Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Inhoudsopgave Tanach

 

Home

BEREISJIET (Genesis) – HOOFDSTUK  25

25. 1Awraham had weer een vrouw genomen, Ketoera was haar naam. 2Zij baarde hem Zimran, Joksjan, Medàn, Midjan, Jisjbak en Sjoeach. 3Joksjan bracht Sjewá en Dedàn voort en de zonen van Dedàn waren de Asjoeriem, de Letoesjiem en de Oemiem. 4De zo­nen van Midjan waren ’Efa, ’Efer, Chanoch, Avida’ en Elda’a, dat waren al de zonen van Ketoera. 5Maar Awraham gaf al zijn bezittingen aan Jitschak. 6En aan de kinderen van de bijvrouwen die Awraham had, gaf Awraham nog bij ziojnleven geschenken en hij zond hen weg van zijn zoon Jitschak, naar het oosten, naar het oosterland.

7Dit zijn de levensjaren van Awraham, die hij geleefd heeft: honderd jaar en zeventig jaar en vijf jaar. 8En Awraham ging heen en stierf in goede ouderdom, oud en voldaan en hij werd ver­zameld tot zijn volk. 9Jitschak en Jisjma’el, zijn zonen, begroe­ven hem in de spelonk van Machpéla, die op het veld is van ’Efron, de zoon van Tsochar de Chittiet, die ligt tegenover Mamré, 10het veld dat Awraham gekocht had van de Chittieten, daar werd Awraham be­graven, evenals zijn vrouw Sara. 11Na de dood van Awraham ze­gende Hasjem zijn zoon Jitschak, en Jitschak woonde bij Beër Lachai-Roï.   

12Dit zijn de nakomelingen van Jisma’el, de zoon van Awraham, die Hagar, de Egyptische, de slavin van Sara, aan Awraham gebaarde had. 13Dit zijn de namen van de zonen van Jisma’el, naar hun na­men, en naar hun geslachten: Newajot, de eerstgeborene van Jisma’el, en Kedar en Adbeël en Mivsam. 14En Misjma’, Doema en Massa. 15Chadad, Teima, Toer, Nafiesj en Kedma. 16Dit zijn de zonen van Jisma’el en hun namen in hun open steden en in hun vestingsteden, twaalf vorsten voor hun volken. 17En waren zijn de levensjaren van Jisma’el: honderd jaar en dertig jaar en zeven jaar en toen over­leed hij en hij stierf en werd verzameld tot zijn volk.  18Zij woon­­den van Chawiela tot Sjoer, dat dichtbij Egypte ligt, als men naar Assyrië gaat; tegenover al zijn broers was hij gelegerd.

19Dit zijn de nakomelingen van Jitschak, de zoon van Avraham: Avraham bracht Jitschak voort. 20Jitschak was veertig jaar toen hij zich Rivka, de dochter van Betoeël, de Arameër uit Padan Aram, de zuster van Lavan de Arameër, tot vrouw nam. 21Jitschak bad tot Hasjem tegenover zijn vrouw want zij was onvruchtbaar, en Hasjem verhoorde hem, en Rivka, zijn vrouw, werd zwanger. 22De kinderen bewogen zich hevig in haar binnen­ste en toen zei ze: „Als dit zo is, waarom ben ik dan zo?” Daarop ging zij een verklaring zoeken bij Hasjem. 23Hasjem zei tegen haar: „Twee volken bevinden zich in jouw buik en twee natiën; van­uit jouw schoot zullen zij zich scheiden en de ene natie zal machtiger zijn dan de andere en de oudste zal de jongste dienen.” 24Toen de tijd  van haar zwanger­schap volledig was, bleek er een tweeling in haar buik te zitten. 25De eerste die eruit kwam was geheel roodachtig, als een harige mantel; zijn naam was Esav. 26Daarna kwam zijn broer eruit en zijn hand hield de hiel van Esav vast, en hij noemde zijn naam Ja’akov. Jitschak was zestig jaar bij hun geboorte. 27Toen de knapen opgroeiden, werd Esav een man die de jacht verstond, een man van het veld, maar Ja’akov was een braaf man, een tentbe­woner. 28Jitschak hield van Esav want [hij bracht hem] wild in de mond, maar Rivka hield van Ja’akov. 29Eens had Ja’akov een gerecht gekookt, toen Esav van het veld kwam, terwijl hij vermoeid was. 30Toen zei Esav tegen Ja’akov: „Gooi wat van dat rode spul daar bij mij naar binnen, want ik ben moe.” Daarom noemt men hem Edom [de rooie]. 31Ja’akov zei: „Verkoop mij heden je eerstgeboorterecht”. 32En Esav zei: „Och, ik ga toch dood, dus wat heb ik aan dit eerst­geboorterecht?” 33Daarop zei Ja’akov: „Zweer het mij nu”. En hij zweerde en verkocht zijn eerstgeboorterecht aan Ja’akov. 34Ja’akov gaf daarop aan Esav brood en de lin­zensoep. En hij at en dronk, en daarna stond hij op en ging heen. Zo versmaadde Esav het eerst­ge­boor­terecht.

 

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg zwigold@netvision.net.il

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder

BEREISJIET

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

HOOFDSTUK 25

HOOFDSTUK 26

HOOFDSTUK 27

HOOFDSTUK 28

HOOFDSTUK 29

HOOFDSTUK 30

HOOFDSTUK 31

HOOFDSTUK 32

HOOFDSTUK 33

HOOFDSTUK 34

HOOFDSTUK 35

HOOFDSTUK 36

HOOFDSTUK 37

HOOFDSTUK 38

HOOFDSTUK 39

HOOFDSTUK 40

HOOFDSTUK 41

HOOFDSTUK 42

HOOFDSTUK 43

HOOFDSTUK 44

HOOFDSTUK 45

HOOFDSTUK 46

HOOFDSTUK 47

HOOFDSTUK 48

HOOFDSTUK 49

HOOFDSTUK 50