Archief

Hearot
HaDaf HaJomi
Een wekelijkse Internetbrief voor lerners van de Daf HaJomi
Een uitgave van Zwi Goldberg – P.O.B. 3220 – Netanya - Israël – E-mail: zwigold@netvision.net.il
14-20 Chesjwan 5764 Traktaat Menachot 29 - 33 Nr. 38

Uit Meorot HaDaf HaYom, Vol. 232 van Kollel Chassidei Sochatov, Bnei Brak

Daf 32b: Hij was als geslagen en zat op de grond als iemand die door een slang gebeten was

Zorg voor heilige voorwerpen

De auteur van Chazon Nachoem zst”l , de broer van de Tchebiner Gaon zts”l, drukte zijn sefer twee weken voor het uitbreken van de Tweede Wereld­oor­log. Voordat de boeken waren inge­bon­den, vielen de Nazi’s jm”sj Polen binnen en hij probeerde het land te ontvluchten. Aan de grens haalden de Nazi’s zijn Tefillien uit hun omhulling en gooiden ze op de grond. Onmid­del­lijk pakte hij ze op en kustte ze vol harts­tocht maar de Nazi’s gooiden ze opnieuw op de grond. Hij viel flauw van opwinding en stierf  [zie zijn bio­grafie in het voorwoord van dit boek].  Betzilo Chimadti vertelt dat toen de Tchebiner Gaon gevraagd werd over de mening van zijn broer, dat iemand met een besmettelijke ziekte zijn tefillien niet mee naar het ziekenhuis moet nemen, om te voorkomen dat het personeel van het ziekenhuis ze verbrandt hij bovenstaande  gebeurte­nis vertelde en zei dat wanneer wij zijn intense opwinding voor tefillien be­grij­pen, dan kunnen wij ook begrijpen waar­­om hij zo paskende.

Daf 29a-34a: Iedere letter die niet omgeven is aan alle vier de kanten met perkament;

Daf 30a: En tussen de ene letter en de andere moet zich minstens een tus­senruimte van een haarbreedte bevinden

Controle van sifrei Tora, tefillien en mezoezot met een microscoop of computer

Er zijn vele gedetailleerde halachot over het schrijven van STaMSifrei Tora, Tefillien en Mezoezot en onze soegia behandelt er daar een van, namelijk dat de sofeer STaM – de schrijver van de STaM er goed op moet letten dat iedere letter omringd is door een blanco ruimte perkament en niet vastzit aan een andere letter.

Is onherkenbare ruimte te beschouwen als ruimte? De auteur van Resposa Dovev Meisjariem [I:1] werd gevraagd over een sefer Tora, waarvan een van de letters een andere raakte, maar bij nader onderzoek met een vergrootglas, bleek dat er een hele dunne tussenruimte tussen de letters was. Het leek dus maar zo dat de letters elkaar raakten. De vraag is, waar houden wij rekening mee, met wat ogenschijnlijk lijkt of met de realiteit.

De Tchebiner Rav besliste dat de letters gecorrigeerd moesten worden en hij bood daarvoor een fraai bewijs. De halacha is [Sjoelchan Aroech O.Ch. 32:13] dat een gat in het perkament het schirft van sifrei Tora, Tefillien en Mezoezot daar ter plaats passoel – onbruikbaar – maakt. Echter, wanneer het gat alleen zichtbaar is wanneer men het perkament tegen de zon houdt, dan is het schrift niet gediskwalificeerd. [Mageen Awraham 32:15 in naam van de Bach; en Misjna Beroera 32:32]. Wij zien dus dat wat het oog ziet, dat bepaalt de halacha; net zoals een gat dat onzichtbaar is, beschouwd wordt als niet te bestaan [en zelfs de Taz, die het niet eens is met de Bach en meent dat zo een gat wel diskwalificeert, gaat ermee akkoord dat de wijze waarop iets zich voordoet diskwalificeert, maar dat wij ook moeten rekening houden met de werkelijkheid].

Een haarbreed is de kleinste tussenruimte: In het licht van het bovenstaande merken sommigen op dat de Gemara met opzet de uitdrukking van een haarbreedte gebruikt voor de minimale tussenruimte die tussen twee letters vereist is, omdat het blote menselijke oog nog net een haarbreedte kan onderscheiden, maar een instrument nodig heeft om een smallere ruimte te onderscheiden [Bisjvilei HaHalacha II, blz. 50 en verder in naam van poskiem; zie ibid, een discussie of een haarbreedte herkenbaar is voor het menselijk oog].

Mogen wij miniscuul kleine insecten eten? Rav Wosner [Responsa Sjevet HaLevi, I, 7, ot 8; IV, 142, ot 2] is ook van mening dat een tussenruimte die alleen zichtbaar is met een vergrootglas niet voldoende is en dat het sefer hersteld moet worden. Hij baseert zich op de poskiem die regels gegeven hebben voor wormen [zie Sjoelchan Aroech J.D. 84 en Darchei Tesjoeva, 84:94] dat kleine kruipende beestjes [Sjeratsiem] die onzichtbaar voor het menselijk oog zijn, zijn toegestaan, hoewel men ze met een microscoop kan ontdekken. „Want zo niet, dan kunnen wij het verbod op wormen niet vermijden, want een druppel water bevat vele sjeratsien.”

Het gebruik van een vergrootglas om het gezicht te verbeteren: Maar, zo zegt hij, men mag gebruik maken van een vergrootglas om gezichtsmoeilijkheden te overkomen en zo een resultaat te verkrijgen tot men komt op het gezichtsniveau van een gezond mens.

Niet iedereen is het hiermee eens. Sommigen zeggen dat men een sefer Tora mag gebruiken, waarvan de letters ogenschijnlijk aan elkaar plakken, maar waarvan een vergrootglas onthult dat er ruimte tussen zit [zie Responsa Sjeëriet Jisraël van HaGaon Rav J.Z. Mintzberg en Bisjvilei Hahalacha, ibid; Responsa Misjnee Halachot IV:128 en VII:9].

Tegenwoordig is het de gewoonte om STaM te laten controleren door een computer, die nakijkt op ontbrekende letters of extra letters. Natuurlijk is zo’n computer geen substituut voor het menselijk ook maar slechts een hulpmiddel. Toen de computer hiervoor het eerst werd geïntroduceerd, was er sterke weerstand tegen, die echter spoedig stierf toen bleek dat het een groot aantal problemen oploste in sifrei Tora. Rav Wosner, die toen over de zaak geraadpleegd werd, merkte toen op dat de controle door een computer in het geheel niet is inbegrepen bij regeling over de controle van een sefer Tora door middel van een vergrootglas, daar een computer alleen maar dingen onthult die zichtbaar zijn en niet toont wat niet zichbaar is voor het menselijk oog [Kedoesja Sefer Tora blz. 143].

Daf 30a: Wie een sefer Tora op de markt koopt…

Doet een sofeer een mitswa als hij een sefer Tora  schrijft?

De mitswa om een sefer Tora te schrijven is de 613de mitswa: „En nu, schrijf dit lied op voor jezelf” [Dewariem 31:19]. Onze Gemara zegt: „Wie een sefer Tora op de markt koopt is alsof hij een mitswa aan de markt ontfutselt; wanneer hij er een schreef, dat is het alsof hij het op de Berg Sinai ontvangen heeft. Rav Sjesjet zegt: ‘Wanneer hij zelfs maar één letter gecorrigeerd heeft, dan is het alsof hij het geschreven heeft’.” Volgens Rasji [s.v.Kechoteef] betekent dit dat iemand die zelf een sefer Tora schrijft een hogere status verdient, alsof hij het op Sinai in ontvangst heeft genoemen maar iemand die een geschreven sefer Tora koopt, krijgt niet de status van degene die er een schrijft of verbetert, hoewel hij de mitswa doet. Echter volgens Tosafot, en zo beslist de Rama [Sjoelchan Aroech J.D. 270:1] doet iemand die een sefer Tora op de markt koopt in het geheel geen mitswa, maar sommige Acheroniem zijn het niet met hem eens. [zie Taz, ibid, s.k.1 en  het lijkt uit zijn woorden dat hij dat ook verklaart op basis van Tosafot; en Beioer HaGra 3 en Minchat Chinoech, mitswa 613, ot 2 en zijn opmerkingen daar].

En inderdaad, wie deze mitswa wil doen, zal zelf een sefer Tora moeten schrijven of een sofeer moeten betalen om er een voor hem te schrijven, of een sefer Tora kopen en de fouten erin herstellen maar op zijn minst moet hij er een kopen. En hoe zit het met de sofeer die het sefer Tora voor iemand anders schreef? Hij heeft niet het voornaamste punt van de mitswa gedaan, want hij schreef het niet voor zichzelf. Maar de Beioer Halacha [38, s.v. Hem] zegt dat een sofeer die tefillien en mezoezot schrijft iemand is die „zich bezighoudt met een mitswa”. Met andere woorden, wij moeten hem niet beschouwen als iemand die zich met wereldse zaken bezighoudt, want in feite voert hij het vers „je zult het opschrijven” uit [zie Hearot nr. 5, blz. 2 of iemand die een mitswa doet voor betaling vrijgesteld is van het doen van een andere mitswa]. De Ritwa [Bawa Batra 14a] zegt zelfs dat iemand die het vers „Tora heeft hij je geboden” in een sefer Tora  schrijft voor iemand die het zich niet kan permitteren om het helemaal te laten schrijven, beschouwd wordt alsof hij het helemaal geschreven heeft.

Het eren van rabbijnen door hen een letter te laten schrijven in een sefer Tora: Er bestaat een gewoonte om de laatste letters van een sefer Tora te schrijven in het huis van een talmied chacham die geëerd wordt met deze mitswa, hoewel het sefer niet van hem is. Gewoonlijk schrijft de sofeer de letters in contouren voor en de rabbaniem vullen ze in met inkt. Het is interessant om op te merken dat  HaGaon Rav Joseef Sjalom Eliasjiv er zorgvuldig in is alleen de letter joed in te vullen, omdat volgens de meeste poskiem een goed in contouren geschreven letter niet passoel is wegens gebrek aan inkt in het midden. Dus iemand die een dergelijke in contouren geschreven letter invult schrijft helemaal niets en controlleert, noch verbetert iets, want alles is kosjer. Een joed  is echter wat anders, want voordat hij gevuld wordt met inkt is hij passoel omdat hij lijkt op een samech.

Daf 32b: Hij was als geslagen en zat op de grond als iemand die door een slang gebeten was

Een sefer Tora dat gevallen is

Onze Gemara vertelt over Rabbi Elazar die eens op een bed ging zitten en zich pas toen realiseerde dat er een sefer Tora op lag. Hij liet zich van het bed afglijden en bleef op de grond zitten  als iemand die door een slang gebeten was. In dit artikel zullen wij de gewoonte bespreken  om te vasten, als, wat G-d verhoede, een sefer Tora of tefillien op de vloer valt [zie Mageen Awraham, O.ch. 44:5].

Een vasten voor gebrek aan eerbied voor heilige voorwerpen: De Chida, die deze gewoonte noemt in zijn Responsa Chajim Sjaäl [12], wijst erop dat deze gewoonte nergens in de Talmoed of door de Risjoniem genoemd wordt. „Echter, het is de gewoonte om te vasten, zelfs als iemands tefillien vallen, en zeker een sefer Tora.” Volgens hem is de reden van deze gewoonte dat iemand moet vasten voor het gebrek aan eerbied daarvoor toen hij het vasthield. Daarom bepaalt hij dat degenen die aanwezig waren toen het sefer  viel, niet hoeven te vasten, want zij zijn niet de oorzaak van de ontheiliging. Maar soms beslisten rabbaniem dat de hele gemeenschap moest vasten om de verplichting op te wekken om een sefer Tora  te eerbiedigen.

Het verschil tussen tefillien die gevallen is en een sefer Tora dat valt: Responsa Jad Eliëzer [126] schrijft dat de reden voor de vasten is dat wij de val moeten beschouwen als een oproep van de Hemel voor zelfbeschouwing en inkeer. Volgens hem hoeft alleen de persoon wiens tefillien gevallen is, te vasten maar de zaak ligt anders bij een sefer Tora  dat gevallen is, want dat verplicht de gehele gemeenschap te vasten, omdat een sefer  Tora het eigendom is van de gemeenschap en zijn val is een teken van opwekking voor allen [zie Moznajiem Lemisjpat door HaGaon Rav Z. Sorotskin ztst”l, § 5]. De auteur van Chazon Nachoem [86] voegt daaraan toe dat de vasten voor een sefer Tora dat gevallen is een uitdrukking van pijn is die met zou moeten voelen voor zijn ontheiliging [over zijn bezorgdheid voor heilige voorwerpen, die hem zijn leven gekost heeft, zie hiernaast in de marge]. Aan de andere kant schreven vele poskiem dat de gemeenschap niet hoeft te vasten en dat dit niet de halacha van een minhag heeft, daar het niet vaak voorkomt en hoe kan men zeggen dat iets een minhag – gewoonte – is geworden als het niet regelmatig gebeurt en hoe kunnen wij dan vaststellen hoe precies die minhag van een zeldzaam voorval is? [Zecher Jehosef, O.Ch. 31].

 


N.B. Halachische discussies die hier gepresenteerd worden, zijn uitsluiten bedoeld om de

gedachten en het leren te stimuleren en om achtergrondinformatie te verstrekken en zij

moeten niet beschouwd worden als psak halacha. Halachot moet men leren

 onderleiding van een bevoegde Rav, dat is een Rabbijn die ook bevoegd

is om een psak halacha te geven.

 

Bovenstaande teksten zijn woordelijke vertalingen van resp.

Meorot Hadaf HaYomi en Weekly DAF Footnotes.

De toelichtende en verklarende teksten

tussen rechte haken [ ] (niet de bron­

vermeldingen) zijn afkomstig

van de vertaler.