Archief

Hearot
HaDaf HaJomi
Een wekelijkse Internetbrief voor lerners van de Daf HaJomi
Een uitgave van Zwi Goldberg – P.O.B. 3220 – Netanya - Israël – E-mail: zwigold@netvision.net.il
10-16 Tewet 5764 Traktaat Menachot 83 - 89 Nr. 43

Uit Meorot HaDaf HaYomi, Vol. 240 van Kollel Chassidei Sochatov, Bnei Brak

Daf 85b: Takoa Alfa voor Olie

Met wat voor olie gebeurde het wonder met het oliekannetje

Onze misjna vertelt dat de olie voor de Tempel afkomstig was uit de plaats Tekoa Alfa. Dit feit dient de Risjoniem als basis om te verklaren waarom de olie in de Tempel precies acht dagen brandde, de dagen die later werden ingesteld als Chanoeka. De Ran [Sjabbat 21b] legt uit dat pure olie alleen verkrijgbaar was op een afstand van vier dagen reizen en daarom waren er acht dagen nodig om daarheen te gaan en terug te keren met de olie. Sefer HaEshkol [Hilchot Chanoeka] en andere Risjoniem [Meiri, ibid. Abudraham; etc.] citeren de misjna dat de olie gebracht werd uit Tekoa, en merken op dat Tekoa in het deel van Asjer lag, dat gezegend was met olie.

Deze bewering wordt niet door iedereen gedeeld. Sommigen zeggen dat Tekoa was gelegen in het deel van Jehoeda of Binjamin, dichtbij Jeruzalem [gebaseerd op Diwrei Hajamiem II:hfdst. 11; zie Abarbanel op II Sjmoeël 14 en het schijnt dat dat ook de mening is van Rasji in Pesachiem 53a, beg.w. Tekoa en beg.w. Goesj Chalav, dat alleen Goesj Chalav in Asjers deel lag; zie Beit Aharon weJeroesjalajin, kovets 4, p.85]. Zowel volgens deze meningen, als volgens wat er staat in Beit Joseef [670] hadden zij het wonder van de olie gedurende acht dagen nodig, omdat degenen die de olie reinigden gedurende zeven dagen zelf onrein waren en pas op de achtste dag konden zij de olijven fijnpersen.

De parallel tussen het type olie van de Menora en de olie voor de Chanoeka-lamp: Om het wonder te gedenken en bekend te maken, stelde Chazal in dat de lichten acht dagen zouden branden. De basis voor de halacha hiervoor is dat ieder licht kosjer is, maar het is een extra mooie mitswa om olijfolie te gebruiken, omdat die ook diende voor het wonder” [Kolbo, geciteerd door Darchei  Mojé 673].

Het aansteken van Chanoeka lichten met olie die niet voor consumptie geschikt is: HaGaon Rav Joseef Sjalom Eliasjiev, desgevraagd naar het gebruik van olie voor de Chanoekalichten, die niet voor consumptie geschikt is, wees op deze halacha als bron, dat hoe meer de olijfolie die wij gebruiken voor Chanoeka, lijkt op de olie in de Tempel, dit de mitswa verfraait [Kovets Mewaksjei Tora, p. 32].

Gestolde olijfolie: Sinds kort worden er instant” olijfolie-lichtjes verkocht, met gestolde olie en een pit in een glazen bakje, alles kant en klaar. HaGaon Rav Sjmoeël HaLevi Wosner werd gevraagd [Responsa Sjewet HaLwvi IX, 143] of deze olie voor Chanoeka bruikbaar is en of de mitswa om de Menora in de Tempel aan te steken daar ook mee had kunnen worden uitgevoerd. Hoewel de soegiot die wij nu leren, vol staan van halachot over de olie, wordt er niets gezegd over gestolde olie.

Rav Wosner antwoordde dat in feite gestolde olie niet geschikt is voor het aansteken van de Menora in de Tempel. Rambam [Hilchot Toemat Ocholien 1:19] verklaart dat gestolde olie zijn naam als vloeistof verloren heeft, maar het neemt ook niet de naam van vast voedsel aan, het is noch vast noch vloeibaar. Daar de gebruiksvoorwerpen in de Tempel, die bedoelt waren om vloeistoffen te bevatten, alleen vloeistoffen konden heiligen [Zewachiem 98a], is er geen mogelijkheid om zulke olie voor de mitswa te heiligen.

Gestolde olie is kosjer voor Chanoeka: Niettemin schrijft de Sjewet HaLevi dat gestolde olie bruikbaar is voor de Chanoekalamp, omdat wij geen parallel hoeven te trekken tussen de olie die geschikt is voor de Menora van de Tempel en de olie die geschikt is voor de mitswa van de Chanoekalichten.

Het wonder van het oliekannetje gebeurde met gestolde olie! Het is interessant dat er Risjoniem zijn die beweren dat gestolde olie beschouwd moet worden als vast voedsel [zie de Rava’ad in de Hasagot, ibid, en Tosafot Pesachiem 14b, beg.w. Afiloe] en sommigen schrijven dat volgens hun het oliekannetje, waarmee het wonder gebeurde, gestolde olie bevatte! De schrijver van Tesjoewa Meahava [Responsa II, 285] vertelt dat hem, toen hij nog een kind was, gevraagd werd door de Maharal Kasvits, av beit din van onze gemeente” dat volgens sommigen vloeistoffen niet onrein kunnen worden in de Tempel [zie het meningsverschil tussen Rav en Sjmoeël in Pesachiem 16a] en als dat zo is, hoe konden de Grieken dan alle olie verontreinigen”? Hij antwoordt dat misschien de olie bewaard was in gestolde vorm en zo, als vast voedsel wel onrein kan worden [zie ibid, dat hij andere oplossingen biedt; zie ook Kehillot Ja’akov V, 19 en Piskei Tesjoewa 673, opm. 32].

Mystieke intenties: Wij hebben het probleem van de Chanoeka lichten met gestolde olie behandeld. Sommigen merken op dat Kabbalistische werken intenties en eenmakingen [jichoediem] noemen om zich te concentreren als men de olie in de Menora giet en de pit erin zet, handelingen die onmogelijk zijn als men gestolde olie gebruikt. Hoewel wij ons niet op deze intenties concentreren, kunnen wij er niettemin van leren dat er verheven zaken zijn bij deze handelingen, en dat het beter is om zich aan de gewoonten van vroomheid te houden en die niet te verliezen door gestolde olie te gebruiken [Kovets Beit Aharon weJisraël, p. 143-144]. Dat verhindert natuurlijk niet de bovengenoemde regel dat gestolde olie kosjer is voor Chanoeka.

Menachot Daf 87b

HaGaon Rav Joseef Chaim uit Bagdad zts”l verzamelde vele vragen uit het dagelijks leven in zijn Tora lisjma. De vragen zijn zeer gevariëerd en we halen er hier enkele aan, waarvan het antwoord gebaseerd is op onze Gemara.

Wat verdient de voorkeur: fijne wijn voor Kiddoesj of zuiver olie voor de Sjabbatlichten?

Een arm iemand vroeg de Rav eens het volgende [Responsa 89]: Hij had genoeg geld om wijn te kopen voor de kiddoesj  en olie voor de Sjabbatlichten, maar niet genoeg om betere kwaliteit wijn en ook zuiverdere olie te kopen. Wat moest hij doen, eenvoudige wijn en dure olie kopen, of dure wijn en eenvoudige olie?

Rav Joseef Chaim antwoordde dat hij moest kiezen voor de betere wijn.  Onze misjna (86a) zegt dat als zuivere olijfolie gebruikt moest worden om de Menora aan te steken, dan gold dat zeker nog meer voor de menachot die gegeten moesten worden, maar een vers leert ons expliciet dat zuivere olijfolie alleen een vereiste was voor de Menora en voor niets anders. Hieraan kunnen wij zien dat er in het algemeen meer waarde gehecht wordt aan de betere kwaliteit van voedsel, en daarom moet hij de fijnere wijn kopen en de eenvoudige olie.

Verdeling van de matsot volgens schatting en niet naar gewicht: Een interessante halacha die de Rav noemt [137] betreft een chawoera [groep mensen] die hun eigen matsot samen bakten en die de matsot later verdeelden onder de leden van de chawoera. Rabbi Chaim bepaalde  dat het beter is om de matsot te verdelen volgens schatting dan om ze te wegen. Onze Gemara leert ons dat het minchat chavitien van de kohen gadol  verdeeld werd in 12 gelijke porties door middel van schatting en niet door ze te wegen, omdat het verdelen van brood op basis van gewicht door Tora een vloek genoemd wordt. Wegens honger en schaarste „…zullen tien vrouwen je brood bakken in één oven en zij zullen je het brood volgens gewicht terugbrengen” [Wajjikra 26:26]. Bovendien  moeten de matsot met eer behandeld worden, overeenkomstig de eer van de mitswa.

De mitswa van het bakken van chalot voor Sjabbat: Hij voegt daar nog een belangrijke opmerking aan toe: „En hiervan leer je dat diegenen die thuis deeg kunnen maken en dat kunnen bakken voor Sjabbat, maar ten gevolge van hun luiheid brood kopen bij een Joodse bakker, behalve dat zij de mitswa van het afscheiden van challa missen, brengen zij ook hun brood bij het gewicht, want de bakker weegt het en geeft het dan aan hun. Echter zij die de moeite nemen om thuis deeg te maken en de mitswa van challa doen, een mitswa die de huisvrouw zelf uitvoert, niet alleen is hun brood extra schoon, zij vermijden ook de vloek van het wegen en zij zullen gezegend zijn, zoals ons verteld wordt: „om een zegen over je huis te brengen.” 

Uit Meorot HaDaf HaYomi, Vol. 241 van Kollel Chassidei Sochatov, Bnei Brak

Meorot HaDaf 241

Daf 89a: Geef haar voldoende, zodat zij brandt van de avond tot de ochtend

Bestaat er een Mitswa om de Menora aan te steken?

Bestaat er een mitswa om de Menora in de Tempel aan te steken? Een malle vraag. Iedereen kent het vers dat in onze soegia wordt aangehaald: „In de tent der samenkomst zal Aharon het in orde maken, van de avond tot de ochtend” [Wajjikra 24:3] en, zoals Rambam schreef [toen hij de mitswot opsomde aan het begin van Hilchot Temidiem Oemoesafiem]: „Om de lichten iedere dag aan te steken.” Echter, wanneer wij de poskiem nader bestuderen, ontdekken wij dat de zaak niet zo simpel is als hij lijkt.

De menora bleef branden van jaar tot jaar: De Midrasj Tanchoema [einde van parasjat Wajetsee] zegt dat Rabbi Chanina Segan HaKohaniem gezegd heeft: „Ik diende in de Tempel en er gebeurde een wonder met de Menora: Vanaf dat hij werd aangestoken op Rosj Hasjana ging hij niet meer uit tot het volgende jaar”! Wanneer de Menora slechts eenmaal per jaar werd aangestoken, hoe vervulden zij dan de mitswa om hem iedere dag aan te steken? Of met andere woorden, hoe is de mitswa van het aansteken?

De mitswa vervullen door olie toe te voegen: HaGaon Rav Chaim van Brisk zts”l stelde deze vraag aan de Gerer Rebbe zts”l, de auteur van Imrei Emet, die antwoordde: De Gemara zegt, dat wie olie toevoegt aan een lamp, schuldig is aan het aansteken van vuur op Sjabbat. Met andere woorden, iemand die olie toevoegt aan een bak met olie, waarin zich een brandende pit bevindt, wordt beschouwd als iemand die het vuur aan­steekt. Daarom  zou het mogelijk zijn dat zij iedere dag een druppel olie aan de menora toevoegden en zo de mitswa van het aansteken vervulden [Marei Kodesj, Chanoeka 7].

Maar HaGaon Rav Pesach Frank zts”l, de Rabbijn van Jeroesjalajim, verbaasde zich over dit antwoord, om­dat iemand die de chanoekalichten aansteekt, terwijl er niet voldoende olie in de bakjes zit zodat de menora de vereiste minimum tijd zal branden, die moet de menora doven en opnieuw aansteken, nu met de vereiste hoeveelheid olie [Rosj, Sjabbat, Hfdst. 2, par. 7, aangehaald in de Sjoelchan Aroech 675:2]. Waarom is het niet vol­doende om de vereiste hoeveelheid aan de brandende lamp toe te voegen? Het is duidelijk dat olie toevoe­gen aan een brandende lamp niet beschouwd kan worden als „aansteken”. HaGaon Rav Y. Kohen ztst”l [Mikraei Kodesj 8, in Harerei Kodesj] werd over dit onderwerp gevraagd, en hij rangschikte de halachot als volgt in hun juiste volgorde:

Het verschil tussen branden en aansteken: Ten eerste noemt hij wat HaGaon Rav Shraga Feivel Frank zts”l gezegd heeft, die verklaart dat de halacha, dat iemand die olie toevoegt aan een brandende lamp op Sjabbat beschouwd wordt alsof hij vuur heeft aangestoken, zijn oorsprong vindt in het feit dat de melacha van aansteken [mav’ier] betrekking heeft op het werkelijk plaatsvinden van het branden. Daarom wordt olie beschouwd als mav’ier. Voor wat betreft andere mitswot geldt ook, dat als de mitswa is dat er vuur moet branden, het voldoende is als er olie wordt toegevoegd aan een brandende lamp, en aldus vervult men de mitswa. Maar als de mitswa is om een vuur aan te steken, dat is het vanzelfsprekend dat olie toevoegen niet beschouwd kan worden als aansteken.

Wij kunnen dus het verschil begrijpen tussen de mitswa  van het aansteken van de Menora en het aanste­ken van de Chanoeka-lichten. Betreffende de mitswa van het aansteken van Menora werden Aharon en zijn zonen geboden dat de Menora moest branden, en zoals Rambam al aanduidde [Hilchot Temidiem Oemoesa­fiem 3:12]: „En het aansteken van de lichten bestaat uit het ordenen van de lichten en een licht waarvan hij ontdekte dat het niet uitgegaan was, dat regelt hij.” Het lijkt er dus op dat er geen mitswa is van het werkelijk aansteken, maar dat er een mitswa is voor de kohen om te zorgen dat het brandt, hetzij door een lamp die is uit gegaan aan te steken, of door iets te regelen aan de pit of door er nieuwe olie bij te voegen. Daarom, als men olie toevoegt aan een brandende Menora is dat een mitswa. Aan de andere kant, is ons geboden om Chanoeka-lampen aan te steken en het is duidelijk dat olie toevoegen aan een brandende lamp niet be­schouwd kan worden als aansteken [zie ibid, dat hij het verklaart in overeenkomst met Rav Chaim van Brisk in Hil­chot Biat Mikdasj hfdst. 9 en zie Tsofnat Paneach, Hilchot Matnot ‘Aniïem 2:8 en Responsa Avnei Nezer, O.Ch. 513, ot 4].

Het is interessant om op te merken dat er een sterke aanwijzing is voor deze mening – dat er geen mitswa bestaat om om de lampen in de Tempel werkelijk aan te steken – in de Targoem Jeroesjalmi, die iedere plaats waar het aansteken van lichten genoemd wordt met „het in orde brengen.” [Wij moeten er de nadruk op leggen dat volgens andere Risjoniem de mitswa van de Menora is dat deze iedere dag moet worden aangestoken, zie Chidoesjei Riz HaLevi op Rambam, Hilchot Temidiem Oemoesafiem, Responsa Binjan Sjlomo, 52; en Encyclopedia Talmudica, onder het hoofd Hadlakat HaNeirot].

 


N.B. Halachische discussies die hier gepresenteerd worden, zijn uitsluiten bedoeld om de

gedachten en het leren te stimuleren en om achtergrondinformatie te verstrekken en zij

moeten niet beschouwd worden als psak halacha. Halachot moet men leren

 onderleiding van een bevoegde Rav, dat is een Rabbijn die ook bevoegd

is om een psak halacha te geven.

 

Bovenstaande teksten zijn woordelijke vertalingen van resp.

Meorot Hadaf HaYomi en Weekly DAF Footnotes.

De toelichtende en verklarende teksten

tussen rechte haken [ ] (niet de bron­

vermeldingen) zijn afkomstig

van de vertaler.