Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Inhoudsopgave Tanach

 

Home

BEREISJIET (Genesis) – HOOFDSTUK  39

39. 1. Intussen was Joseef afgevoerd naar Egypte en Potifar, een hofbeambte van Par’o, de overste van de lijfwacht, een Egyptische heer, kocht hem van de ismaëlieten, die hem daarheen afgevoerd hadden. 2. Maar de Eeuwige was met Joseef en hij was een man die in alles slaagde en hij bleef in het huis van zijn Egyptische heer. 3. En zijn heer zag dat de Eeuwige met hem was, want alles wat hij deed, liet de Eeuwige gelukken. 4. En Joseef vond gunst in zijn ogen en diende hem; en hij stelde hem aan over zijn huis en alles wat hij bezat gaf hij hem in handen. 5. En het gebeurde, nadat hij was aangesteld over zijn huis en over al zijn bezittingen, dat de Eeuwige het huis van de Egyptenaar zegende vanwege Joseef en de zegen van de Eeuwige rustte op alles wat hij had, in zijn huis zowel als op het veld. 6. En hij liet alles over aan de handen van Joseef, en hij wist met hem bij zich van niets meer, dan alleen het brood dat hij at. Maar Joseef was mooi van gestalte en knap van uiterlijk.

7. Na deze gebeurtenissen richtte de vrouw van zijn heer haar ogen op Joseef en zei: „Kom bij mij liggen”. 8. Maar hij weigerde en zei tegen de vrouw van zijn heer: „Kijk, mijn heer bekommert zich bij mij niet wat er in zijn huis gebeurt en alles wat hij bezit heeft hij mij toevertrouwd. 9. Niemand is groter dan ik in dit huis, en niets heeft hij mij onthouden, behalve u, omdat u zijn vrouw bent; dus hoe kan ik zo iets geweldig slechts doen en zondigen tegenover G-d?” 10. En het gebeurde dat zij iedere dag Joseef aansprak, maar Joseef luisterde niet naar haar om bij haar te liggen, om met haar samen te zijn. 11. Maar op zekere dag, toen hij in het huis kwam om zijn werk te doen, en er niemand van de huisgenoten daar  in het huis aanwezig was , 12. greep zij hem bij zijn kleren en zei: „Kom bij me liggen”. Maar hij liet zijn kledingstuk in haar handen achter en vluchtte en ging naar buiten. 13. Toen zij nu zag dat hij zijn kleren bij haar had achter gelaten en naar buiten was gevlucht, 14. riep zij om haar huisgenoten en zei tegen hen: „Kijk eens, hij heeft ons die Hebreeuwse man gebracht om minne­spelletjes met ons te spelen. Hij kwam naar mij toe om bij mij te liggen, maar ik heb heel hard geroepen. 15. En toen hij hoorde hoe ik mijn stem opzette en riep, liet hij zijn kledingstuk bij mij achter en vlucht­te en ging naar buiten.” 16. Zij legde zijn kledingstuk bij haar neer tot zijn heer thuiskwam. 17. En zij sprak tot hem ongeveer als volgt en zei: „Die Hebreeuwse slaaf, die je ons gebracht hebt, kwam naar mij toe om met mij te spelen. 18. Maar toen ik mijn stem opzette en riep, liet hij zijn kledingstuk bij mij achter en vluchtte naar buiten.” 19. Toen zijn heer de woorden, die zijn vrouw tegen hem gesproken had, hoorde, toen ze zei: deze dingen heeft uw slaaf gedaan met mij,” toen ont­brandde zijn woede. 20. Daarop greep de heer van Joseef hem en gooide hem in de gevangenis, een plaats waar de gevangenen van de koning gevangen zitten. Zo zat hij in de gevangenis. 21. Maar de Eeuwige was Joseef genadig en was hem gunstig gezind en liet hem in de gunst komen bij de overste van de gevangenis. 22. En zo liet de overste van de gevangenis alle gevangenen, die in de gevangenis waren, in handen van Joseef, en  zij deden alles wat  hij hen zei te doen.

 

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg zwigold@netvision.net.il

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder

BEREISJIET

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

HOOFDSTUK 25

HOOFDSTUK 26

HOOFDSTUK 27

HOOFDSTUK 28

HOOFDSTUK 29

HOOFDSTUK 30

HOOFDSTUK 31

HOOFDSTUK 32

HOOFDSTUK 33

HOOFDSTUK 34

HOOFDSTUK 35

HOOFDSTUK 36

HOOFDSTUK 37

HOOFDSTUK 38

HOOFDSTUK 39

HOOFDSTUK 40

HOOFDSTUK 41

HOOFDSTUK 42

HOOFDSTUK 43

HOOFDSTUK 44

HOOFDSTUK 45

HOOFDSTUK 46

HOOFDSTUK 47

HOOFDSTUK 48

HOOFDSTUK 49

HOOFDSTUK 50