Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Inhoudsopgave Tanach

 

Home

BEREISJIET (Genesis) – HOOFDSTUK  23

23 1De leeftijd van Sara was honderd jaar en twintig jaar en zeven jaar: dat waren de levens­jaren van Sara. 2Sara stierf in Kiriat Arba', dat is Chevron, in het land Kenaän; en Awraham kwam om Sara te beweeklagen en om haar te bewenen. 3Toen stond Awraham op en ging heen van zijn dode, en sprak tot de Chittieten als volgt: 4„Een vreemdeling en een inwoner ben ik bij jullie, geef mij een begraafplaats in eigendom bij jullie, zodat ik mijn dode, die voor mij ligt, kan begraven.” 5De Chittieten antwoordden Awraham en zeiden tegen hem: 6„Luister naar ons, mijn heer, een vorst van God bent u in ons midden, begraaf uw dode in onze allerbeste begraaf­plaats; niemand van ons zal u zijn graf weigeren om uw dode te be­graven. 7Toen stond Awraham op en boog voor het volk van het land, voor de Chittieten. 8Hij sprak tot hen als volgt: „Indien het met uw instemming is, dat ik mijn dode begraaf, luister dan naar mij en dring voor mij aan bij ’Efron, de zoon van Tsochar, 9dat hij mij de spelonk Machpéla geeft, die hem toebehoort, en die aan het eind van zijn veld gelegen is; laat hij mij die geven voor de volle prijs, als een eigen begraafplaats in uw midden.” 10‘Efron was één van de Chittieten die daar zaten, en ‘Efron de Chittiet antwoordde Awraham, zodat al de Chittieten die naar de stadspoort waren gekomen het konden horen, als volgt: 11„Nee, mijn heer, luister naar mij, ik geef u het veld en de spelonk die zich daarop bevindt, ten overstaan van mijn volksgenoten gééf ik het u, begraaf  uw dode.” 12Daarop boog Awraham zich neer voor het volk van het land 13en hij sprak tot ’Efron ten aan­horen van het volk van het land aldus: „Wilt u toch naar mij luiste­ren, ik zal u geld geven voor het veld, neem het van mij aan en dan begraaf ik mijn dode daar.” 14‘Efron antwoordde Awraham en zei tegen hem: 15„Mijn heer, luister naar mij, een land [ter waarde] van vier­honderd zil­veren sjekels, wat maakt dat uit tussen u en mij? Begraaf toch uw dode.” 16Awraham begreep ’Efron en Awraham woog voor ’Efron het ziver af, waarover hij gesproken had ten aanhoren van de Chittie­ten, vierhonderd zilveren sjekels, gangbaar geld. 17En zo ging het veld, dat in Machpéla is, tegenover Mamré, het veld en de spelonk die erop is, en al het geboomte dat op het veld is dat om heel het gebied is, 18over op Awraham als een aankoop koop in de ogen van al de Chittieten die naar de stadspoort waren gekomen. 19Daarna begroef Awraham Sara, zijn vrouw, in de spelonk van het veld Machpéla, tegenover Mamré, dat is Chewron, in het het land Kena’an. 20Zo verkreeg Awraham het veld van de Chittieten en de spelonk die erop was, als een eigen begraafplaats.

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg zwigold@netvision.net.il

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder

BEREISJIET

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

HOOFDSTUK 25

HOOFDSTUK 26

HOOFDSTUK 27

HOOFDSTUK 28

HOOFDSTUK 29

HOOFDSTUK 30

HOOFDSTUK 31

HOOFDSTUK 32

HOOFDSTUK 33

HOOFDSTUK 34

HOOFDSTUK 35

HOOFDSTUK 36

HOOFDSTUK 37

HOOFDSTUK 38

HOOFDSTUK 39

HOOFDSTUK 40

HOOFDSTUK 41

HOOFDSTUK 42

HOOFDSTUK 43

HOOFDSTUK 44

HOOFDSTUK 45

HOOFDSTUK 46

HOOFDSTUK 47

HOOFDSTUK 48

HOOFDSTUK 49

HOOFDSTUK 50