Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Home

 

 

JEHOSJOEA – HOOFDSTUK 3

3. 1 Jehosjoea stond ’s ochtends vroeg op en zij reisden van Sjittiem en kwamen aan bij de Jordaan, hij en al de Israëlieten en daar overnachtten zij, voordat zij overstaken. 2 Het gebeurde aan het eind van drie dagen dat de ordebewakers het kamp doortrokken 3 en de mensen geboden: „Wanneer jullie de Ark van het verbond met Hasjem, jullie G-d, zien en de priesters, de Levieten, die dat dragen, dan moeten jullie van je plaats komen en die volgen. 4 Maar jullie moeten een afstand bewaren van tweeduizend el, kom er niet dichterbij, opdat jullie zullen weten welke weg jullie moeten volgen, want jullie zijn de laatste tijd niet over deze weg gegaan.  

5 Jehosjoea zei tegen het volk: „Bereid jullie voor, want morgen zal Hasjem wonderen verrichten in jullie midden.” 6 Daarna sprak Jehosjoea tot de priesters als volgt: „Draag de Ark van het Verbond en steek daarmee vóór het volk over.” Aldus droegen zij de Ark van het Verbond en gingen voor het volk uit.

7 En Hasjem zei tegen Jehosjoea: „Vandaag ga ik je hoog in aanzien maken in de ogen van heel Israël, opdat men zal weten, dat Ik met jou zal zijn, zoals Ik met Mosjé was.” 8 Je zult de priesters opdracht geven de Ark van het Verbond te dragen, en zeggen: ‘Wanneer jullie aan de rand van het water van de Jordaan bent gekomen, dan moeten jullie in de Jordaan blijven staan.’ ”

9 Jehosjoea zei tegen de Israëlieten: „Kom dichterbij en luister naar de woorden van Hasjem, jullie G-d.” 10 En Jehosjoea vervolgde: „Hiermee zullen jullie weten dat een levende G-d in jullie midden verkeert en dat Hij de Kenaänieten en de Chittieten en de Perizieten en de Gergasjieten en de Emorieten en de Jevoesieten voor jullie uit zal drijven. 11 Zie, de Ark van het Verbond met de Heerser over heel de wereld zal voor jullie uit de Jordaan oversteken. 12 Kies nu twaalf mannen uit van de stammen van Israël, van iedere stam een man. 13 En dan zal het gebeuren dat wanneer de voetzolen van de priesters, de dragers van de Ark van het Verbond met de Heerser van heel de wereld, in het water van de Jordaan rusten, het water van de Jordaan stroomopwaarts zal worden afgesneden, en het zal als een muur blijven staan.”

14 Toen het volk zijn tenten verliet om de Jordaan over te steken, gingen de priesters, de dragers van de Ark van het Verbond voor het volk uit. 15 Toen de dragers van de Ark bij de Jordaan aankwamen en de voeten van de priesters, de dragers van de Ark, waren onderge­dompeld in het water langs de zijkant, had de Jordaan al zijn oevers overstroomd gedurende heel het oogstseizoen. 16 Het water van de Jordaan stond stroomopwaarts als een enkele muur, ver weg van Adam, de stad die dichtbij Tsaretan is; en [het water] dat stroom­afwaarts ging in de richting van de zee in de vlakte, de Zoutzee, stond stil en was afgesneden; en het volk stak over tegenover Jericho. 17 De priesters, de dragers van de Ark van het Verbond met Hasjem stonden stevig op droge grond in het midden van de Jordaan, terwijl heel Israël overstak op droge grond, totdat heel het volk de Jordaan was over­gestoken.

Aantekeningen

3.  En die volgen – Zij moesten de Ark volgen, die nu de plaats van de wolk had ingenomen, die voor hen uit was gegaan in de woestijn (Rasji).

4. Maar jullie moeten afstand bewaren – Tot de Ark, uit respect voor Hasjem (Rasji).

5. Jehosjoea zei tegen het volk – Op de derde dag, en de eerste dag was de 30e dag van de rouw om Mosjé, dat was 7 Niesan (Rasji).

6. Daarna sprak Jehosjoea tot de Priesters – De volgende dag (Rasji).

Draag de Ark van het Verbond – Tot nu toe werd die door de Levieten gedragen maar die dag droe­gen de Priesters de Ark (Rasji).

7. Zoals Ik met Mosjé was – Zoals Ik voor Mosjé de zee heb gespleten, zo zal Ik voor jou de Jordaan splijten (Radak).

8. Jullie moeten in de Jordaan blijven staan – Totdat de Israëlieten de overkant bereikt hebben (Rasji).

12. Kies nu twaalf mannen uit – En bereid die voor op datgene wat ik hen zal gebieden (Rasji).

13.  Het zal als een muur blijven staan – Het water dat van boven, stroomopwaart, naar beneden stroomt, zal zich op de plaats waar het wordt tegengehouden, laag op laag opstapelen, tot het een muur van water vormt (Rasji).

15. Langs de zijkant – Aan de oostkant van de rivier (Metsoedat David).

Al zijn oevers – Hoewel het voorjaar was, en er dan geen regen valt, stond de rivier extra hoog en overstroomde al zijn oevers, en desalniettemin stak het Joodse volk de Jordaan over op droge grond. Het is ook mogelijk dat door het smeltwater van de sneeuw de rivier zo hoog stond. In ieder geval verhoogde deze hoge waterstand het wonder dat Israël droog de overkant bereikt (Radak, Metsoedad David).

Het oogstseizoen – Dat is de maand Niesan (Rasji).

16. Ver weg –  Ver vanwaar de Israëlieten de Jordaan overstaken, werd het water tegengehouden (Rasji)

Adam – Naam van een stad (Rasji).

De zoutzee – De Dode zee.

17. En de Priesters stonden in de Jordaan – En gedurende de hele tijd dat zij daar stonden, kwam het water van boven niet naar beneden en heel het volk stak op het droge over (Rasji).

 

JEHOSJOEA

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder