Hearot
HaDaf HaJomi
Een wekelijkse Internetbrief voor lerners van de Talmoed
Een uitgave van Zwi Goldberg – P.O.B. 3220 – Netanya - Israël – E-mail: zwigold@netvision.net.il

   3 Chesjwan 5766

Traktaat Eroevien 25-31 Nr.100 

Uit Meorot HaDaf HaYomi, Vol. 336 van Kollel Chassidei Sochatov, Bnei Brak

   ăó ëĺ/á áëě îňřáéď       Men mag met alles een eroev maken  

De grenzen van Sjabbat

Het derde hoofdstuk van Traktaat Eroevien behandelt de halachot van eroev techoemien, door middel waarvan men voorbij de 2000 amma grens (± 1 km) voorbij de Sjabbat-grens, bekend als de techoem Sjabbat, mag gaan.

Voordat wij beginnen te praten over de eroev techoem, zullen we eerst de techoem zelf bespreken.  Wat is de oorsprong van het verbod op het reizen buiten de tweeduizend amma-grens?

De Gemara (zie ook Sota 27b en Eroevien 51a) citeert een bron voor dit verbod van de passoek (Sjemot 16:20):  „Laat geen mens deze plaats verlaten gedurende zeven dagen” (Shemos 16:29.  See Sotah 27b, Eroevin 51a).  Volgens R.Akiwa is dit een Tora-verbod. Volgens de Rabbaniem is het alleen maar een Rabbijns verbod.  Hoewel sommige Geoniem paskenen in overeenstemming met R. Akiwa, is de algemene overeenstemming van de Poskiem dat de grens van tweeduizend amma een Rabbijns verbod is.

Niettemin, de Talmoed Jeroesjalmie vat deze machloket op als alleen de tweeduizend amma-grens te omvatten.  Volgens de Jeroesjalmie is er een wijdere grens van twaalf mil [een mil is ongeveer 1 km. Dit kwam overeen met het oppervlak van het kamp van de Israëlieten in de woestijn.], hetgeen mideoraita is, zelfs volgens de Chachamiem.

De halachische conclusies van de Jeroesjalmie hebben niet zoveel autoriteit als die van de Talmoed Bavli.  Daarom hebben de Risjoniem getracht na te gaan of de Bavli hiermee akkoord gaat. Talrijke bewijzen zijn aan beide kanten aangehaald. Bijvoorbeeld: R. Chia leerde dat het overschrijden van de techoem- Sjabbat strafbaar was met makkot [zweepslagen] volgens Tora (Eroevien 17b). Sommige Risjoniem beschouwden dit als een bewijs, dat zelfs de Chachamiem ermee instemden dat er een techoem de’Oraita  is. Anderen verwerpen dit en zeggen dat R. Chia alleen maar de mening van R. Akiwa weergeeft, die door de Geleerden verworpen is.

Na de vele soegiot van de Bavli te hebben onderzocht en met elkaar te hebben vergeleken, waren de Risjoniem niet in staat om tot een eensluidende acceptabele beslissing te komen. De Rambam (Sjabbat 27:11), Raävad (aangehaald door  Risjoniem op 17b), Smag (Verbod 66), en anderen, beslissen overeenkomstig de Jeroesjalmi, dat de twaalf-mil-grens mide’Oraita is.

Aan de andere kant, Tosafot, Ramban, Ba’al HaMeor, Rosj en anderen hebben gepaskend dat er geen techoem de’Oraita is, en dat de passoek „Laat geen mens deze plaats verlaten” alleen maar een asmachta is voor een Rabbijnse wet. Volgens hun is de eenvoudige betekenis van de passoek een verbod op het dragen op Sjabbat (zie daf 17b, Tosafot s.v. Lav; Rasji: Shabbat 34a, s.v. B’Eroevei).

De Sjoelchan Aroech en Rema (O.C. 404) concluderen dat de tweeduizend amma-grens zeker alleen mideRabba­nan is, maar dat mogelijk de twaalf-mil grens mide’Oraita is. Wanneer wij onzeker zijn over een Rabbijns voorschrift, zijn wij doorgaans soepel. Wanneer we onzeker zijn over een Tora-voorschrift, moeten wij streng zijn. Daarom, mogen wij soepel zijn wanneer er onzekerheid ontstaat in de halacha over de tweeduizend amma-grens. Voor wat betreft de twaalf mil-grens moeten wij streng zijn, ten einde rekening te houden met die Risjoniem die menen dat dit mide’Oraita is. De Gaon van Wilna zegt dat er geen techoem de’Oraita is (Misjna Beroera ibid, s.k. 7).

Welk ziekenhuis kiezen?  Deze discussie heeft een praktische betekenis in het geval dat iemand moet beslissen naar welk ziekenhuis hij op Sjabbat moet rijden. Zelfs als men Sjabbat moet ontwijden voor Pikoeach nefesj, heeft het de voorkeur om alleen een Rabbijns verbod te overtreden, boven een Tora-verbod. Er gebeurde eens een ongeluk, waarna een Kohen een zieke per ambulance op Sjabbat begeleidde. Toen de niet-Joodse chauffeur hem vroeg naar welk ziekenhuis hij hen moest brengen, werd hij geconfronteerd met een dilemma: het dichtstbijzijnde ziekenhuis was gelegen binnen de twaalf-mil-grens, maar als kohen was het hem verboden om daar binnen te gaan, omdat daar vaak de doden werden bewaard zonder de nodige halachische voorzieningen, ter voorkoming van de verspreiding van de toema door het hele ziekenhuis. Tora verbiedt een kohen zich bloot te stellen aan verontreiniging aan een dode. Een verder weg gelegen ziekenhuis had voorzieningen voor kohaniem, maar het lag buiten de twaalf mil-grens.

Hoewel de Maharik (45) beslist dat het verboden is de techoem te overschrijden, zelfs als men in een wagen zit die bestuurd wordt door een niet-Jood, is dat zeker een Rabbijns verbod. Daarom had het voor de kohen in dit verhaal de voorkeur om het verder weg gelegen ziekenhuis te kiezen. Maar als de chauffeur van de ambulance een Jood was geweest, dan was het beter geweest als hij het nabijgelegen ziekenhuis gekozen had, ten einde te vookomen dat hij onnodig veel zou moeten rijden op Sjabbat (zie Kirat Ariël, ch. 1, footnote 9).

Men mag met alles een eroev maken ăó ëĺ/á áëě îňřáéď  

Het verleggen van de grens

Zoals we in het vorige artikel besproken hebben, is de techoem Sjabbat een grens op een afstand van 2000 amma rondom de plaats waar iemand zich bij de aanvang van Sjabbat bevindt. Echter, op die plaats hoeft hij zich niet noodzakelijk daadwerkelijk te bevinden. Onze Geleerden zeggen dat men een andere plaats kan verkrijgen, door middel van een voedselpakketje en daarmee maakt men dan een eroev techoemiem. Zijn tweeduizend amma-grens wordt dan getrokken rondom dit voedselpakket, in plaats van rondom hemzelf. Als iemand bijvoorbeeld vierduizend ammot in een bepaalde richting wil wandelen op Sjabbat, dan moet hij de eroev op een afstand van tweeduizend amma plaatsen vanwaar hij zich nu bevindt. Hij mag dan naar de eroev wandelen en vandaar nog eens tweeduizend amma. Technisch gesproken geeft de eroev geen permissie om voorbij de techoem te lopen, maar het creëert een nieuwe techoem, met de eroev in het centrum daarvan.

De Minchat Chinoech (24:2) werpt de vraag op of de eroev alleen effectief is voor de tweeduizend amma techoem, die alleen mideRabbanan is, of ook geldt voor de twaalf mil techoem welke volgens vele Risjoniem mide’Oraita is. Bijvoor­beeld als iemand een eroev legt op tweeduizend amma van zijn huis en dan daar voorbij tot 12 mil van zijn huis loopt, maar niet twaalf mil van de eroev. Dan heeft hij zeker de Rabbijnse grens gepasseerd, maar beschermt de eroev hem tegen het Tora-verbod van techoemien?

Een soortelijk en misschien praktischer probleem ontstaat als iemand (bijvoorbeeld een arts) voorziet dat hij op Sjabbat naar een ziekenhuis zal moeten rijden wegens pikoeach nefesj. Wanneer het ziekenhuis binnen twaalf mil van zijn huis is, moet hij dan een eroev klaarleggen op een afstand van twaalf mil, om te voorkomen dat hij een Tora-verbod overtreedt? Is een dergelijke eroev „überhaupt” geldig?

De Toer schrijft in een inleiding tot de wetten van eroev techoemien (408) dat aangezien het verbod op het reizen voorbij de techoem alleen mideRabbanan is, hebben onze Geleerden de soepelheid ingesteld van de eroev techoemien. Het is duidelijk dat de eroev dus voor een Tora-verbod geen effect heeft.

De Acheroniem werpen tegen dat we in de Gemara (35b) zien dat een eroev techoemien effectief is, zelfs volgens de mening die zegt dat alle techoemien mide’Oraita zijn. Zij antwoorden dat aangezien iedereen er in theorie mee eens is, dat er zoiets als een eroev techoemien bestaat, moet ook Rabbi Akiwa van mening zijn dat een eroev techoemien effectief is, ondanks dat techoemien mide’Oraita zijn. Echter volgens de Chachamiem die beweren dat de twee­duizend-grens mideRabbanan is, wordt het principe van eroev techoemien alleen in de Gemara besproken in verband met de door de Rabbijnen vastgestelde grens en niet de twaalf-mil-grens, die mide’Oraita is (zie Tosafot Sjabbat en Beit Meir).

Uit de Ramban blijkt duidelijk dat zelfs volgens de meningen dat de twaalf-mil-grens mide’Oraita is, eroev techoemien effectief is. Andere Risjoniem schijnen het tegendeel te beweren. (Zie Kirat Ariël 1:8, n. 26).

Daf 29b

De onvervangbare Geleerde

Door Rav Mendel Weinbach

De Gemara vertelt hoe Rabbi Chanina ben Dosa doodziek werd nadat hij een giftige halve ui gegeten had. Zijn collega’s baden voor zijn herstel, omdat zij hem niet konden missen, en hij herstelde.

De Maharsjal vraagt aandacht voor het feit dat het vaak voorkomt in de Talmoed, dat Geleerden voor elkaar dawwenen, zonder dat daarbij melding gemaakt wordt van de onmisbaarheid van de zieke. Hij verklaart dat de Gemara erop wilde wijzen waarom Rabbi Chanina ben Dosa, die zo vaak in de Talmoed genoemd wordt als de grote tsaddiek die met zoveel succes voor anderen bad, niet voor zichzelf kon bidden voor herstel, maar de gebeden van anderen nodig had. De gebeden van de tsaddiek voor hemzelf zijn niet zo effectief als die anderen voor hem bidden, „want de gevangene is niet in staat zichzelf te bevrijden” (Berachot 5b). Hoe machtig de gebeden van Rabbi Chanina ook waren, zijn collega’s, die hem zo hard nodig hadden, aarzelden om op zijn gebeden te vertrouwen toen die voor hemzelf dienden. Daarom deden zij een collectieve poging om voor zijn hersdtel te bidden.

De Ijoen Ja’akov geeft een andere verklaring: de collega’s van Rabbi Chanina ben Dosa waren bang dat het feit dat hij, omdat hij de waarschuwingen van de Geleerden in de wind geslagen had en een gevaarlijk giftige ui gegeten had, gestraft werd. Maar omdat zij hem niet als hun leraar konden missen baden zij voor zijn herstel.

Hieraan moet worden toegevoegd dat Rabbi Chanina zeker geen zelfmoord­neigin­gen had, maar hij at deze giftige groente zonder te weten dat het giftig was, waarschijnlijk omdat hij de waarschuwing van de Geleerden om geen uien te eten, niet gehoord had. Zijn collega’s hadden echter mogelijk kritiek op een Geleerde van het niveau als Rabbi Chanina, omdat hij zich kennelijk zo weinig bekommerde om de geschiktheid van het voedsel dat hij at. Niettemin baden zij intensief voor zijn herstel, wegens zijn belang voor de wereld.