Archief

Hearot
HaDaf HaJomi
Een wekelijkse Internetbrief voor lerners van de Daf HaJomi
Een uitgave van Zwi Goldberg – P.O.B. 3220 – Netanya - Israël – E-mail: zwigold@netvision.net.il
14 Tamoez 5764 Traktaat Nr. 67

Uit Meorot HaDaf HaYomi, Vol. 265 van Kollel Chassidei Sochatov, Bnei Brak

Bechorot 6b – Om zijn vet te verbieden

„Wat afkomstig is van het onreine”: criteria en grenzen

In dit artikel zullen wij ons concentreren op een basisregel van de Talmoed, die steunt op de soegia die wij deze week geleerd hebben: Dat wat afkomstig is van het onreine is onrein; dat wat afkomstig is van het reine is rein.” Met andere woorden, het product van een onrein dier is onrein en verboden om te eten, terwijl het product van een rein dier rein is en wel gegeten mag worden. Daarom is het ei van een onreine vogel verboden om te eten, hoewel het ei geen vogel is en de Tora alleen de vogel verboden heeft om te eten. In dezelfde zin is de melk van een onrein dier onrein en verboden, hoewel er geen twijfel bestaat dat de melk geen deel is van het lichaam van het dier, maar wat afkomstig is uit iets dat onrein is, is onrein.

Nu wij deze belangrijke regel geleerd hebben, zullen wij het zijn unieke karakter geven, terwijl wij andere voorbeelden nader zullen  bekijken.

Het eten van bijenpootjes: Vele Risjoniem (Tosafot: Avoda Zara 69a, beg.w. Hahoe; etc.) vinden het moeilijk om te begrijpen hoe het mogelijk is dat wij bijenhoning mogen eten, want er zitten stukjes van de bijenpootjes in, die in contact waren met de honing tijdens de bereiding daarvan. In het verleden hebben wij een artikel gewijd (‘Awoda Zara 69a: Honing als een conserveringsmiddel en als verterend materiaal”) om de antwoorden van de Risjoniem te begrijpen.

De meeste Risjoniem verklaren dat honing de unieke eigenschap heeft dat alles dat erin zit, honing wordt (vooropge-steld dat het niet iets volledigs is)! Daarom mag men honing eten waarin stukjes van bijenpootjes zijn gevallen, want zij zijn ook honing geworden.

Waarom zijn bijenpootjes niet wat van het onreine komt”: Wij hebben nu schijnbaar twee tegenstrijdige halachot. Ten slotte is melk van een onrein dier verboden want het is afkomstig het onreine”. Waarom zijn bijen-pootjes dan beter, alleen maar omdat zij tot honing geworden zijn? Zijn zij niet afkomstig van het onreine”? Het feit dat de honing de bijenpootjes oplost kan geen reden zijn om ze te mogen eten, want de honing die daarvan wordt geproduceerd is zelf dat wat afkomstig is van het onreine” en zou dus verboden moeten zijn.

Het grote principe van dat wat afkomstig is van het onreine”: Wegens de essentiële tegenstrijdigheid van de twee halachot hebben de Acheroniem (zie responsa Zecher Jitschak, II, 46, ot 2; Responsa Chelkat Joav, J.D. 7; Kehilot Ja’akov, Bechorot § 5) verklaard dat wij een belangrijke definitie hebben dat een nieuw karakter geeft aan de regel van wat afkomstig is van het onreine is onrein.” Laten wij beginnen met de bijenpootjes. De Tora verbiedt ons om het bloed van een dier te drinken. Wanneer, om een of andere reden het bloed water zou worden, dan mag men het eten, want de Tora heeft verboden om bloed te drinken en het materiaal wat voor ons ligt, is geen bloed meer. In dezelfde zin heeft Tora verboden om bijen te eten maar zodra de bij honing is geworden, is het geen bij meer. Het verboden artikel is verdwenen en er is iets geheel nieuws ontstaan. Echter, dat wat afkomstig is van het onreine, hoewel het volkomen verschillend is van de onreine entiteit waaruit het voortkwam – de melk lijkt in het geheel niet op het dier waar het uitkomt – is het niettemin verboden want de reden voor zijn verbod komt niet voort uit zijn essentie: het is niet verboden omdat het een onrein dier” is, maar omdat het daaruit voortkwam. Zijn oorsprong is de oorzaak van het verbod. Daarom is datgene wat voorkomt uit het onreine altijd verboden, want het is onmogelijk om het verleden te veranderen: het kwam voort uit iets dat verboden is en zo zal het altijd blijven. Echter, een bij,  die verboden is omdat het een bij” is, is verboden zolang als het een bij is maar zodra het stopt een bij te zijn, dan verdwijnt het verbod.

Melk van een rein dier: Mag men dan alles, waarvan de essentie veranderd is, eten? Waarom verklaart onze Gemara (6b) dat als Tora ons niet nadrukkelijk had toegestaan om de melk van een rein dier te drinken, het verboden zou zijn omdat melk afkomstig is uit het verboden bloed van het dier, dat veranderd is in melk.  Toen het bloed veran-derde in melk, veranderde zijn essentie. Waarom hebben wij dan een speciaal vers nodig om ons toe te staan om melk te drinken?

De Acheroniem besteedden ook aandacht aan deze vraag en zij verklaren dat iedere verandering die het resultaat is van een natuurlijk proces dat het artikel doormaakt en dat ligt opgesloten in het geheim van zijn productie, niet beschouwd wordt als een verandering  die het artikel in staat stelt om aan zijn verbod te ontsnappen. Daarom, als de Tora verbiedt om bloed te eten en dit bloed langs natuurlijke weg tot melk wordt omgezet in het dierenlichaam, dan is dit tot melk geworden bloed inbegrepen in het verbod en er is geen reden om te veronderstellen dat het verbod niet voor melk zou gelden [en daarom hebben wij dus een speciaal vers nodig dat ons leert dat melk wel is toegestaan]. Maar als de verandering niet het gevolg is van een natuurlijk proces – zoals bijenpootjes die opgelost zijn in de honing en nu zelf honing zijn geworden – dan is er iets essentiëels veranderd: zij zijn geen bijenpootjes meer maar zijn honing geworden (zie kehillot Ja’akov, ibid.)