Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Home

 

 

JEHOSJOEA – HOOFDSTUK 6

6. 1 Jericho was volledig voor de Israëlieten afgesloten; niemand kon erin of eruit. 2 Hasjem zei tegen Jehosjoea: „Zie, Ik heb Jericho met zijn koning en zijn machtige krijgers aan jou uitgeleverd. 3 Jullie moeten om de stad trekken, alle weerbare mannen moeten de stad eenmaal omsingelen. Dat moet je zes dagen lang doen. 4 En zeven Priesters zullen zeven sjofars meedragen voor de Ark; en op de zevende dag zullen jullie zevenmaal om de stad trekken en de Priesters zullen dan op de sjofars blazen. 5 En wanneer zij lang op de ramshoorn zullen blazen, wanneer jullie het geluid van de sjofar horen, dan zal heel het volk een harde schreeuw geven en dan zal de muur van de stad op zijn plaats invallen en dan zal het volk optrekken, iedere man recht vooruit.”

6 Jehosjoea de zoon van Noen riep nu de Priesters en zei tegen hen: „Til de Ark van het Verbond op en laat zeven Priesters zeven sjofars nemen, voor de Ark van Hasjem uit.” 7 En hij zei tegen het volk: „Trek op en loop om de stad en laat de gewapende voorhoede voor de Ark van Hasjem uit lopen.”

8 En het gebeurde, dat zodra Jehosjoea tegen het volk gesproken had, de zeven Priesters de zeven sjofars oppakten en voor [de Ark van] Hasjem uitgingen en op de sjofars bliezen en de Ark van het Verbond met Hasjem kwam achter hen aan. 9 En de gewapende voorhoede ging voor de Priesters uit, die op de sjofar bliezen, en de achterhoede kwam achter de Ark, lopend en blazend op de sjofars. 10 Jehosjoea beval het volk en zei: „Jullie mogen niet schreeuwen en jullie stemmen zullen niet gehoord worden, geen woord zal uit jullie mond komen, tot op de dag dat ik jullie zal zeggen te schreeuwen; en dan zullen jullie schreeuwen.”

11 Hij liet de Ark eenmaal de stad rondgaan; daarna keerden zij terug naar het legerkamp waar zij overnachtten.

12 Jehosjoea stond ’s ochtends vroeg op en de Priesters namen de Ark van Hasjem op. 13 En de zeven Priesters die de zeven sjofars droegen voor de Ark van Hasjem uit, gingen voorop en bliezen op de sjofars en de gewapende voorhoede ging voor hen uit en de achterhoede volgde achter de Ark  van Hasjem, lopend en blazend op de sjofars. 14 [Ook] op de tweede dag liepen zij eenmaal om de stad heen en keerden terug naar het legerkamp en zo deden zij zes dagen [achtereen].

15 En op de zevende dag stonden zij vroeg op, bij het eerste ochtendlicht, en liepen op dezelfde manier zeven maal om de stad heen; alleen op die dag liepen zij er zeven maal omheen. 16 En bij de zevende keer bliezen de Priesters op de sjofars en Jehosjoa zei tegen het volk: „Schreeuw, want Hasjem heeft jullie de stad gegeven! 17 En de stad en alles wat zich daarin bevindt zal afgezonderd zijn voor Hasjem, alleen Rachav de herbergierster zal in leven blijven, met alles wat bij haar in huis is, want zij verborg de boodschap­pers die wij eropuit gezonden hebben. 18 Maar jullie, blijf af van al wat is afgezonderd, opdat jullie geen vernietiging veroorzaken wanneer jullie van het gewijde nemen en het legerkamp van Israël ruïneren en er ongeluk over brengen. 19 Al het zilver en goud en de koperen en ijzeren voorwerpen zijn bestemd voor Hasjem, zij zullen in de schatkamer van Hasjem gaan.”

20 Het volk schreeuwde en [de priesters] bliezen op de sjofars en toen het volk het geluid van de sjofar hoorde, gaf het volk een harde schreeuw en de muur stortte in en het volk trok de stad binnen, iedere man recht vooruit, en zij namen de stad in. 21 Zij verwoestten alles wat in de stad was – man, vrouw, jong en oud, os, schaap en ezel – met het scherp van het zwaard. 22 Tegen de twee mannen die het land verkend hadden, zei Jehosjoea: „Ga naar het huis van die vrouw,  de herbergierster en breng de vrouw en alles wat van haar is, naar buiten, zoals jullie gezworen hebben.” 23 En zo gingen de jongemannen, de verspie­ders, en brachten Rachav en haar vader en moeder en haar broers en alles wat zij bezat, naar buiten, en zij brachten heel haar familie naar buiten en plaat­sten hen buiten het kamp van de Israëlieten. 24 Toen staken zij heel de stad in brand, met alles wat daarin was; alleen het zilver en het goud en het koperen en ijzeren vaatwerk deden zij in de schatkist van het Huis van Hasjem. 25 Maar Rachav de herbergierster en haar vaders huis en al wat zij had, liet Jehosjoea in leven; en zij bleef wonen te midden van Israël tot op deze dag, want zij had de boodschappers, die Jehosjoea eropuit had gezonden om Jericho te ver­kennen, verborgen.

26 Jehosjoea liet hun [het volk] vervolgens zweren: „Vervloekt zal de man voor Hasjem zijn, die zal opstaan en deze stad, Jericho, zal opbouwen; ten koste van zijn eerstgebo­rene [zoon] zal hij de fundering leggen en met zijn jongste zal hij de poorten opzetten. 27 Zo was Hasjem met Jehosjoea, en hij was vermaard in heel het land.


 

6. 2. Hasjem zei tegen Jehosjoea – Door middel van de engel, die aan hem verschenen was (Radak).

5. Dan zal de muur op zijn plaats vallen – De muur zonk in de grond. Maar wat gebeurde er dan met het huis van Rachav, dat zich in de muur bevond? Men moet concluderen dat alleen het deel van de muur dat zich tegen­over de Israëlieten bevond, instortte, en dat het huis van Rachav aan de andere kant van de stad was, waar de muur niet instortte (Radak).

7. De gewapende voorhoede –  Dit waren de mannen van de stammen Reoeveen en Gad en de halve stam Menasjè (Metsodat Zion). Het volk liep voorop, dan de gewapende mannen van de stammen Reoeveen, Gad en half Menasjè, dan de Priesters met hun sjofars, dan de Ark en daarna de achterhoede (Malbiem).

9. De Gewapende voorhoede – Dat waren de zonen van de stam Reoeveen en Gad, want dat waren sterke krijgers (Rasji).

Lopend en blazend – Niet de achterhoede blies op de sjofars, maar de Priesters (Radak).

15. Op de zevende dag – Dit was de Sjabbat (Rasji).  

17. Afgezonderd voor Hasjem – Gewijd, geheiligd, want die dag was het Sjabbat en daarom was het passend dat de buit geheiligd zou zijn (Rasji).

19. De schatkamer van Hasjem – De Tent der Samenkomst, waar ook de buit, die op Midjan veroverd werd, bewaard werd en die door de bevelhebbers van de legerafdelingen aan Mosjé gegeven waren [zie Bamidbar 31:50] (Radak).

23. De jongemannen – Een waardevolle bediende wordt in het Hebreeuws ook ‘jongeman’ genoemd, zoals Jehosjoea, die in Sjemot 33:11 ook ‘jongeman’ genoemd wordt (Radak).

Buiten het kamp – Totdat zij tot het Jodendom bekeerd waren, waarna zij te midden van Israël konden wonen, net als verderop (v. 25) over Rachav gezegd wordt (Radak).

25.  Maar Rachav de herbergierster … liet hij in leven – En onze Geleerden zeggen (Megilla 14b) dat Jehosjoea met Rachav trouwde (Radak).

26. Deze stad, Jericho Dat men noch deze stad onder een andere naam, noch een andere stad onder de naam Jericho zal bouwen. En Rambam schrijft [Gids voor de verdwaalden 3:50] dat dit verbod er is, opdat de ruïne van de muur een eeuwige herinnering zal zijn aan het wonder dat daar geschied is (Radak).

Met zijn eerstgeborene... en met zijn jongste – Bij het begin van de bouw, als hij de fundering legt, zal zijn eerstgeboren zoon sterven en zal hij die begraven en zo zal hij doorgaan [met het begraven van zijn zonen] totdat zijn jongste zoon sterft, bij het einde van het werk, als hij de poorten opzet (Rasji). In I Koningen 16:34 wordt vermeld hoe de vloek van Jehosjoea uitkwam, toen Chiel uit Bethel Jericho herbouwde, waarbij zijn zonen Aviram en Segoev omkwamen.

 

JEHOSJOEA

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder