|
Megilla 18a
Veeg Amalek de deur uit
[Uit Daf Yomi Digest (aangepast)]
De Misjna op daf 17a zegt: Als men het seroegien leest, heeft men zijn plicht gedaan.
De Rabbijnen, de leerlingen van Rebbi, wisten niet wat
seroegien betekent, totdat, toen zij het huis van Rebbi voor
de zoveelste keer die dag binnengingen, zij de dienstmeid van
Rebbi tegen hen hoorden zeggen: „Hoe lang zijn jullie nog van plan
seroegien seroegien binnen te gaan?” Toen begrepen zij dat
het betekende „met tussenpozen.”
Een soortgelijk incident: De Rabbijnen wisten niet wat
haloglogot betekende, totdat zij van de dienstmeid van Rebbi
begrepen dat het postelein is.
Zij begrepen ook niet de betekenis van het vers (Spreuken 4:8): „Slaseleha
en het zal je verheffen.” Ze leerden van de dienstmeid van
Rebbi dat salseleha omdraaien betekent.
De Rabbijnen wisten ook niet van het woord jahav betekende
in Psalmen 55:23: „Werp je jahav op Hasjem.” Van Rabba bar
bar Channa leerden zij dat jahav ‘last’ betekent.
En van de dienstmeid leerden zij de betekenis van het vers [Jesjajahoe
14:23]: „En Ik zal tetatia met een mateatee van
vernietiging”. Zij wisten niet wat tetatia met een
mateatee was. Totdat zij hoorden hoe de meid tegen iemand zei:
Neem deze mateatee [bezem] en tetatia [veeg op] deze
rommel van de vloer. Toen begrepen zij dat het vers betekende: „Ik
zal het wegvegen met een bezem van vernietiging.”
Het jaar 1915 was een turbulent jaar voor oost Europa en de Jodsen
en voor de hele wereld: de Eerste Wereldoorlog was op zijn
hoogtepunt. In Polen was zelfs een eenvoudig reisje
levensgevaarlijk. Daarom, toen de Lev Simcha zt”l ging
trouwen, verklaarde zijn vader, de Imrei Emet zt”l dat
niemand er ook maar aan mocht denken om te reizen, om het huwelijk
bij te wonen. Hij zei: „Ieder van hen die anders zouden komen,
moet in plaats daarvan maar met ons in gedachten feest vieren in
de veiligheid van zijn eigen huis. Niemand mag zichzelf in gevaar
brengen in deze gevaarlijke tijden.
Op de avond van het huwelijk, Rosj Chodesj Eloel, was er voor al
de aanwezigen een grote verrassing. De vroegere melamed –
onderwijzer – van de Imrei Emet, Rav Hirsch Ber Bronspiegel,
zt”l, had werkelijk een grote afstand gereisd om het feest van
de familie mee te mogen maken, ondanks zijn vergevorderde
leeftijd. Hij was toen al over de negentig jaar. Hoewel de Rebbe
blij was toen hij zijn oude mentor zag, was hij niettemin
verstoord dat Rav Bronspiegel de lange en gevaarlijke reis gemaakt
had.
De Rebbe gaf zijn dagelijkse sji’oer en Rav Hirsch voegde
zich bij de groep om de sji’oer mee te horen. Toen de Rebbe
begon te discussiëren over het eind van daf 18a van traktaat
Megilla, vroeg Rav Hirsch: „We zien dat de amoed
[bladzijde] eindigt met twee verzen, die woorden bevatten, waarvan
de geleerden de betekenis niet begrepen, maar die zij later
leerden toen zij hoorden hoe de dienstmeid van Rebbi die woorden
gebruikte in hun juiste context. Het eerste vers was (Psalmen
55:23): „Werp je jahav op Hasjem.” hetgeen betekent: „Werp
je last op Hasjem,” en het tweede was: [Jesjajahoe 14:23]:
„En Ik zal tetatia met een mateatee van vernietiging
– Ik zal het met de bezem der vernietiging wegvegen.”
In Rosj Hasjana 26 vinden we dezelfde vraag en hetzelfde antwoord,
maar de volgorde ervan is omgekeerd. Waarom?
De Rebbe wachtte geduldig tot Rav Hirsch het antwoord zou geven op
zijn eigen vraag.
„De Isjbitzer Rebb, zt”l, leert dat de Gemara eindigt met
de meest relevante vraag voor ons. In traktaat Rosj Hasjana is het
thema de rechtspraak en hartstochtelijk gebed is dan het
voornaamste. Daarom eindig-den
Chazal daar met het advies dat men zijn lasten aan Hasjem
moet toevertrouwen. Maar in traktaat Megilla is het thema Poeriem.
Daarom eindigden zei met het vers dat zinspeelt op de mitswa van
de dag: om Amalek weg te vegen!”
&
Daf
19a
Het schrijven en lezen van een Megilla
[Uit Daf Yomi Digest (aangepast)]
„Het
moet geschreven zijn in Assyrisch [= het huidige Hebreeuwse]
schrift, op perkament met zwarte inkt. Dat leren we van een
gezera sjawa van
[Ester 9:29]:
En Koningin Ester schreef, en van
[Jeremiahoe 36:18]:
Uit zijn mond dicteerde hij mij al deze woorden en ik
schreef ze op perkament met inkt. In beide verzen komt het
woord schreef voor, dus geldt voor beide dat het geschreven
werd op perkament met zwarte inkt.”
e Risjoniem (Rasjba, Riva en Ramban) vragen waarom het nodig was
voor de Gemara om de wetten voor het schrijven van de Megilla van
een speciale gezera sjawa van ‘schreef-schreef’ af te
leiden, wanneer de Megilla zelf een sefer genoemd wordt
(zoals we later in onze Gemara zullen zien (we nichtav basefer),
en een Sefer Tora moet met zwarte inkt op perkament
geschreven worden, om kosjer te zijn (Sjabbat 103b)?
De algemene benadering is dat de Megilla beschouwd wordt als een
sefer – een boek, maar dat het ook een igèret – een
brief – genoemd wordt. Dit leert ons dat in bepaalde opzichten de
Megilla behandeld moet worden als een formele tekst, net als een
Sefer Tora, maar dat in andere opzichten de wetten ervoor soepeler
zijn. Ritva legt uit, in naam van zijn Rebbe, dat de grondtekst is
als een Sefer Tora. Het perka-ment
moet bereid worden als dat van een Sefer Tora, er moeten lijnen in
gegroefd worden op het opper-vlak
van het perkament (sirtoet), en het moet geschreven zijn
met zwarte inkt. Deze halachot worden geleerd van aparte
derasjot, en zonder die lessen zouden we niet geweten hebben
of we de Megilla moeten behandelen als een sefer of als een brief.
Echter het wordt gelezen als een brief. De voorlezer mag erbij
staan of zitten, en we breken de voorlezing niet op in
verschillende aliot.
De Griz Halevi merkt in zijn Chidoesjiem op de
Megilla op dat nu wij weten dat een Megilla een van de boeken van
Tanach is (zie 7a), het duidelijk moet zijn dat het geschreven
moet zijn op perkament met inkt. Niettemin, zo verklaart hij,
zijn er twee aspecten aan de Megilla. De ene is, dat het inderdaad
een van de boeken van Tanach is. Een ander aspect is dat we eisen
dat een Megilla geschikt is om in het openbaar te lezen en de
gemeenschap in staat te stellen om hun verplichting, van de
bekendmaking van het wonder, door te luisten naar het verhaal, te
voldoen. Zonder de les, zoals die vertelt wordt in onze Gemara,
zouden we kunnen denken, dat een Megilla, die geschreven is
zonder al de details van het perkament en inkt, ook geschikt zou
zijn voor de mitswa van het lezen ervan. We zouden dan hebben
kunnen denken dat het alleen maar een igèret – brief –
hoeft te zijn. Daarom hebben we de speciale les nodig die ons
leert dat een Megilla geschreven moet worden op de juiste manier,
om er uit te kunnen lezen voor de mitswa.
&
Uit Meorot HaDaf HaYomi, Vol. 405 van Kollel
Chassidei Sochatov, Bnei Brak
Daf 20a
Mitswot vóór zonsopgang
De Sdei Chemed haalt een incident aan dat eens in zijn eigen stad
gebeurde op Hosjana Rabba. Ze hadden de hele nacht Tora geleerd,
zoals in sommige gemeenschappen de gewoonte is om een Tikkoen
Leil Hosjana Rabba te houden. Kort voor het aanbreken van de
dag begonnen ze sjacharit te dawwenen. Toen zij daarmee
klaar waren en zich voorbereidden om de beracha over de loelav
en etrog te zeggen voor Hallel, realiseerden zij zich
dat het nog geen tijd voor neets hachama (zonsopkomst) was.
In onze Misjna leren we dat mitswot die overdag gedaan moeten
worden, zoals het lezen van de Megilla en Brit Mila, na
neets hachama gedaan moeten worden. Hoewel de Misjna slechts
vier “dag-mitswot” opnoemt, zijn de poskiem het er over
eens, dat de regel ook geldt voor de sjofar, de loelav
en alle andere dag-mitswot. Ze moeten allemaal na neets hachama
worden gedaan
(Sj.A. O.Ch. 588:652).
Gebaseerd hierop besliste de Sdei Chemed dat zij moesten wachten
tot neets hachama voordat ze met de loelav konden
schudden. Een Tora-geleerde tussen de aanwezigen bestreed de
beslissing , maar in de tijd dat het debat duurde, was de zon al
opgekomen en was het debat niet langer relevant
(Sdei Chemed IV, Ma’arechet Lamed, 141:11).
De tijd voor de mitswot –
Rasji
verklaart dat volgens Tora-wetten de dag begint met het eerste
ochtend-licht,
dus bij
alot hasjachar. Echter, daar de mensen misschien dat
tijdstip verkeerd inschatten zouden ze misschien de mitswot
vóór alot hasjachar al
doen en daarom hebben onze Geleerden beslist dat men ermee moet
wachten tot na zonsopkomst.
De Levoesj
(652)
heeft een andere verklaring. Hij schrijft dat dag-mitswot gedaan
moeten worden gedu-rende
het “voornaamste deel” van de dag, hetgeen begint met zonsopkomst.
Het lezen van de Megilla vóór zonsopkomst –
De Sjoelchan Aroech Gawo’a schrijft dat het in sommige gemeenten
de gewoonte was om de loelav te schudden en de Megilla te
lezen vóór zonsopkomst. Hij verklaart deze minhag op basis
van wat Rasji schrijft. Onze Geleerden hebben de
dag-mitswot tot na zonsopkomst verschoven, om te voorkomen dat de
mensen ze zouden doen terwijl het nog nacht is. Maar in plaatsen
waar men exact de tijd weet, daar mag men het doen vanaf alot
hasjachar.
De Sdei Chemed maakt bezwaar tegen deze conclusie. Hij schrijft
dat de Geleerden een algemeen verbod hebben uitgevaardigd voor het
doen van dag-mitswot vóór neets hachama, om diegenen die de
juiste tijd niet weten, te beschermen. En sinds de beslissing
eenmaal is ingesteld, geldt hij voor iedereen, ongeacht of men de
juiste tijd weet of niet.
|