Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Inhoudsopgave Bereisjiet

MET COMMENTAAR

Inhoudsopgave Tanach

BEREISJIET (Genesis) – HOOFDSTUK 1

PARASJAT BEREISJIET

1. 1. In een begin schiep G-d de hemel en de aarde.

2. De aarde was woest en leeg en er was duisternis boven het opper­vlak van de afgrond en de geest van G-d zweefde over het oppervlak van het water.

3. En G-d zei: laat er licht zijn, en er was licht.     

4. En G-d zag dat het licht goed was, en G-d maakte een scheiding tus­sen het licht en de duisternis.

5. En G-d noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht; het werd avond en het werd ochtend, één dag.

6. En G-d zei: „Laat er een uitspansel zijn in het midden van het water en het zal een scheiding vormen tussen water en water.”

7. En G-d maakte het uitspansel en scheidde het water dat onder het uitspansel was van het water dat boven het uitspansel was, en zo gebeurde het.

8. En G-d noemde het uitspansel hemel; en het werd avond en het werd ochtend, een tweede dag.

9. En G-d zei: Laat het water dat onder de hemel is zich verzamelen op één plaats, dan zal het droge zichtbaar worden. En zo gebeurde het ook.

10. En G-d noemde het droge: aarde, en de waterverzameling noemde Hij: zeeën, en G-d zag dat het goed was.

11. En G-d zei: „Laat de aarde gras doen ontspruiten, kruid dat zaad uitzaait, vruchtbomen die vruchten met hun eigen soort zaad erin voort­brengen, op de aarde.” En zo gebeurde het.

12. En de aarde bracht gewassen voort, kruid dat zaad uitzaait naar zijn soort en bomen die vruchten met hun eigen soort zaad voortbrengen; en G-d zag dat het goed was.

13. En het werd avond en het werd ochtend, een derde dag.

14. G-d zei: „Laten er lichten zijn aan het hemelgewelf, die een scheiding maken tussen de dag en tussen de nacht, en zij zullen dienen tot tekens en voor de vastgestelde tijden en voor de dagen en voor de jaren;

15. En zij zullen dienen als lichten aan het hemelgewelf, om de aarde te verlichten. En zo gebeurde het.

16. En G-d maakte de twee grote lichten, het grote licht voor de heerschappij over de dag en het kleine licht voor de heerschappij over de nacht, en de sterren.

17. En G-d plaatste ze aan het hemel­gewelf om de aarde te verlichten,

18. om te heersen over de dag en over de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis; en G-d zag dat het goed was.

19. En het werd avond en het werd ochtend, een vierde dag.

20. G-d zei: „Laat het water wemelen van wriemelende levende we­zens, en laat vogels vliegen boven de aarde, en langs het hemelgewelf.

21. En G-d schiep de grote zeemon­sters en al de levende krioelende wezens, waarvan het in het water wemelt, naar hun soorten, en elke gevleu­gelde vogel naar zijn soort; en G-d zag dat het goed was.

22. En G-d zegende ze met de woorden: weest vruchtbaar en vermeerdert jullie en vult de wateren van de zeeën, en de vogels zullen zich op de aarde ver­meerderen.

23. En het werd avond en het werd ochtend, een vijfde dag.

24. En G-d zei: „Laat de aarde levende wezens voortbrengen naar hun soorten, vee en kruipend gedierte en wilde landdieren naar hun soort; en zo gebeurde het.

25. En G-d maakte de wilde landdieren naar hun soort en het vee naar zijn soort en al het kruipend gedierte op de grond naar hun soort; en G-d zag dat het goed was.

26. G-d zei: „Laat Ons een mens maken naar Ons evenbeeld, naar Onze vorm en zij zullen heersen over de vissen in de zee en over de vogels in de lucht en over het vee en over heel de aarde en over al de dieren die over de aarde kruipen.

27. En G-d schiep de mens naar Zijn beeld, naar het beeld van G-d schiep Hij hen, mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen.

28. En G-d zegende hen en zei tegen hen: „Wees vruchtbaar en vermeerder je, vul de aarde en onderwerp haar en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al het gedierte dat krioelt op de aarde.  

29. Toen zei G-d: Zie, ik heb jullie al het zaaddragende gewas gegeven dat zich op de hele aardbo­dem bevindt en alle bomen waaraan zich met zaad gevulde vruchten bevinden; zij zullen jullie tot voedsel dienen.

30. En voor alle landdieren en voor alle vogels in de lucht en voor al het kruipend gedierte op de aarde dat leeft dient al het groene gewas tot voedsel; en zo gebeurde het.

31. En G-d zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed; en het werd avond en het werd ochtend, een zesde dag.

 

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg zwigold@netvision.net.il

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder

 BEREISJIET

 HOOFDSTUK 1

 HOOFDSTUK 2

 HOOFDSTUK 3

 HOOFDSTUK 4

 HOOFDSTUK 5

 HOOFDSTUK 6

  HOOFDSTUK 7

 HOOFDSTUK 8

 HOOFDSTUK 9

 HOOFDSTUK 10

 HOOFDSTUK 11

 HOOFDSTUK 12

 HOOFDSTUK 13

 HOOFDSTUK 14

 HOOFDSTUK 15

 HOOFDSTUK 16

 HOOFDSTUK 17

 HOOFDSTUK 18

 HOOFDSTUK 19

 HOOFDSTUK 20

 HOOFDSTUK 21

 HOOFDSTUK 22

 HOOFDSTUK 23

 HOOFDSTUK 24

 HOOFDSTUK 25

 HOOFDSTUK 26

 HOOFDSTUK 27

 HOOFDSTUK 28

 HOOFDSTUK 29

 HOOFDSTUK 30

  HOOFDSTUK 31

 HOOFDSTUK 32

 HOOFDSTUK 33

 HOOFDSTUK 34

 HOOFDSTUK 35

 HOOFDSTUK 36

 HOOFDSTUK 37

 HOOFDSTUK 38

 HOOFDSTUK 39

 HOOFDSTUK 40

 HOOFDSTUK 41

 HOOFDSTUK 42

 HOOFDSTUK 43

 HOOFDSTUK 44

 HOOFDSTUK 45

 HOOFDSTUK 46

 HOOFDSTUK 47

 HOOFDSTUK 48

 HOOFDSTUK 49

 HOOFDSTUK 50