Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Inhoudsopgave Tanach

 

Home

BEREISJIET (Genesis) – HOOFDSTUK  22

22. 1Na deze gebeurtenis stelde God Avraham op de proef en Hij zei tegen hem: “Avraham!” En deze zei: “Hier ben ik.” 2En Hij zei: “Neem alsjeblieft je zoon, je enige, van wie je houdt, Jitschak, en begeef je naar het land Moria, en breng hem daar als branoffer op één van bergen die Ik je zal zeggen.” 3Avraham stond ’s morgens vroeg op. zadelde zijn ezel, nam zijn twee jongemannen mee en Jitschak, zij zoon; hij hakte het offerhout, stond op en ging op weg naar de plaats die God hem gezegd had. 4Op de derde dag sloeg Avraham zijn ogen op en zag hij de plaats in de verte. 5Avraham zei tegen zijn jongemannen: “Blijven jullie hier zitten, bij de ezel, dan ga ik en de jongen daarheen, dan zullen wij bidden en dan zullen wij naar jullie terugkomen.” 6Avraham nam het offerhout op en legde dat op Jitschak, zijn zoon, en zelf nam hij het vuur en het mes mee, en zo gingen zij samen op weg. 7Toen sprak Jitschak tegen Avraham, zijn vader, en zei: “Vader!”, en deze zei: “Hier ben ik, mijn zoon” en hij zei: “Hier is het vuur en het hout, maar waar is het offerlam?” 8En Avraham antwoordde: “God zal Zichzelf van een offerlam voorzien, mijn zoon!” En zij vervolgden samen hun weg. 9Zij kwamen tot de plaats die God hem gezegd had en Avraham bouwde daar het altaar en rangschikte het hout en bond Jitschak, zijn zoon vast en legde hem op het altaar, bovenop het hout. 10Avraham stak zijn hand uit en pakte het mes om zijn zoon te slachten. 11Toen riep een engel van Hasjem hem vanuit de hemel en zei: “Avraham, Avraham”, en hij zei: “ Hier ben ik.” 12En Hij zei: “Steek je hand niet uit naar de jongen, doe hem niets, want nu weet Ik dat jij Godvrezend bent en je jouw zoon, de enige die je hebt, niet voor Mij gespaard hebt.” 13Daarna[1] sloeg Avraham  zijn ogen op en keek, en daar was een ram, met zijn horens verward in het struikgewas. Avraham ging erheen en greep het ram en offerde het als brandoffer in plaats van zijn zoon. 14En Avraham noemde die plaats: “Hasjem JirèHasjem verschijnt”, omdat men tot vandaag zegt: “Op de berg waar Hasjem verschijnt”. 15De engel van God riep voor een tweede maal vanuit de hemel naar Avraham. 16En hij zei: “Bij Mijzelf zweer Ik”, zo spreekt Hasjem, “aangezien jij dit gedaan hebt en je jouw zoon, je enige, niet voor Mij hebt gespaard, 17daarom zal Ik je zegenen en je nakomelingen zeer vermeerderen, zoals de sterren van de hemel en als het zand op het strand aan de zee, en jouw nageslacht zullen de poorten van zijn vijanden erven. 18En alle volkeren van de aarde zullen zich zegenen met jouw nageslacht, omdat jij naar Mijn stem geluisterd hebt.” 19En Avraham keerde weer terug naar zijn jongemannen, en zij stonden op en gingen gezamelijk naar Beër Sjewa, en Avraham vestigde zich in Beër Sjewa. 20Na deze gebeurtenissen vertelde men aan Avraham het volgende: Milka heeft eveneens kinderen gebaard aan Nachor, uw broer: 21Oets, zijn eerstgeborene, en Boez, diens broer en Kemoeël, de vader van Aram. 22En Kèsed en Chazo en Pildasj en Jidlaf en Betoeël. 23En Betoeël heeft Rivka voortgebracht; deze acht heeft Milka gebaard voor Nachor, de broer van Avraham. 24En ook zijn bijvrouw, Reoemah was haar naam, kreeg kinderen: Tèwach, Gacham, Tachasj en Ma'acha.


 

1. Pas nadat de engel tegen Avraham gezegd had, dat hij zijn hand niet naar Jitschak mocht uitsteken, zag hij de ram, die met zijn horens verward zat en zo vertaalt Onkelos het (Rasji).

 

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg zwigold@netvision.net.il

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder

BEREISJIET

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

HOOFDSTUK 25

HOOFDSTUK 26

HOOFDSTUK 27

HOOFDSTUK 28

HOOFDSTUK 29

HOOFDSTUK 30

HOOFDSTUK 31

HOOFDSTUK 32

HOOFDSTUK 33

HOOFDSTUK 34

HOOFDSTUK 35

HOOFDSTUK 36

HOOFDSTUK 37

HOOFDSTUK 38

HOOFDSTUK 39

HOOFDSTUK 40

HOOFDSTUK 41

HOOFDSTUK 42

HOOFDSTUK 43

HOOFDSTUK 44

HOOFDSTUK 45

HOOFDSTUK 46

HOOFDSTUK 47

HOOFDSTUK 48

HOOFDSTUK 49

HOOFDSTUK 50