Hearot
HaDaf HaJomi
Een wekelijkse Internetbrief voor lerners van de Talmoed
Een uitgave van Zwi Goldberg – P.O.B. 3220 – Netanya - Israël – E-mail: zwigold@netvision.net.il

   20 Tamoez 5767

Traktaat Jevamot 57-64 Nr.147 

 Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Jevamot 57a

De Geleerde die terugkeerde

Toen R. Jochanan een vraag stelde aan zijn leraar Rabbi Osjaja, kreeg hij geen antwoord. Maar toen Reesj Lakisj (Rabbi Sjim’on ben Lakisj) aan dezelfde Geleerde een andere vraag stelde, kreeg hij wel antwoord. Verbluft wegens de stilte die volgde op de eerste vraag, vroeg Rabbi Jehoeda Hanasi aan Rabbi Osjaja: Is Rabbi Jochanan niet vol­doende groot om een antwoord te verdienen?”

Hierop antwoordde Rabbi Osjaja dat de reden van zijn zwijgen was dat er geen antwoord was op Rabbi Jochanans vraag.

Dit verhaal over de Tora-studie van Reesj Lakisj met Rabbi Osjaja, de leraar van Rabbi Jochanan, wordt geciteerd door Tosafot als steun voor de opinie van de Tosafist Rabbeinoe Tam (Bava Metsia 84a), dat Reesj Lakisj reeds een Torageleerde was voor zijn beroemde ontmoeting met R. Jochanan. Hij liet echter zijn Tora-leven in de steek en werd een bendeleider. Door hem zijn buitengewoon aantrekkelijke zuster als vrouw te beloven, slaagde Rabbi Jochanan erin hem ervan te overtuigen terug te keren naar zijn Torastudie, eerst als leerling en daarna als collega, die vaak zijn halachische beslissingen betwistte.

Het incident dat in onze Gemara genoemd wordt, vond plaats in het eerste fase van het kleurige leven van Reesj Lakisj, toen hij Tora studeerde onder leiding van de leraar van Rabbi Jochanan. Het was pas jaren later dat de ontmoe­ting met Rabbi Jochanan plaatsvond, die de basis legde voor de glorieuze fase van een van de grootste Talmoed­geleerden.

Jevamot 59a

Wie pleegde bigamie?

Een Kohen Gadol is ten gevolge van zijn heilige status, ernstig beperkt in zijn keuze met wie hij mag trouwen. Een weduwe, een niet-maagd en zelfs een maagdelijke bogeret (een meisje tussen de 12 en 12½ jaar) zijn allemaal voor hem verboden, dit behalve de gescheiden vrouwen en andere vrouwen die ook voor een gewone Kohen verboden zijn.

Hij zit dat met bigamie? Mag een Kohen Gadol volgens Tora-wet meer dan één vrouw hebben, zoals iedere andere Jood? (Het verbod op polygamie werd ruim duizend jaar geleden bij rabbijns decreet ingesteld.)

In traktaat Joma (13a) vinden we dat de Kohen Gadol niet met twee vrouwen tegelijkerijd getrouwd mag zijn, wanneer hij de dienst doet in het Beet HaMikdasj op Jom Kippoer. Hij zal verzoening doen voor zichzelf en voor zijn huishouden” zegt de Tora (Wajjikra 16:11), hetgeen inhoudt, wegens het gebruik hier van het enkelvoud, dat hij slechts één vrouw mag hebben, niet twee huishoudens. Hoewel dit lijkt beperkt te zijn tot Jom Kippoer, bepaalt Rambam (Hilchot Issoeree Bia 17:3) dat een Kohen Gadol nimmer met twee vrouwen tegelijkertijd getrouwd mag zijn.

Ra’avad is het niet met deze uitbreiding eens, en zegt dat het verbod was ingesteld om de situatie te voorkomen waarin de Kohen Gadol het slachtoffer zou worden van een nachtelijke zaadlozing ten gevolge van de gedachten aan zijn twee vrouwen, waardoor hij ongeschikt zou worden om de Jom Kippoer-dienst uit te voeren. Hoewel hij concludeert dat het zin heeft dat de Kohen Gadol niet met twee vrouwen tegelijk trouwt, om te voorkomen dat hij voor Jom Kippoer van een van hen moet scheiden, citeert Ra’avad het volgende historische voorbeeld uit Tanach om zijn bewering te staven:

Jehojada was de Kohen Gadol tijdens de regering van Koning Joasj. En Joasj deed wat goed was in de ogen van Hasjem, alle dagen van de Kohen Jehojada, en hij nam voor hem twee vrouwen en kreeg zonen en dochters” (II Divree Hajamiem 24:2-3).

Betreffende de Talmoed-bron van een verbod op bigamie, wijst de Maggid Misjne in zijn commentaar op Rambam erop dat het niet de Gemara is die door de Ra’avad geciteerd wordt, maar onze Gemara, die afleidt van het vers” Hij zal alleen een maagd tot vrouw nemen” (Wajjikra 21:14), dat hij slechts één vrouw mag hebben. Dit vereist een radi­caal andere interpretatie van onze Gemara dan die van Rasji, maar het voorziet ons van een bron die niet beperkt is tot Jom Kippoer alleen. Maar hoe zit dat met de bigamie van de rechtvaardige Kohen Gadol Jehojada?

Rabbi Zwi Hirsch Chajot komt met een fascinerende oplossing voor dit probleem, in naam van Rabbijn Zalman van Volotzin. In tegenstelling tot Rasji’s verklaring, dat het Jehojada was die met twee vrouwen huwde, verklaart Rambam dat Jehojada, die de mentor van de koning was, die op zevenjarige leeftijd de troon besteeg, Joasj liet trouwen met twee vrouwen en Joasj was geen kohen. Het historische voorbeeld is dus niet langer meer een probleem en de beslissing van Rambam blijft geldig.

Jevamot 62a

Mosjé Rabbeinoe’s echtscheiding

Eén van de drie dingen die Mosjé Rabbeinoe deed op eigen initiatief en die later gerechtvaardigd werden  door G‑ddelijke goedkeuring, was de scheiding van zijn vrouw nadat Israël de Tora op Sinai gekregen had. Zijn beweegreden was dat als alle Joden geboden waren om gedurende de drie dagen die aan de verkrijging van Tora voorafgingen, te scheiden van hun vrouwen, ten einde geestelijk rein te zijn voor die gedenk-waardige ontmoeting met Hasjem, dan moest zijn scheiding een permanente zijn, daar hij voortdurend werd opgeroepen op onverwachte tijden voor een ontmoeting met Hasjem.

Tosafot wijst erop dat het bewijs van de Gemara, dat dit het initiatief van Mosjé was, en niet een G-dde-lijk gebod, blijkt uit het feit dat Aharon en Miriam kwaad werden op hun broer, toen zij van de echtschei-ding vernamen en hier kritisch over spraken (Bamidbar 12:1-2). Wanneer deze scheiding door Hasjem geboden was geweest, zouden zij zeker Mosjé’s gedrag niet hebben bekritiseerd.

Maar wanneer Aharon en Miriam op de hoogte waren van Mosjé’s scheiding, dan waren zij ook op de hoogte van het feit dat toen Hasjem al de Joden weer toestemming gaf hun familieleven te herstellen na de ontvangst van Tora, Hij Zijn goedkeuring voor Mosjé’s initiatief om langdurig te scheiden, uitdrukte met de woorden (Dewariem 5:27-28): Maar jij blijft bij Mij.” Waarom dan, vraag Tosafot, waren zij zo ondersteboven van zijn initiatief, als het G-ddelijke goedkeuring verkreeg?

Het antwoord, stelt Tosafot voor, is gelegen in de Talmoedische verklaring dat de Hemel een mens bege-leid langs het pad dat hij gekozen heeft om te volgen (Makkot 10b). De katalysator voor G-ddelijke goed-keuring van Mosjé’s blijvende scheiding van zijn vrouw was de keuze voor een niveau van reinheid, welke zijn zuster bekritiseerde, omdat die boven de norm lag die van alle Joden verwacht werd en omdat die ten koste van zijn vrouw was. De G-ddelijke reactie op deze kritiek, die van Miriam was uitgegaan, was de ziekte die beschreven wordt in het hierboven genoemde Tora-hoofdstuk, dat dient als een ernstige les voor al de toekomstige generaties om je tong in bedwang te houden.

Jevamot 62b

Lessen voor de rouw

Er is een rouwperiode tussen Pesach en Sjawoe’ot, wanneer de Joden zich onthouden van trouwen en haarknippen. De bron hiervoor vinden we in onze Gemara, dat gedurende deze periode er 24.000 leer-lingen van Rabbi Akiva stierven, de wereld uitgestorven achterlatend.

Twee belangrijke lessen kan men leren van het verhaal van deze tragische episode in de Joodse geschie-denis.

Eén is de verklaring van onze Geleerden voor de tragedie en de ander is de reactie van Rabbi Akiva.

Zij stierven voortijdig, want, zo groot als zij waren, faalden zij om elkaar het respect te tonen was zij ver-dienden. Hoewel een dergelijke zware straf een uitdrukking is van de regel dat G-d bijna perfectie vereist van de rechtvaardige, is er een boodschap in opgesloten voor iedereen betreffende de belangrijkheid van het tonen van respect voor een ander.

Ondanks dit grote verlies, gaf Rabbi Akiva niet op. Hij zocht vijf veelbelovende Torageleerden in het zui-den van Erets Israël – Rabbi Meïr, Rabbi Jehoeda, Rabbi Jossi, Rabbi Sjim’on en Rabbi Elazar ben Sjamoea – en via hen bouwde hij in die periode de wereld van Tora op.

Dit vindt misschien zijn weerklank in onze tijd, waar, na niet alleen de fysieke, maar ook de spirituele holocaust in Europa, de Tora-instituten in Israël en in heel de wereld weer bloeien.