Vijf mogen geen troema afscheiden, maar
als ze [toch] afge�scheiden hebben is hun troema [een geldige]
troema: een stomme1, een dronkaard2, een
naakte, een blinde3 en een baäl keri4.
Zij mogen geen troema afscheiden5, maar als ze dat
[toch] afgescheiden hebben, is hun troema [een geldige] troema.6
Toelichting bij Misjna 1:6
1. Een stomme � Iemand die wel kan horen maar niet kan
praten.
2. Een dronkaard � De Gemara (Eroevien 64a) licht toe:
iemand die zondanig dronken is dat hij niet behoorlijk met een
koning kan converseren.
3. Een blinde � Wie blind is aan beide ogen.
4. Een baäl keri � Iemand die een nachtelijke zaadlozing
gehad heeft. Ezra stelde in dat een baäl keri eerst in het
mikwe moet gaan, voordat hij Tora mag lezen of sjema mag
zeggen, hoewel dat volgens Tora wel is toegestaan. Zolang hij zich
niet in het mikwe heeft gereinigd, mag hij ook geen berachot
zeggen en mag hij sjema alleen in gedachten lezen. De
verordening van Ezra is overigens in onbruik geraakt en geldt niet
meer.
5. Ze mogen geen troema afscheiden � Een stomme, een naakte
en een baäl keri mogen geen beracha maken en mogen daarom
geen troema afscheiden en een dronkaard en een blinde zijn
gehandicapt en zullen mogelijk verkeerd afscheiden.
6. Maar als het het toch hebben afgescheiden is hun troema
geldig � Want volgens Tora is een beracha geen vereiste en
heeft de afscheiding dus wel degelijk effect.