Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Inhoudsopgave Tanach

 

Home

BEREISJIET (Genesis) – HOOFDSTUK  50

50. 1. Nu liet Joseef zich op het gezicht van zijn vader vallen en huil­de om hem en kuste hem. 2. En Joseef gaf zijn bedienden, de genees­heren, opdracht om zijn vader te balsemen. En dus balsemden de ge­neesheren Israël. 3. En daar werden veertig dagen mee gevuld, want het neemt veertig dagen in beslag om te balsemen. En Egypte be­ween­de hem zeventig dagen. 4. Toen de dagen dat men om hem ween­de voorbij waren, sprak Joseef tot het huis van Far’o als volgt: „Wanneer ik nog gunst vindt in uw ogen, spreek dan ten aanhore van Par’o en zeg dan: 5. „Mijn vader heeft mij laten zweren en gezegd: ‘Zie, ik ga sterven. In mijn graf, dat ik mij gedolven heb in het land Kena’an, begraaf mij daar.’ En nu, laat mij toch optrekken, opdat ik mijn vader zal kunnen begraven, en dan kom ik terug.” 6. En Par’o zei: „Trek op en begraaf uw vader, zoals hij u heeft doen zweren.” 7. Zo trok Joseef op om zijn vader te begraven en al de bedienden van Par’o trokken met hem mee, de wijzen van zijn huis, en alle geleer­den van het land Egypte. 8. En het hele huisgezin van Joseef en zijn broers en het huisgezin van zijn vader, slechts hun kleine kinderen en hun kleinvee en hun rundvee lieten zij achter in het land Gosjen. 9. En ook wagens en ruiters gingen met hem mee, het was een zeer grote stoet. 10. Zij kwamen  aan in Goren-Haätad, dat aan de over­kant van de Jordaan ligt, en daar hielden zij een zeer grote en in­drukwekkende rouwdienst en hij rouwde zeven dagen om zijn vader. 11. Toen de bewoners van het land, de Kena’anieten de rouwdienst in Goren-Haätad zagen, zeiden zij: „Dit is een zware rouw voor Egypte. Daarom noemde men die plaats: ‘Avél Mitsraïm’ [rouw van Egypte], dat ligt aan de overkant van de Jordaan. 12. Zo deden zijn zonen zoals hij hen had opgedragen. 13. Zijn zonen droegen hem naar het land Kena’an en zij begroeven hem in de spelonk op het veld Hamachpélaa, het veld dat Avraham gekocht had van Efron de Chittiet, als een eigen graf, tegenover Mamree. 14. Daarna keerde Joseef terug naar Egypte, hij en zijn broers en al degenen die met hem waren opgetrokken om hun vader te begraven. 15. Toen de broers van Joseef zich realiseerden dat hun vader was overleden, zeiden zij tegen elkaar: „Misschien zal Joseef ons haten en gaat hij ons al het kwaad dat wij hem hebben aangedaan, vergelden.” 16. Dus gaven zij opdracht om tegen Joseef te zeggen: „Uw vader heeft voor zijn dood de volgende opdracht gegeven: 17.  ‘Het volgende moeten jullie tegen Joseef zeggen: Vergeef toch de misdaad van je broers en hun zonde, want zij hebben u wel kwaad gedaan, maar vergeef nu toch de misdaad van de dienaren van de G-d van uw vader.’” En Joseef weende toen men deze woorden tegen hem sprak. 18. Toen gingen ook zijn broers en wierpen zich voor hem neer en zij zeiden: „Zie, wij zijn uw slaven”. 19. Maar Joseef zei tegen hen: „Vreest niet, neem ik soms de plaats van G-d in? 20. Want hoewel jullie mij kwaad dach­ten te doen, heeft G-d dat ten goede gekeerd, om te doen zoals vandaag: een groot volk in leven houden. 21. En vreest nu niet, ik zal jullie en jullie kleine kinderen onderhouden.” En hij troostte hen en sprak tot hun hart.  22. Zo woonde Joseef in Egypte, hij en de familie van zijn vader en Joseef leefde honderd en tien jaar. 23. En Joseef zag van Efrajim zonen tot in het derde geslacht; ook de zonen van Machier, de zoon van Menasjèh werden grootge­bracht op de knieën van Joseef. 24. En Joseef zei tegen zijn broers: „Ik sterf, maar G-d zal jullie beslist gedenken en jullie doen optrekken uit dit land naar het land dat Hij aan Avraham, aan Jitschak en aan Ja’akov gezworen heeft.” 25. En Joseef bezwoer de zonen van Israël alsvolgt: „G-d zal jullie beslist gedenken en voer dan mijn gebeente op van hier.” 26. Toen stierf Joseef, honderdentien jaar oud, en men balsemde hem en legde hem in een kist in Egypte.

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg zwigold@netvision.net.il

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder

BEREISJIET

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

HOOFDSTUK 25

HOOFDSTUK 26

HOOFDSTUK 27

HOOFDSTUK 28

HOOFDSTUK 29

HOOFDSTUK 30

HOOFDSTUK 31

HOOFDSTUK 32

HOOFDSTUK 33

HOOFDSTUK 34

HOOFDSTUK 35

HOOFDSTUK 36

HOOFDSTUK 37

HOOFDSTUK 38

HOOFDSTUK 39

HOOFDSTUK 40

HOOFDSTUK 41

HOOFDSTUK 42

HOOFDSTUK 43

HOOFDSTUK 44

HOOFDSTUK 45

HOOFDSTUK 46

HOOFDSTUK 47

HOOFDSTUK 48

HOOFDSTUK 49

HOOFDSTUK 50