Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Inhoudsopgave Tanach

 

toon commentaar

BEREISJIET (Genesis) – HOOFDSTUK 13

PARASJAT LECH LECHA

13. 1Zo trok Awram op uit Egypte, hij en zijn vrouw met alles wat hij bezat, en Lot ging met hem mee, naar het zuiden. 2Awram nu was zeer rijk aan vee, zilver en goud. 3Hij ging op zijn tochten van het zuiden tot Beit-El, tot aan de plaats waar vroeger zijn tent had gestaan, tussen Beit-El en ’Ai, 4naar de plaats van het altaar, dat hij daar vroeger gemaakt had, en daar riep Awram de Naam van Hasjem aan.

5Ook Lot, die met Awram was meegekomen, bezat rundvee, kleinvee en tenten, 6maar het land bracht niet voldoende op, dat zij er samen op konden wonen, want hun bezittingen waren talrijk en zij konden er niet samen wonen. 7Toen ontstond er ruzie tussen de herders van het vee van Awram en de herders van het vee van Lot; de Kena'anieten en de Perizzieten waren toen in het land gevestigd. 8Daarom zei Awram tegen Lot: „Laat er toch geen ruzie bestaan tussen jou en mij, tussen mijn herders en jouw herders, want wij zijn toch familie? 9Ligt niet heel het land voor je open? Laten we hier van elkaar scheiden: indien jij naar links gaat, dan ga ik naar rechts en indien jij naar rechts, dan ga ik naar links. 10Daarop liet Lot zijn blik rondgaan en zag hoe water­rijk heel de Jordaanvallei  was; voordat Hasjem Sedom en 'Amora verwoest had, was zij als een tuin van Hasjem, als het land Egypte, tot aan Tso'ar. 11Dus Lot koos voor zichzelf de hele Jordaanvlakte, en Lot trok weg van het oosten en zo scheidden de broers van elkaar.

12Awram woonde in het land Kena'an en Lot woon­de in de steden van de vlakte en hij sloeg zijn tenten op tot Sedom. 13De mensen van Sedom nu, waren zeer slecht en heel erg zondig tegen Hasjem.

14Hasjem zei tegen Awram, nadat Lot van hem was weggegaan: „Kijk toch eens om je heen en kijk vanaf de plaats waar jij je bevindt, naar het noorden en naar het zuiden, naar het oosten en naar het westen. 15Want heel het land dat je ziet, zal Ik aan jou en aan je nakomelingen geven voor altijd. 16Ik zal je nakomelingen [zo talrijk] maken als het stof van de aarde, zodat als iemand het stof van de aarde kan tellen, dan zullen ook je nakomelingen geteld kunnen worden. 17Kom op, trek door het land, in zijn lengte en in zijn breedte, want jou zal Ik het geven.” 18Toen brak Awram zijn tent op, kwam aan en vestigde zich in de bossen van Mamré, dat is in Chevron; daar bouwde hij een altaar voor Hasjem.

 

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg zwigold@netvision.net.il

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder

 BEREISJIET

 HOOFDSTUK 1

 HOOFDSTUK 2

 HOOFDSTUK 3

 HOOFDSTUK 4

 HOOFDSTUK 5

 HOOFDSTUK 6

  HOOFDSTUK 7

 HOOFDSTUK 8

 HOOFDSTUK 9

 HOOFDSTUK 10

 HOOFDSTUK 11

 HOOFDSTUK 12

 HOOFDSTUK 13

 HOOFDSTUK 14

 HOOFDSTUK 15

 HOOFDSTUK 16

 HOOFDSTUK 17

 HOOFDSTUK 18

 HOOFDSTUK 19

 HOOFDSTUK 20

 HOOFDSTUK 21

 HOOFDSTUK 22

 HOOFDSTUK 23

 HOOFDSTUK 24

 HOOFDSTUK 25

 HOOFDSTUK 26

 HOOFDSTUK 27

 HOOFDSTUK 28

 HOOFDSTUK 29

 HOOFDSTUK 30

  HOOFDSTUK 31

 HOOFDSTUK 32

 HOOFDSTUK 33

 HOOFDSTUK 34

 HOOFDSTUK 35

 HOOFDSTUK 36

 HOOFDSTUK 37

 HOOFDSTUK 38

 HOOFDSTUK 39

 HOOFDSTUK 40

 HOOFDSTUK 41

 HOOFDSTUK 42

 HOOFDSTUK 43

 HOOFDSTUK 44

 HOOFDSTUK 45

 HOOFDSTUK 46

 HOOFDSTUK 47

 HOOFDSTUK 48

 HOOFDSTUK 49

 HOOFDSTUK 50