Archief

Hearot
HaDaf HaJomi
Een wekelijkse Internetbrief voor lerners van de Daf HaJomi
Een uitgave van Zwi Goldberg – P.O.B. 3220 – Netanya - Israël – E-mail: zwigold@netvision.net.il
Sivan 5764 Traktaat Choelien 105-110 Nr.62

Uit Meorot HaDaf HaYomi, Vol. 258-259 van Kollel Chassidei Sochatov, Bnei Brak

Daf 105a - Hoelang moet men wachten tussen kaas en vlees? Helemaal niets.

Tussen vlees en melk: waarom, en hoelang?

Deze soegiot behandelen het verbod op het samen eten van vlees met melk en de halachot betreffende de wachttijd tussen het eten van vlees en melkproducten, zoals die door Chazal zijn ingesteld om overtreding van dit verbod te voorkomen. Wij weten allemaal dat iemand die vlees eet, gedurende een aantal uren daarna geen melkproducten mag eten [behalve in Nedeland waar dat al na één uur mag (Zwi)]. Volgens vele Risjoniem is de bron hiervoor onze soegia.

Het verbod van Tora op het eten van vlees met melk geldt alleen voor het eten van vlees en melk samen wanneer zij samen gekookt zijn (Choelien 113a) maar iemand die vlees met melk eet als ze niet samen gekookt werden, over-treedt een Rabbinaal decreet. Chazal verboden niet alleen hun consumptie samen, maar verboden ook de consump-tie van de een na de ander. Maar de Risjoniem verschillen van mening over de lengte van de periode die tussen de consumptie van de twee moet liggen, gebaseerd op onze soegia.

Onze Gemara citeert Mar Oekwa, die zichzelf beschrijft als azijn, de zoon van wijn, want zijn vader wachtte 24 uur tussen vlees en melkproducten, „terwijl ikzelf ze nooit samen in dezelfde maaltijd eet, maar in de volgende maaltijd eet ik het.” D.w.z. tijdens een maaltijd waarin hij vlees at, at hij geen melkproducten, maar in een andere maaltijd at hij wel melkproducten.

Volgens Tosafot (beg.w. LiSe'oedata) en Ra'avia bedoelde Mar Oekwa te zeggen dat men geen melk en vlees in de-zelfde maaltijd mag eten, maar dat men onmiddellijk na een vleesmaaltijd een andere maaltijd mag beginnen met melkproducten. Echter vele Risjoniem (Rambam, de Rosj, Rasjba, enz.) menen dat Mar Oekwa bedoelde dat het gedurende een aantal uren na het eten van vlees verboden is om melkproducten te eten en dat hij geen melkproduc-ten at tot de volgende maaltijd, zoals de mensen gewend zijn om een aantal uren te wachten tussen de maaltijden.

Voor wat betreft de halacha, zegt de Sjoelchan Aroech (J.D. 89:1): „Als men vlees gegeten heeft, zelfs van een wild dier of van een vogel, moet men zes uur wachten voordat men kaas mag eten.” De Rema voegt daaraan toe: „De al-gemene gewoonte in deze landen  is om een uur te wachten na vlees.... en sommigen nemen de moeite en wachten zes uur tussen vlees en kaas en dat is juist." Iedereen is het ermee eens dat men nimmer in dezelfde maaltijd vlees en melk mag eten, zelfs niet als de maaltijd langer dan zes uur duurt, maar men moet altijd eerst birkat hamazon zeggen en de „tafel afruimen" (Sjach, ib. n. 5).

Het eten van vlees na melk: Al het bovenstaande geldt voor het eten van melkproducten na vlees. Betreffende het eten van vlees na melk vermeldt onze Gemara dat Rav Asi aan Rabbi Jochanan vroeg hoelang men moet wachten en hij antwoordde: „In het geheel niet," en zo is de halacha vastgesteld (Sjoelchan Aroech ib., § 2) maar men moet zijn handen en mond schoonmaken en afspoelen. Moderne halachisten zeggen dat wanneer men zijn tanden poetst na het eten van melkproducten men aan die verplichting om zijn mond te reinigen heeft voldaan (zie het eind van Pischei Halacha, Kasjroet).

Toch hebben sommigen de gewoonte om een half uur of een uur te wachten voordat zij melkproducten eten (zie Kitsoer Sjoelcha Aroech Basar Bechalav door HaGaon Rav A. Foiler, I, 11-5). Deze gewoonte is gebasserd op de Zohar (zie Beit Joseef, O.Ch.173), waar staat dat iemand die vlees wil eten na melk, eerst birkat hamazon moet zeggen en even moet wachten. Het is interessant om te vermelden dat de Maharam van Rotenburg (Responsa IV:615, geciteerd in Hagahot Asjeri op onze soegia) de gewoonte had geen vlees van huis- of wilde dieren te eten nadat hij kaas gegeten had, maar ten aanzien van gevogelte, waarvan het verbod berust op een Rabbinaal decreet, was hij soepel. Toen hem naar deze gewoonte gevraagd werd, antwoordde hij: „In mijn jeugd lachtte ik mensen die zo deden, uit en het leek mij zelfs apostasie (iets dat zij aan Tora toevoegden), totdat ik op een dag voor een maaltijd nog kaas van de vorige maaltijd tussen mijn tanden vond en toen besloot ik voor mijzelf streng te zijn betreffende vlees na melk, net zoals melk na vlees." Beit Joseef merkt op: „De Maharam Rotenburg was soepel met gevogelte... omdat hij de Zohar niet gezien had, maar wij, die de verdiensten hebben gehad om die wel te zien, doen er beter aan om ook voor gevogelte streng te zijn" (Prie Chadasj echter beweert dat de Zohar niet streng is voor gevogelte). De Aroech Hasjoelchan schrijft (J.D. 89:9): „Sommigen zijn hier erg precies in" terwijl anderen dat niet zijn (zie Misjna Beroera 494:16, die eenvoudig veronderstelt dat er geen noodzaak is om birkat hamazon te zeggen na gewone kaas).

Wij hebben nog steeds geen antwoord gegeven op de vraag waarom Chazal het nodig vonden dat men zolang moet wachten tussen vlees en melkproducten en wij hebben ook het onderwerp niet aangesneden van „harde kaas", hetgeen vele jaren een belangrijke aangelegenheid was.

Daf 105a - Als men kaas gegeten heeft, mag men (daarna) vlees eten

Het eten van vlees na gele kaas

De Risjoniem zijn het niet met elkaar eens over de reden waarom Chazal een scheiding maakten tussen het eten van vlees en melkproducten. Volgens Rasji (beg.w. Assoer leëchol gevina) blijft het vet van het vlees achter in de mond en als men melkproducten eet, proeft men de smaak van het vlees met die van de melk. Volgens Rambam (Hilchot Maächalot Assoerot 9:28), zijn de stukjes vlees tussen de tanden de reden dat Chazal verboden melkproducten te eten na vlees (zie Taz J.D. 89, n. 1, dat deze halacha alleen van toepaasing is op vlees , omdat wij van het vers „het vlees was nog tussen hun tanden" [Bamidbar 11:33] leren dat vlees zijn belangrijkheid niet verliest, zelfs nadat het reeds verteerd is en de resten in de mond zijn achtergebleven).

De beide bovengenoemde redenen gelden niet voor melkproducten. Zij bevatten niet zoveel vet als vlees en ze blijven ook niet zolang tussen de tanden steken omdat melkproducten in de mond smelten (HaMaor en de Ran). De halacha voor harde kaas is echter anders. Harde kaas wordt geproduceerd door het lange tijd onder bepaalde condities te laten liggen. Gedurende die tijd ontwikkelt zich een fermenteringsproces en een afbraak van proteïne ketens en zo wordt de kaas hard. Hoe harder de kaas, des te beter en sterker de smaak.

Harde kaas heeft eigenschappen die vergelijkbaar zijn met vlees: Hiervan leren wij dat harde kaas niet zoveel verschilt van vlees. Stukjes kaas kunnen tussen de tanden blijven steken omdat ze hard zijn en de sterke smaak kan voor lange tijd in de mond achterblijven. Dus zowel volgens Rasji, die melk na vlees verbiedt omdat de smaak van het vlees nog in de mond te proeven is, als volgens Rambam, die het verbiedt wegens de stukjes vlees die tussen de tanden zijn achtergebleven, is het verboden vlees te eten na harde kaas (zie Rema J.D. 89:2). Sommigen zeggen dat men een uur moet wachten (Sjach, ib.) en anderen zeggen zes uur (Taz, ib. en Misjna Beroera 494:16 in Sjaár HaTsioen [en zo is de gewoonte in Nederland (Zwi)]).

Is de halacha voor gesmolten gele kaas anders? Twee belangrijke en practische halachische gevolgen komen voort uit het verschil tussen de twee redenen van Rasji en Rambam. Volgens Rasji moet men voordat men vlees eet, wachten omdat de smaak van de gele kaas niet verdwijnt wanneer die gesmolten is maar volgens Rambam mag men wel vlees eten na gesmolten gele kaas want er kunnen geen stukjes kaas tussen de tanden blijven steken. Betreffende middelmatig harde kaas zou het tegenovergestelde gelden. Volgens Rasji is er geen reden om erna te wachten maar volgens Rambam is de smaak niet belangrijk maar alleen de graad van hardheid (HaGaon Rav Y.S. Eliashiv, Kovets Tesjoewot O.C. 55).

Wat is harde kaas? Wij moeten nog definiëren wanneer kaas „hard” genoemd kan worden en men moet wachten voordat men vlees mag eten. De meeste poskiem menen (zie Taz, ib. n. 4, en Sjach, ib. 15) dat kaas die zes maanden gelegen heeft, hard genoemd kan worden.

Gele kaas en Bulgaarse kaas: Wij zullen nu aandacht besteden aan de gele en Bulgaarse kaas in onze tijd. Kunnen die als hard beschouwd worden? Het blijkt dat de meeste gele kaas niet zes maanden oud is en daarom niet als „hard" beschouwd hoeft te worden volgens onze definities.

Stopt het verouderingsproces niet totdat de kaas gegeten wordt? Niettemin zegt Rabbi Sjmoeël Wosner (Responsa Sjewet HaLevi, II:35) dat men strikt moet zijn omdat er soms  zes maanden zijn verlopen sedert de tijd dat het rijpingsproces van de kaas begon totdat die gegeten wordt. Met andere woorden, volgens hem gaat het hardingsproces van de kaas nog door in zijn verpakking in uw koelkast en het is erg moeilijk om te weten wanneer het hardingsproces begon en dus moet men streng zijn (?!) [m.a.w.: als men jonge gele kaas koopt (die goedkoper is dan oude kaas) en die een half jaar in de koelkast laat liggen, krijgt men vanzelf oude kaas? (Zwi)]. Aan de andere kant beweert HaGaon Rabbijn Jisraëel Ja'akov Fisher zt"l (Responsa Ewen Jisraël , IX:68) dat men niet streng moet zijn met gele kaas in onze tijd. Wij moeten er echter de nadruk op leggen dat ook vandaag de dag er speciale zeer harde kazen zijn die meer dan een jaar gerijpt hebben en waarna men volgens iedereen niet eerder vlees mag eten dan na de bepaalde tijd (zie Netiv HeChalav; [voor Nederland geldt dit voor zeer oude kaas en de wachttijd is zes uur]).

 

 

 

Daf 109b – Hij verbood ons varkensvlees maar stond ons de hersenen van de sjiboeta toe

Zal het varken in de toekomst kosjer zijn?

Onze Gemara citeert een merkwaardig citaat in naam van Yalta, de vrouw van Rav Nachman: „Voor alles dat Hasjem ons verboden heeft, heeft Hij ons iets soortgelijks toegestaan. Hij verbood ons bloed, maar Hij stond ons lever toe; ... Hij verbood ons varkensvlees, maar Hij stond ons de hersenen van de sjiboeta toe [waarvan Rasji schrijft dat dit een vis is, wiens hersenen smaken als varkensvlees]." Met andere woorden, voor alles dat Hasjem ons verboden heeft, heeft Hij ons een substituut gegeven.

Waarom een varken niet op kan kijken: De Risjoniem bespreken een interessant onderwerp, gevolgd door de Acheroniem, namelijk of het ooit toegestaan zal zijn om zwijnevlees te eten. Het zwijn is het meest onreine en smerige beest, zoals door de Javets gedefiniëerd (in zijn commentaar Zimrat HaArets op Perekt Sjira in zijn Sidoer Beit Ja'akov) en daarom is het varken het enige dier dat niet genoemd wordt in Perek Sjira onder de dieren die voor Hasjem zingen. De Javets merkt op: „...en geleerden hebben gezegd dat het (varken) niet naar de hemel kan opkijken omdat het in de diepten van de klipot (onreine 'schillen') gevallen is. Het feit dat het varken verworpen werd met zulk een walging maakt de vraag nog fascinerender: zal het ooit in de toekomst zijn toegestaan om het te eten?

Waarom wordt het chazier genoemd? Omdat het zal terugkeren (lehachzier) tot geoorloofd: En inderdaad, tot onze grote verbazing, schrijft de Javets: „ . . . en zelfs het varken, daarvan zeggen Chazal dat Hasjem het tot ons zal terugbrengen en het ons zal toestaan, wanneer Hij de geest van onreinheid van de aarde verwijderd heeft." Andere Tora-giganten hebben dit geloof als vaststaand aangenomen. De auteur van Mirkewet HaMisjnee schrijft (Avot 6:2): „En ook het varken, zoals Chazal schrijven: Hasjem zal het aan Israël teruggeven." Or HaChaim schrijft (Wajjikra 11:2): „Waarom wordt het chazier genoemd? Omdat het zal terugkeren en geoorloofd zal zijn." Hij legt uit dat in de toekomst het zal gaan herkauwen en tekenen zal hebben van reinheid. De Radbaz noemt  (II, 828) deze midrasj ook, maar vermijdt het op hem eenvoudige manier te verklaren: „Mij was reeds gevraagd... dat er gezegd is... dat Hasjem het terug zal brengen naar Israël" en hij reageert daarop: „Niet dat varkensvlees zal zijn toegestaan, chas wechalila (G-d verhoede)"  maar dat de Joden in vrede en rust in hun land zullen wonen, alsof er niets in de wereld is dat zij niet zouden mogen doen.

Een vis met de smaak van een varken zal terugkeren uit balingschap: Deze midrasj was zo verbazingwekkend dat de auteur van Or Jekarot  (Midrasj Rabba, voorwoord tot Eicha, hfdst. 4) het overeenkomstig de Gemara tracht te begrijpen. Toen onze voorouders uit hun land werden verdreven, gingen er honderden vissen, sprinkhanen en gevogelte mee in ballingschap met hen en zij allen keerden met hen terug toen zij uit de Babylonische ballingschap terugkeerden, maar één vis keerde niet met hen terug, wegens zijn zwakte (zie Anaf Eets Avot, ib.) en dat is de sjiboeta, die smaakt als een varken. Het is mogelijk, zegt hij, dat in de toekomst, wanneer Hasjem ten slotte terugkeert uit de ballingschap, de sjiboeta ook terugkeert en dat dit de betekenis is van wat er staat dat wij in de toekomst  varkensvlees zullen mogen eten.

Sommige Tora-giganten beweren dat deze misdrasj nooit bestaan heeft: Chazal hebben nimmer gezegd dat Hasjem het varken in de toekomst zal toestaan (de auteur van Seder HaDorot in 'Erchei Hakinoeïem, ot chet, chazier; de auteur van Sefer HaMatsref, een oud werk door Rav M. Kunitz).

De ontwikkeling van een midrasj: Ten slotte is het interessant om te ontdekken hoe Rabbeinoe Bachajei beschrijft hoe deze „midrasj" zo populair werd (Wajjikra, Sjemini  11). Hij leefde ongeveer 700 jaar geleden en zijn commentaar circuleerde kennelijk niet onder de leidende Tora-geleerden, die dit probleem bespraken. Hij schrijft:  Het Romeinse Rijk wordt soms de chazier genoemd. Midrasj Tanchoema geeft een paar redenen op en één daarvan zegt „dat Hasjem het aan ons zal teruggeven." Rabbeinoe Bachajei schrijft: „ . . . en de massa begreep daaruit dat het varken in de toekomst rein zal zijn voor Israël" maar de waarheid is dat de midrasj bedoelt te zeggen dat Rome een chazier genoemd wordt, van het woord chazar (terugkeren), en dat Hasjem hen zal doen terugkeren naar Israël: tijdens de ballingschap hebben zij hun krachten gericht op de onderdrukking van de Joden, maar wanneer Massjiach komt, zal Hasjem hen doen terugkeren en dan zullen zij ons dienen.