjoelchan Aroech (O.Ch. 282:3) schrijft dit letterlijk ook zo en de Misjna Beroera (n.12) schrijft dat het tegenwoordig niet meer de gewoonte is om een minderjarige op te roepen voor Tora en hij brengt de mening van de Mageen Awraham dat hoewel vrouwen niet verplicht zijn om Tora te leren, zij niettemin dezelfde verplichting hebben als mannen om naar de voorlezing van Tora te luisteren, maar dat het niet de gewoonte is dat zij daar nauwgezet in zijn, in tegendeel, er zijn gemeenschappen waar het de gewoonte is dat vrouwen de synagoge verlaten tijdens het lezen van Tora.]

De Gemara vermeldt een discussie over de vraag of de maftier meetelt voor het aantal van zeven. [De maftier is degene die opgeroepen wordt om uit de Profeten – de Haftara – te lezen, maar die ook een stukje uit Tora leest.] Oela zegt dat hij niet wordt meegeteld, omdat hij niet wordt opgeroepen uit verplichting om Tora te lezen, maar om uit de Profeten te lezen en hij leest alleen een stukje uit Tora voor de eer. [En zo is de halacha voor Sjabbat en Jom Tov, maar als op een werkdag Haftara gelezen wordt (bv. op vastendagen), dan leest de laatst opgeroepene de Haftara (Sj.A.O.Ch 282:4).]

Een Baraita leert: Men leest niet minder dan 21 verzen van de Haftara, tegenover de zeven opgeroepenen voor Tora [die ieder minstens drie verzen moeten lezen].

Daf 23b

De Gemara merkt op dat de Haftara van parasjat Tsav [Jer.7:21-8:3] slechts 17 verzen bevat. Echter het onderwerp eindigt daar en daarom mag dat in dit geval. Dit minimum aantal van 21 geldt alleen in een plaats waar de Haftara niet simultaan vertaald wordt, maar waar dat wel gebeurt, mag men eerder stoppen met lezen [dus bij minder dan 21 verzen].

Dingen die een Minjan vereisen

Misjna De volgende gevallen vereisen een minjan [quorum van 10 mannen]:

1. De verdeling van Sjema [waarbij door de chazan Kaddisj, Barechoe en de eerste beracha voor Sjema hardop gezegd wordt];

2. De herhaling van de Sjemonee Esree door de chazan;

3. De Birkat Kohaniem [de priesterzegen];

4. De verplichte openbare Tora-(voor-) lezing;

5. Het lezen van de Haftara [uit de Profeten na de Tora-lezing];

6. De [minimaal zeven onderbroken] grafredes [het was de gewoonte om onderweg naar het graf bij een begrafenis de begrafenisstoet (minstens) zevenmaal te laten stilstaan, de mensen te laten zitten en te laten luisteren naar een grafrede];

7. De beracha tot troost van de rouwenden;

8. De troost voor de rouwenden [de bezoekers van een bergrafenis stellen zich na afloop op in rijen, waar tussen­door de rouwende lopen als zij terugkomen van het graf, waarbij de bezoekers hen troosten];

9. De berachot bij een huwelijk;

10. Het vermelden van G-ds Naam tijdens de ziemoen [de uitnodiging om te bensjen – het zeggen van de beracha na de maaltijd];

11. De waardebepaling van een stuk land voor de lossing ervan, en hiervoor zijn negen man en een Kohen nodig.

12. DE waardebepaling van een persoon [die zijn waarde aan de Tempel wil doneren].

Gemara We leren dit alles van Wajjikra 22:32: En Ik zal geheiligd worden te midden van de Israëlieten.” Dus alle heilige dingen vereisen een minjan van tien mannen. En over Korach staat er geschreven [Bam. 16:21]: Scheiden jullie jezelf af vanuit het midden van de gemeenschap.” En een gemeenschap bestaat uit tien, want in Bam. 14:27  wordt over de tien verspieders gezegd, die een slecht bericht over het land Kena’an verspreidden, dat dit een ‘gemeenschap’ was.

De Misjna zegt dat men geen zeven grafredes houdt op weg naar het graf, als er geen minjan van tien is. De reden is dat de leider van de begrafenisstoet moet zeggen [als een grafrede gehouden wordt]: Zit, geliefden, zit” en dat zegt men niet bij minder dan tien man.

De Misjna zegt verder dat de berachot voor de rouwenden en de berachot voor een huwelijk niet gezegd worden als er minder dan een minjan van tien bij aanwezig is.

De berachot tot troost voor de rouwenden worden gezegd bij de eerste maaltijd na de begrafenis door één van de aanwezigen. Ze worden alleen gezegd als er een minjan aanwezig is en de rouwenden tellen niet mee voor het minjan.

De Berachot bij een huwelijk zijn de sjèwa berachot en de chatan [bruidegom] telt wel mee voor het minjam.

Als iemand na de maaltijd de andere aanwezigen uitnodigt om deel te nemen aan een gezamelijk dankgebed na de maaltijd en hij wil zeggen: Laat ons G-d prijzen,” dan is het niet gepast dat te doen met minder dan tien aanwezigen.