Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Inhoudsopgave Tanach

 

toon commentaar

BEREISJIET (Genesis) – HOOFDSTUK 8

PARASJAT NOACH

8. 1Toen herinnerde God zich Noach en al het wild en al het vee dat bij hem in de ark was; en God liet een wind over de aarde blazen zodat het water rustig werd. 2De bronnen van de afgrond en de sluizen van de hemel werden gesloten, en de regen werd in de hemel tegen gehouden. 3En het water liep lang­zamer­hand terug van de aarde en zakte weg na verloop van honderdvijftig dagen. 4De ark kwam in de zevende maand tot rust, op de zeventiende dag van de maand, op de berg Ararat. 5Het water zakte langzamerhand verder tot de tiende maand. Op de eerste [dag] van de tiende maand werden de toppen van de bergen zichbaar. 6Na verloop van veertig dagen opende Noach het raam van de ark, dat hij gemaakt had. 7Hij zond de raaf uit en die vloog heen en weer, totdat het water van de aarde was opgedroogd. 8Toen zond hij de duif van zich weg om te zien of het water gezakt was van het aardoppervlak. 9Maar de duif vond nergens een rustplaats voor haar pootjes en keerde weer naar hem, naar de ark terug, want het water was nog op het hele aardoppervlak; hij strekte zijn hand uit en pakte haar en nam haar weer bij zich in de ark. 10Hij wachtte nog eens zeven dagen en zond toen de duif nog eens weg uit de ark. 11Tegen de avond kwam de duif bij hem terug, en zie, zij had een afgeplukte olijftak in haar bek, zodat Noach wist dat het water op de aarde gezakt was. 12Hij wacht­te nog eens zeven dagen en zond de duif weer uit, maar die kwam niet meer bij hem terug. 13Het was in het zeshonderdeerste jaar, op de eerste [dag] van de eerste maand, dat het water van de aarde was opgedroogd; toen verwijderde Noach de bedekking van de ark en hij keek rond, en zie, de aarde was opgedroogd. 14En in de tweede maand, op de zeven­­entwintigste dag van de maand was de aarde droog. 15Toen sprak God tot Noach als volgt: 16„Ga uit de ark, jij met je vrouw en je zonen en de vrouwen van je zonen met jou. 17Alle dieren die bij jou zijn, van alle levende wezens onder de vogels en van het vee en van al het kruipende gedierte dat op de aarde kruipt, laten dat met jou eruit gaan en zij zullen op de aarde wemelen en vruchtbaar zijn en zich vermeerderen op de aarde.” 18Hierop ging Noach naar buiten, met zijn zonen en zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen. 19Al de levende dieren en al de kruipende dieren en al de vogels, al wat zich over de aarde voortbeweegt, soort bij soort gingen zij uit de ark. 20Toen bouwde Noach een altaar voor Hasjem en nam van al het reine vee en van alle reine vogels en bracht een brandoffer op het altaar. 21Hasjem rook de heerlijke geur en Hasjem zei bij zichzelf: ‘Ik zal de aarde niet meer vervloeken vanwege de mens, want de inborst van de mens is slecht sedert zijn jeugd, noch zal Ik nogmaals al wat leeft doden, zoals Ik nu gedaan heb. 22Voortaan zal het zaaien en oogsten, warmte en koude, zomer en winter, dag en nacht niet meer ophouden, zolang de aarde bestaat.

 

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg zwigold@netvision.net.il

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder

 BEREISJIET

 HOOFDSTUK 1

 HOOFDSTUK 2

 HOOFDSTUK 3

 HOOFDSTUK 4

 HOOFDSTUK 5

 HOOFDSTUK 6

  HOOFDSTUK 7

 HOOFDSTUK 8

 HOOFDSTUK 9

 HOOFDSTUK 10

 HOOFDSTUK 11

 HOOFDSTUK 12

 HOOFDSTUK 13

 HOOFDSTUK 14

 HOOFDSTUK 15

 HOOFDSTUK 16

 HOOFDSTUK 17

 HOOFDSTUK 18

 HOOFDSTUK 19

 HOOFDSTUK 20

 HOOFDSTUK 21

 HOOFDSTUK 22

 HOOFDSTUK 23

 HOOFDSTUK 24

 HOOFDSTUK 25

 HOOFDSTUK 26

 HOOFDSTUK 27

 HOOFDSTUK 28

 HOOFDSTUK 29

 HOOFDSTUK 30

  HOOFDSTUK 31

 HOOFDSTUK 32

 HOOFDSTUK 33

 HOOFDSTUK 34

 HOOFDSTUK 35

 HOOFDSTUK 36

 HOOFDSTUK 37

 HOOFDSTUK 38

 HOOFDSTUK 39

 HOOFDSTUK 40

 HOOFDSTUK 41

 HOOFDSTUK 42

 HOOFDSTUK 43

 HOOFDSTUK 44

 HOOFDSTUK 45

 HOOFDSTUK 46

 HOOFDSTUK 47

 HOOFDSTUK 48

 HOOFDSTUK 49

 HOOFDSTUK 50