Berachot Hoofdstuk 6- Misjna 8 אָכַל תְּאֵנִים עֲנָבִים וְרִמּוֹנִים, מְבָרֵךְ אַחֲרֵיהֶן שָׁלשׁ בְּרָכוֹת, דִּבְרֵי רַבָּן גַּמְלִיאֵל. וַחֲכָמִים אוֹמְרִים, בְּרָכָה אַחַת מֵעֵין שָׁלשׁ. רַבִּי עֲקִיבָא אוֹמֵר, אֲפִלּוּ אָכַל שֶׁלֶק וְהוּא מְזוֹנוֹ, מְבָרֵךְ אַחֲרָיו שָׁלשׁ בְּרָכוֹת. הַשּׁוֹתֶה מַיִם לִצְמָאוֹ, אוֹמֵר "שֶׁהַכֹּל נִהְיָה בִּדְבָרוֹ." רַבִּי טַרְפוֹן אוֹמֵר: "בּוֹרֵא נְפָשׁוֹת רַבּוֹת."
Als men vijgen, druiven of granaatappelen gegeten heeft, dan zegt men daar drie berachot na [1], zegt Rabban Gamliël. Maar de geleerden zeggen: één beracha [2]. Rabbi Akiwa zegt: zelfs al heeft men gekookt voedsel [3] gegeten, en dat is zijn hoofdmaal [4], dan zegt men daarna drie berachot. Wie water drinkt voor de dorst [5], zegt: „sjèhakol nihejeh bidvaro” Rabbi Tarfon zegt: „Boree nefasjot rabbot” [6]. Aantekeningen bij Misjna 6:8 [1]. Men zegt daar drie berachot na: Want na alles dat behoort tot de zeven soorten [waarmee het land Israël gezegend is in Dewariem 8:8: „Een land van tarwe en gerst, druiven en vijgen en granaatappelen; een land van oliehoudende olijven en (dadel-) honing] zegt men drie berachot. Want Rabban Gamliël meent dat de zin en je zult eten en verzadigd zijn en je zult zegenen [Dewariem 8:10] niet alleen voor brood geldt, maar voor alle zeven soorten geldt, die daarvóór in Tora [8:8] genoemd worden. [Daar de drie berachot worden afgeleid van de woorden van Dewariem 8:10 lijkt het logisch dat ze gelden voor alle zeven soorten die in 8:8 genoemd worden. Maar de geleerden zeggen dat ze alleen gelden voor brood, dat in vers 8:9 nog eens genoemd wordt: Een land waarin je brood zult eten zonder zuinigheid]. En in die zin [8:10] is een aanwijzing voor drie berachot te vinden: a) oewerachta - en je zult zegenen, dat is de eerste beracha: „hazan et hakkol” - onderhoud; b) „‘al haärets - voor het land”, dat is de beracha voor het land; c) „hatova - het goede„, dat is [de beracha] „bonee Jeroesjalajim - bouw Jeruzalem weer op”. [Het thema van de eerste van de drie is dat G-d de wereld onderhoudt door genadig iedereen voedsel te geven. Daarom wordt dat de beracha voor onderhoud genoemd. De tweede beracha bevat dankzeggingen voor het feit dat G-d ons de Tora gegeven heeft, ons uit Egypte heeft gered en dat Hij ons het land Israël heeft gegeven. Daarom wordt dat de „beracha van het land” genoemd. In de derde beracha vragen wij G-d om Jeruzalem te herbouwen]. Want zo staat het ook geschreven [in Dewariem 3:25] „Deze goede berg” (RAV). [2]. Maar de geleerden zeggen: één beracha: Drie in één beracha. Wanneer men druiven, vijgen, granaatappelen, olijven of dadels gegeten heeft, zegt men: „‘al ha-eets weal perie ha-eets weal èrets chemda tova”, en men sluit allen af met: „‘al haärets weal haperot”. In Israël sluit men af met: „‘al haärets weal peroteia” [het land en haar vruchten]. Dezelfde beracha zegt men over wijn, dat echter begint met „‘al hagèfen weal perie hagèfen” [voor de wijn en voor de vrucht van de wijnstok]. En over alles dat van de vijf graansoorten gemaakt is, zegt men in plaats van „‘al perie ha'eets”: „‘al hamicheja weal hakalkala” [voor voeding en levensonderhoud], en men sluit af met „‘al haärets weal hamicheja” [voor het land en voor het onderhoud] (RAV). [3]. Zelfs groente. [4]. Zelfs als men gekookte groenten gegeten heeft en dat is zijn hoofdmaaltijd, waarop zijn onderhoud gebaseerd is, dan zegt hij daarover de drie berachot, want [er staat] „weachalta wesjawata” [als je gegeten hebt en verzadigd bent], dat wil zeggen, alles wat je gegeten hebt [en waardoor je verzadigd bent]. Maar de halacha is volgens de geleerden, n.l. dat men die drie berachot dan niet zegt. En over de zeven soorten zegt men de drie-in-één-beracha. En over al het overige voedsel zegt men „boree nefasjot rabbot wechesronan” [Die vele zielen en hun benodigdheden geschapen heeft]. En de betekenis [van hun benodigdheden] is: [dingen] zoals brood en water, zonder hetwelk het onmogelijk is om te bestaan. De betekenis van [de volgende woorden van de beracha] „‘al kol masjèbara lehachajot bahèm nèfesj kol chai” [voor alles dat Hij geschapen heeft om alle levende wezens daarmee in leven te houden] is: voor alle dingen in de wereld, ook als die niet geschapen waren, hadden de schepselen kunnen leven en ze zijn niet anders geschapen, dan voor genoegen en extra voordeel. En omdat deze beracha twee onderwerpen heeft: a) G-d die de mens voorziet van al wat hij nodig heeft, en b) G-d als schepper van niet-essentiële dingen voor het genoegen en plezier van de mens], wordt hij beschouwd als een „lange” beracha en begint hij met „Baroech” , zoals vermeld staat in de Jeroesjalmi, dat men afsluit met „Baroech Ata Hasjem chei ha’olamiem” [Gezegend bent U, Hasjem, het leven van alle werelden]. [Tegenwoordig wordt het algemeen afgesloten met „Baroech chei ha’alomiem”] (RAV). [5]. Wie water drinkt voor de dorst: Alleen in dat geval zegt hij de beracha sjèhakol. Maar wie water drinkt om zijn eten door te slikken, dat hem in de keel steekt, of voor iets dergelijks, die zegt geen beracha. [6]. Rabbi Tarfon zegt: „Boree nefasjot rabbot”. Dat zegt men voordat men water drinkt, maar de halacha is niet volgens Rabbi Tarfon, maar ervoor zegt men „sjèhakol” en erna zegt men „Boree nefasjot rabbot”.
Copyright © 2004 by |