Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Inhoudsopgave Tanach

 

Home

BEREISJIET (Genesis) – HOOFDSTUK  43

43. 1. De hongersnood werd zwaar in het land. 2. Toen het koren dat zij uit Egypte hadden meegenomen, opraakte, zei hun vader tegen hen: „Ga nog eens wat eten voor ons kopen.” 3. Maar Jehoedah zei tegen hem: „Die man heeft ons strikt gewaarschuwd en gezegd: ‘Kom mij niet meer onder ogen zonder dat jullie je broer bij je hebt.’ 4. Wanneer u onze broer met ons meestuurt, dan zullen wij afdalen en eten voor u kopen. 5. Maar als u hem niet meestuurt, dalen wij niet af, want die man heeft tegen ons gezegd: ‘Kom mij niet meer onder ogen zonder dat jullie je broer bij je hebt.’” 6. Hierop zei Jisraël: „Waarom hebben jullie mij die narigheid bezorgd door die man te vertellen dat jullie nog een broer hebben?” 7. En zij zeiden: „Die man vroeg maar door over ons en onze familie en zei: ‘Leeft jullie vader nog? Hebben jullie een broer?’ en wij hebben hem geant­woord overeenkomstig deze woorden. Konden wij weten dat hij zou zeggen: breng je broer hierheen?” 8. Nu zei Jehoedah tegen zijn vader Jisraël: „Stuur de jongen met mij mee, dan maken wij ons gereed en vertrekken, opdat wij in leven blijven en niet zullen ster­ven, zowel wij, als u als onze kleine kinderen. 9. Ik sta borg voor hem, uit mijn hand kunt u hem opeisen. Wanneer ik hem niet naar u terug breng en hem vóór u plaats, dan zal ik voor altijd tegen u ge­zondigd hebben. 10. Want als wij niet zo getalmd hadden, waren wij nu reeds tweemaal teruggekeerd.” 11. Daarop zei hun vader Jisraël tegen hen: „In dat geval moeten jullie maar dit doen: neem van het allerbeste van het land mee in jullie bagage en neem dat mee voor die man als een geschenk: een beetje balsem, wat honing, specerijen en laudanum, pistach-noten en amandelen. 12. En neem dubbel geld mee, het geld dat boven in jullie zakken was terug gelegd moeten jullie teruggeven, misschien was het een vergissing. 13. En neem jullie broer mee, en maken jullie je gereed en gaat terug naar die man. 14. En de Almachtige G-d schenke jullie zijn genade bij die man zodat hij voor jullie je andere broer en Benjamin vrij laat; en ik, indien ik kinderloos moet zijn, dan zij ik kinderloos.” 15. Nu namen de mannen dit geschenk en zij namen dubbel geld bij zich zowel als Benjamin, zij gingen op reis naar Egypte en kwamen weer voor Joseef te staan. 16. Toen Joseef Benjamin bij hen zag, zei hij tegen degene die over zijn huis was aangesteld: „Breng de mannen naar huis en slacht een slachtdier en maak het gereed, want de man­nen zullen vanmiddag bij mij eten. 17. De man deed wat Joseef ge­zegd en de man bracht de mannen naar het huis van Joseef. 18. Nu werden de mannen bang omdat zij naar het huis van Joseef gebracht werden en ze zeiden: „Vanwege het geld dat de eerste maal in onze zakken teruggelegd werd,  zijn wij hierheen  gebracht om ons te overrompelen en ons te overvallen en om ons als slaven te nemen met onze ezels. 19. Nu naderden zij tot de man die over het huis van Joseef was aangesteld en spraken hem aan bij de ingang van het huis. 20. En zij zeiden: „Ach mijnheer, de eerste keer daalden wij om eten te kopen. 21. En toen gebeurde het, dat toen wij aankwamen in de herberg en wij onze zakken openmaakten, daar was ieders geld in de opening van zijn zak, ons geld, het volle bedrag; maar wij brengen het hierbij weer terug. 22. En wij hebben ander geld hierheen ge­bracht om eten te kopen. Wij weten niet wie ons geld in onze zakken gelegd heeft.” 23. Hierop zei hij: „Vrede zij met u. Vreest niet, uw G-d en de G-d van uw vader heeft een schat in uw zakken gelegd, uw geld is in mijn bezit gekomen.” Vervolgens bracht hij Sjim’on naar buiten, naar hen toe. 24. Nu bracht de man de mannen naar het huis van Joseef en hij gaf hen water en zij wasten hun voeten en hij gaf hen voer voor hun ezels. 25. Daarna maakten zij het geschenk gereed voor als Joseef ’s middags komen zou, want zij hoorden dat zij daar de maaltijd zouden gebruiken. 26. Toen Joseef thuis kwam, brachten zij hem het geschenk, dat zij bij zich hadden, naar zijn huis en bogen zich voor hem ter aarde. 27. Hij vroeg hoe het met hen ging en zei: „Hoe gaat het met uw oude vader over wie jullie gesproken hebben? Leeft hij nog?” 28. En zij zeiden: „Het gaat goed met uw dienaar, onze vader, hij leeft nog,” en zij bogen en wierpen zich neer.  30. Toen haastte Joseef zich weg, want zijn medelijden met zijn broers welde in hem op en hij moest huilen; hij ging een kamer bin­nen en daar huilde hij. 31. Daarna waste hij zijn gezicht en kwam naar buiten en beheerste zich en zei: „Dient de maaltijd op.” 32. Men diende hem apart op en hun apart, en de Egyptenaren die met hen mee aten apart, want de Egyptenaren kunnen niet met de Hebreërs eten, want dat is iets afschuwelijks voor de Egyptenaren. 33. En zo zaten zij voor hem aan tafel: de eerstgeborene overeenkomstg zijn eerstgeboorterecht en de jongste overeenkomstig zijn jeugd, en de mannen keken elkaar in verwonderdering aan. 34. Men diende hen porties op van wat voor het stond en de portie van Benjamin was vijf maal groter dan de portie van alle anderen, en zij dronken en werden beschonken met hem.

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg zwigold@netvision.net.il

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder

BEREISJIET

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

HOOFDSTUK 25

HOOFDSTUK 26

HOOFDSTUK 27

HOOFDSTUK 28

HOOFDSTUK 29

HOOFDSTUK 30

HOOFDSTUK 31

HOOFDSTUK 32

HOOFDSTUK 33

HOOFDSTUK 34

HOOFDSTUK 35

HOOFDSTUK 36

HOOFDSTUK 37

HOOFDSTUK 38

HOOFDSTUK 39

HOOFDSTUK 40

HOOFDSTUK 41

HOOFDSTUK 42

HOOFDSTUK 43

HOOFDSTUK 44

HOOFDSTUK 45

HOOFDSTUK 46

HOOFDSTUK 47

HOOFDSTUK 48

HOOFDSTUK 49

HOOFDSTUK 50