Archief

Hearot
HaDaf HaJomi
Een wekelijkse Internetbrief voor lerners van de Daf HaJomi
Een uitgave van Zwi Goldberg – P.O.B. 3220 – Netanya - Israël – E-mail: zwigold@netvision.net.il
11 Eloel 5763 Traktaat Zevachiem Nr. 28

Uit Meorot HaDaf HaYom, Vol. 223 van Kollel Chassidei Sochatov, Bnei Brak

Daf 89a – Wat frequenter voorkomt heeft voorrang

Als men tijdens moesaf in sjoel komt, dawent men dan sjacharit of moesaf?

Als iemand [bijvoorbeeld omdat hij ziek is] op Sjabbat laat in sjoel komt, op een tijdstip dat de gemeente reeds op het punt staat om moesaf te dawenen, moet hij dan samen met hen moesaf dawenen of moet hij eerst, alleen, sjacharit dawenen? De poskiem aan wie dit probleem werd voorgelegd, verschillenden met elkaar van mening.

De Maharsjag [Responsa Maharsjag I, 22] paskent dat aangezien de gebeden zijn ingesteld ter vervanging van de offers [Berachot 26b; Rambam, Hilchot Tefila 1:5], men niet van de volgorde moet afwijken, zoals uitgelegd wordt in onze soegia, dat men niet het moesaf moet offeren voor het tamied.

HaGaon Rav Jitschak Elchanan Spektor zts”l, av beit din van Kovno, was het er niet mee eens [Responsa Beër Jitschak, O.Ch. 20] en verklaart zijn mening stap voor stap. Hij legt uit dat wij ons vergissen wanneer wij voor de oplossing van deze vraag de halachot van de offers erbij halen. Wij moeten onderscheid maken tussen twee soorten halachot betreffende de offers. Er zijn halachot waar de offers van afhankelijk zijn [d.w.z. wanneer men die halachot niet (goed) uitvoert, is het offer ongeldig] en andere halachot, die een mitswa zijn om ze te doen, maar wanneer men ze niet doet, diskwalificeert dat niet de offers. Chazal pasten alleen die halachot toe op de gebeden, die, wanneer men ze niet in acht nam, de offers diskwalificeerden. Wanneer een moesaf geofferd wordt voor een tamied, dan is het niet gediskwalificeerd en daarom pasten Chazal dit verbod niet toe op de halachot voor het gebed.

Daarom, als iemand twee mitswot voor zich heeft om te doen, sjacharit en moesaf, dan moet wij beslissen welke hij eerst moet doen volgens de regels van Tora. Eerst moeten wij nagaan wat de kenmerken zijn van de twee mitswot. Sjacharit is tadier [frequenter], want het komt iedere dag voor, terwijl moesaf alleen is ingesteld voor Sjabbat en feestdagen. Daarom is het kennelijk beter om sjacharit voor moesaf te plaatsen, want wat tadier is, heeft voorrang. Aan de andere kant is de moesaf van deze persoon heiliger dan zijn sjacharit, daar hij het samen met een minjan kan dawenen, terwijl hij sjacharit slechts in zijn eentje kan dawenen en dawenen in een minjan heeft een hogere heiligheid dan alleen dawenen. In dat geval hebben wij voor ons een mitswa die frequenter voorkomt en een andere mitswa die heiliger is. Onze Gemara [90b] bediscusiëert „als er een frequenter ding en een heiliger ding is, welke gaat dan voor” en, daar de Gemara niet tot een beslissing komt, beslist de Rambam [in Hilchot Temidiem Oemoesafiem 9:2] dat „als men voor zich heeft iets dat frequenter is en iets dat heiliger is, dan „mag men datgene het eerst doen wat men wil.” Dus kennelijk mogen wij tegen de laatkomer in sjoel zeggen dat hij mag doen wat hij wil.

Echter, zo voegt Rav Spektor daaraan toe, wanneer wij de zaak zorgvuldig bekijken, dan merken wij op dat er voor deze persoon nog een ander voordeel zit aan het eerst dawenen van moesaf, behalve dat het „heiliger” is, omdat hij het samen met de gemeenschap kan dawenen. De halacha dat „wanneer met een frequent voorkomend iets voor zich heeft en iets anders dat heiliger is, dan mag men doen wat men wil” geldt alleen wanneer men het ene de voorkeur kan geven boven de ander zonder de ander te verliezen. In ons geval echter, wanneer hij eerst sjacharit dawent, zal hij geen moesaf meer met de gemeenschap kunnen dawenen. Alleen wanneer hij eerst moesaf dawent, heeft hij de verdienste van de grotere heiligheid van moesaf door dat in een minjan te dawenen. Daarom moeten wij hem adviseren eerst moesaf te dawenen.

HaGaon Rav Eliëzer Jehoeda Waldenberg [Responsa Tsiets Eliëzer XIV:6] merkt op dat voor wat betreft de halacha, dit alleen maar opgaat wanneer de persoon naar de synagoge komt vlak voor moesaf maar wanneer er nog voldoende tijd is vóór moesaf moet hij proberen toch eerst nog zoveel mogelijk van sjacharit te dawenen en wanneer de gemeenschap met moesaf begint, dan begint hij met de Sjemone Esre van Sjacharit. Hij wordt dan beschouwd alsof hij samen met de gemeenschap dawent, zoals ook de Misjna Beroera paskent [M.B. 90:30], namelijk dat als iemand sjacharit dawent met een minjan dat moesaf dawent, hij beschouwd wordt alsof hij in de gemeenschap dawent. Ten slotte dawent hij in een minjan. [Dit is de mening van de Misjna Beropera maar uit Beër Jitschak blijkt duidelijk dat de auteur daarvan van mening is dat iemand die sjacharit dawent met een gemeenschap die moesaf dawent, niet beschouwd wordt alsof hij met de gemeenschap dawent en dat hij in ieder geval eerst moesaf moet dawenen. Zie Eesj Tamied p. 542, innaam van de Gaon Rav Chaim van Brisk, volgens wie onze laatkomer eerst sjacharit kan dawenen met de gemeenschap en daarna de berachot van Keriat Sjema’  zegt en dan moesaf. En misschien moet men zo handelen].


N.B. Halachische discussies die hier gepresenteerd worden, zijn uitsluiten bedoeld om de

gedachten en het leren te stimuleren en om achtergrondinformatie te verstrekken en zij

moeten niet beschouwd worden als psak halacha. Halachot moet men leren

 onderleiding van een bevoegde Rav, dat is een Rabbijn die ook bevoegd

is om een psak halacha te geven.