Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Inhoudsopgave Tanach

 

Home

BEREISJIET (Genesis) – HOOFDSTUK  17

17. 1Toen Awram negenennegentig jaar was verscheen Hasjem aan Awram en zei tegen hem: „Ik ben El Sjaddai, wandel[1] voor mij uit en wees volmaakt. 2Ik wil een verbond sluiten tussen jou en Mij, en je uitermate talrijk maken.” 3Toen viel Awram op zijn gezicht en God sprak met hem als volgt: 4„Wat Mij betreft, dit is Mijn verbond met jou: je zult een vader zijn van een menigte van volken 5en je naam zal niet meer Awram zijn, maar je zult Awraham heten, want Ik maak je tot vader van een menigte van volken. 6En Ik zal je uitermate vruchtbaar maken en volken van je maken en koningen zullen uit jou voortkomen. 7En Ik zal mijn verbond tussen Mij en jou en je nakomelingen gestand doen tot in hun verste geslachten, als een eeuwig durend verbond, om een God te zijn voor jou en je nakomelingen. 8En Ik zal aan jou en aan je nakomelingen het land geven waar je nu tijdelijk verblijft – het gehele land Kena’an – tot een eeuwig bezit; en Ik zal een God voor hen zijn.” 9Verder zei God tegen Awraham: „En wat jou betreft, jij zult Mijn verbond in acht nemen, jij en je nakomelingen, tot in al hun geslachten. 10Dit is Mijn verbond dat jullie in acht moeten nemen, tussen Mij en jullie en je nakomelingen: besnijdt al wat mannelijk is. 11Jullie moeten jullie voorhuid besnijden en dat zal een teken zijn van het verbond tussen Mij en jullie. 12Alle jongetjes van acht dagen oud moeten jullie in al je geslachten besnijden, wat in je huis geboren is of wat gekocht is met geld van iedere vreem­deling die niet een van je nakomelingen is. 13Wat in je huis geboren is of wat je verkregen hebt met je geld moet beslist besneden worden; zo zal Mijn verbond in je vlees zijn, tot een eeuwig verbond. 14En een onbesneden man[2], die zijn voorhuid niet besneden heeft, die persoon zal uitgeroeid wor­den uit zijn volk, Mijn verbond heeft hij verbroken.”

15God zei tegen Awraham: „Sarai, je vrouw, zal geen Sarai meer heten, maar Sara zal haar naam zijn. 16Ik zal haar zegenen en ook zal ik jou een zoon van haar schenken, en Ik zal haar zegenen en zij zal tot volkeren uitgroeien, koningen van volken zullen uit haar voortkomen.” 17Toen viel Abraham op zijn gezicht en lachtte en zei bij zichzelf: „Aan een honderd jarige zal nog een zoon geboren worden, en zou Sara, die negentig jaar is, nog baren?” 18. En Awraham zei tegen God: „Moge Jismaël toch voor U leven.” 19Maar God zei: „Werkelijk, Sara, je vrouw zal jou een zoon baren, en je zult hem Jitschak noemen en Ik zal Mijn verbond via hem in stand houden, een eeuwigdurend verbond met zijn nakomelingen. 20En omtrent Jismaël heb Ik je verhoord: zie, Ik zal hem zegenen en vruchtbaar maken en hem uitermate doen vermenigvuldigen: twaalf vorsten zal hij voortbrengen, en Ik zal hem tot een groot volk maken. 21Maar Mijn ver­bond zal Ik handhaven met Jitschak, die Sara je zal baren, op dit tijdstip, het volgende jaar.” 22Daarna hield Hij op met hem te spreken en steeg God op van Awraham. 23Toen nam Awraham zijn zoon Jismaël en al diegenen die in zijn huis geboren waren, en allen die hij met geld ge­kocht had, alle mannen van het  huis van Awraham, en besneed hun voorhuid op die zelfde dag, zoals God tegen hem gezegd had. 24Awra­ham was negenennegentig jaar toen hij zijn voorhuid besneed 25en Jismaël, zijn zoon, was dertien jaar toen hij besneden werd. 26Awraham en zijn zoon Jismaël werden op dezelfde dag besneden, 27en al zijn huisgenoten, die in zijn huis geboren of voor geld gekocht waren van een vreemde, werden met hem besneden.


 

1 Ik ben het wiens Godheid voldoende [dai]  is voor iedereen (Rasji).

 2. D.w.z. iemand die zich met opzet niet wil laten besnijden.

 

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg zwigold@netvision.net.il

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder

BEREISJIET

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

HOOFDSTUK 25

HOOFDSTUK 26

HOOFDSTUK 27

HOOFDSTUK 28

HOOFDSTUK 29

HOOFDSTUK 30

HOOFDSTUK 31

HOOFDSTUK 32

HOOFDSTUK 33

HOOFDSTUK 34

HOOFDSTUK 35

HOOFDSTUK 36

HOOFDSTUK 37

HOOFDSTUK 38

HOOFDSTUK 39

HOOFDSTUK 40

HOOFDSTUK 41

HOOFDSTUK 42

HOOFDSTUK 43

HOOFDSTUK 44

HOOFDSTUK 45

HOOFDSTUK 46

HOOFDSTUK 47

HOOFDSTUK 48

HOOFDSTUK 49

HOOFDSTUK 50