Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Inhoudsopgave Tanach

 

Home

BEREISJIET (Genesis) – HOOFDSTUK  15

15. 1Na deze gebeurtenissen richtte Hasjem het woord tot Awram in een visioen en Hij zei: „Vrees niet, Awram, Ik ben een schild voor je, je belo­ning zal zeer groot zijn.” 2Daarop zei Awram: „Mijn Heer, God, wat kunt U mij geven terwijl ik kinderloos heenga en de opvolger van mijn huis is Eliëzer uit Damascus.” 3En Awram vervolgde: „Zie, U heeft mij geen nakomelingen geschonken, en nu zal dus mijn huisgenoot van mij erven.”  4Maar kijk, het woord van Hasjem werd tot hem gericht en Hij zei: „Deze zal niet van jou erven, maar alleen iemand die uit jouw binnenste voortkomt zal van jou erven.” 5Hij voerde hem naar buiten en zei: „Kijk naar de hemel en tel de sterren, als je ze tellen kunt.” En Hij vervolgde tegen hem: „Zo zullen je nakomelingen zijn.” 6En hij geloofde in Hasjem en dat werd hem als deugd aangerekend. 7En Hij zei tegen hem: „Ik ben Hasjem die jou uit Oer-Kasdiem gevoerd heeft, om je dit land in bezit te geven.” 8En hij zei: „Mijn Heer, God, hoe zal ik weten dat ik dat zal be­zitten?” 9Hij antwoordde hem: „Neem voor Mij drie kalveren en drie geiten en drie rammen en een tortelduif en een jonge duif.” 10Hij nam dit alles en sneed ze midden door en hij legde elk stuk tegenover het andere maar de vogels sneed hij niet door. 11Aasgieren daalden nu neer op de lijken, maar Awram joeg ze weg. 12Toen de zon begon onder te gaan was Awram in diepe slaap gevallen, en nu overvielen hem angst en diepe duisternis. 13Hij zei tegen Awram: „Weet, dat je nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land dat niet van hen is; en zij zullen hen dienen en men zal hen onder­drukken, vierhonderd jaar. 14Maar ook het volk dat zij zullen dienen, zal Ik berechten, en daarna zullen zij met grote bezittingen wegtrekken . 15En jij zult in vrede tot je vaderen komen, je zult begraven worden in hoge ouderdom. 16Het vierde geslacht zal hierheen terugkeren, want de mis­daden van de Emorieten zijn tot dan toe nog niet volledig.”

17De zon was nu ondergegaan en het was donker geworden. En zie, daar was een rokende oven en een vuurvakkel die tussen de stukken doortrok. 18Op die dag sloot Hasjem een verbond met Awram, waarbij Hij zei: „Aan jouw nakome­lingen zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier de Eufraat, 19met de Kénieten en de Kenizzieten en de Kadmonieten. 20En met de Chittieten en de Perizzieten en de Refaïeten. 21En met de Emorie­ten en de  Kena'anieten en de Girgasieten en de Jeboesieten.”

 

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg zwigold@netvision.net.il

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder

BEREISJIET

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

HOOFDSTUK 25

HOOFDSTUK 26

HOOFDSTUK 27

HOOFDSTUK 28

HOOFDSTUK 29

HOOFDSTUK 30

HOOFDSTUK 31

HOOFDSTUK 32

HOOFDSTUK 33

HOOFDSTUK 34

HOOFDSTUK 35

HOOFDSTUK 36

HOOFDSTUK 37

HOOFDSTUK 38

HOOFDSTUK 39

HOOFDSTUK 40

HOOFDSTUK 41

HOOFDSTUK 42

HOOFDSTUK 43

HOOFDSTUK 44

HOOFDSTUK 45

HOOFDSTUK 46

HOOFDSTUK 47

HOOFDSTUK 48

HOOFDSTUK 49

HOOFDSTUK 50