Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Inhoudsopgave Tanach

 

Home

BEREISJIET (Genesis) – HOOFDSTUK  35

35. 1. Hierop zei G-d tegen Ja’akov: „Vooruit, trek op naar Beit-El en ga daar wonen en maak daar een altaar voor G-d, die aan jou ver­schenen is toen je vluchtte voor je broer Esav. 2. En Ja’akov zei tegen zijn huisgenoten en tegen allen die bij hem waren: „Verwijder alle vreemde afgodsbeelden uit jullie midden en reinigt je en trek andere kleren aan. 3. Laten wij opstaan en optrekken naar Beit-El en daar een altaar maken voor G-d, die mij geantwoord heeft op de dag dat ik in nood verkeerde en die bij mij was op de weg waarop ik liep.” 4. Hierop gaven zij aan Ja’akov al de vreemde afgodsbeelden die in hun bezit waren en de oorringen die zij in hun oren hadden en Ja’akov begroef ze onder de eik  die bij Sjechèm was. 5. Vervolgens trokken zij op, en een angst voor G-d  viel op de steden die rondom hen waren, zodat zij de zonen van Ja’akov niet achtervolgden. 6. En Ja’akov kwam aan in Loez, dat ligt in het land Kena’an, dit is Beit- El, hij en heel het volk dat bij hem was. 7. En hij bouwde daar een altaar en hij noemde de plaats: G-d van Beit El, want daar was G-d aan hem verschenen toen hij vluchtte voor zijn broer. 8. Toen stierf Devora, de min van Rivka en zij werd begraven onder Beit-El, onder de eik en hij noemde zijn naam: de eik van het geween.

9. En G-d verscheen nogmaals aan Ja’akov toen hij kwam van Padan Aram en zegende hem. 10. En G-d zei tegen hem: „Je naam is Ja’akov; voortaan zal niet je naam niet meer Ja’akov genoemd worden maar Jisraël zal je naam zijn.” En Hij noem­de hem Jisraël. 11. En G-d zei tegen hem: „Ik ben G-d, de Almachtige; wees vrucht­baar en vermeerder je. Een volk en een menigte volken zullen uit jou voortkomen en koningen zullen uit je lendenen voortkomen. 12. En het land dat Ik aan Avraham en aan Jitschak gegeven heb, zal Ik aan jou geven en aan jouw nakomelingen zal Ik het land geven.” 13. En daarna trok G-d van hem weg van de plaats waar Hij met hem ge­spro­ken had. 14. En Ja’akov zette een gedenkteken neer op de plaats waar Hij met hem gesproken had, een stenen gedenkte­ken en hij gooide er een plengoffer overheen en goot hij daar olie overheen. 15. En Ja’akov noemde die plaats, waar G-d met hem gesproken had: „Beit-El”. 16. Hierna trokken zij op van Beit-El en er lag nog een uitgestrekt stuk land voor Efrat, toen Racheel moest bevallen en zij had een zware bevalling. 17. En toen op het zwaarste punt van haar bevalling was, zei de vroed­vrouw tegen haar: „Wees niet bang, want ook dit is een zoon voor u.” 18. En op het moment dat haar ziel van haar heenging, want zij stierf, noemde zij hem Ben-Oni [zoon van mijn smart], maar zijn vader noemde hem Benjamin [zoon van mijn rechter­hand]. 19. En Racheel stierf en werd begraven langs de weg naar Efrat, dat is Beit Lechem. 20. En Ja’akov plaatste een ge­denk­teken op haar graf, en dat is tot op vandaag het gedenk­teken op het graf van Racheel. 21. En Israël trok weer verder en sloeg zijn tent op voorbij Migdal-’Eder. 22. Eens gebeurde het, toen Israël in dit land woonde, dat Re'oeveen naar Bilha, de bijvrouw van zijn vader ging en bij haar lag, en Israël hoor­de het.

En de zonen van Ja’akov waren met hun twaalven. 23. De zonen van Lea: Re'oeveen, de eerstgeborene van Ja’akov, en Sjim’on en Levi en Jehoeda en Jissachar en Zwoelon. 24. De zonen van Racheel: Joseef en Benjamin. 25. De zonen van Bilha, de slavin van Racheel: Dan  en Naftalie. 26. En de zonen van Zilpa, de slavin van Lea: Gad en Asjer. Dit waren de zonen van Ja’akov die hem in Padan Aram geboren waren. 27. En zo kwam Ja’akov bij zijn vader Jitschak in Mamré, Kiriat Arba’, dat is Chevron, waar Avraham en Jitschak tijdelijk gewoond hadden. 28. En Jitschak was honderd en tach­tig jaar. 29. Toen overleed Jitschak en hij stierf en hij werd verzameld bij zijn volk, oud en verzadigd van dagen en Esav en Ja’akov be­groeven hem.

 

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg zwigold@netvision.net.il

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder

BEREISJIET

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

HOOFDSTUK 25

HOOFDSTUK 26

HOOFDSTUK 27

HOOFDSTUK 28

HOOFDSTUK 29

HOOFDSTUK 30

HOOFDSTUK 31

HOOFDSTUK 32

HOOFDSTUK 33

HOOFDSTUK 34

HOOFDSTUK 35

HOOFDSTUK 36

HOOFDSTUK 37

HOOFDSTUK 38

HOOFDSTUK 39

HOOFDSTUK 40

HOOFDSTUK 41

HOOFDSTUK 42

HOOFDSTUK 43

HOOFDSTUK 44

HOOFDSTUK 45

HOOFDSTUK 46

HOOFDSTUK 47

HOOFDSTUK 48

HOOFDSTUK 49

HOOFDSTUK 50