Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Home

 

 

JEHOSJOEA – HOOFDSTUK 18

18. 1 De hele gemeenschap Israël vezamelde zich te Sjilo en daar zetten zij de Tent der Samenkomst op. Het land was nu voor hen veroverd. 2 Nu waren er van de Israëlieten nog zeven stammen over die nog niet hun erfdeel hadden gekregen. Jehosjoea zei tegen de Israëlieten: „Hoelang blijven jullie nalatig om het land in bezit te nemen dat Hasjem, de G-d van jullie voorvaderen jullie gegeven heeft? 4 Wijs voor jullie zelf drie mannen aan uit iedere stam en dan zal ik hen sturen en zij zullen opstaan en door het land reizen en het beschrijven overeenkomstig hun erfdeel en [daarna] zullen zij bij mij komen. 5 Zij zullen het in zeven delen verdelen; Jehoeda zal binnen zijn grenzen blijven in het zuiden en het huis van Joséf zal binnen zijn grenzen in het noorden blijven. 6 Jullie zullen het land in zeven delen beschrijven en dat naar mij toe brengen en ik zal dan hier voor jullie het lot werpen voor Hasjem, jullie G-d. 7 Want de Levieten zullen geen aandeel in jullie midden hebben, want het priesterdom van Hasjem is hun erfenis en Gad, Reoeveen en de halve stam Menasjè hebben al hun erfdeel genomen aan de andere kant, ten oosten van de Jordaan, zoals Mosjé, de dienaar van Hasjem het hun gegeven had.

8 De mannen stonden op en gingen en Jehosjoea gebood hun, die het land gingen beschrijven, als volgt: „Ga, loop door het land en beschrijf het en keer naar mij hier terug, dan zal ik het lot werpen voor jullie hier in Sjilo, voor Hasjem.”

9 De mannen gingen en trokken door het land en beschreven de steden in zeven delen in een boek en kwamen [weer terug] bij Jehosjoea in het kamp in Sjilo. 10 Jehosjoea wierp loten voor hen, ten overstaan van Hasjem en Jehosjoea verdeelde het land onder de Israëlieten overeenkomstig hun indeling.

11 Het lot voor de stam van Binjamin kwam op, overeenkomstig hun families en de grens van hun gebied lag tussen de stam Jehoeda en de stam Joséf. 12 Hun grens aan de noordzijde liep langs de Jordaan omhoog ten noorden langs Jericho, en liep omhoog westwaarts door de bergen en eindigde in de woestijn Beet Aven. 13 Vandaar liep de grens naar Loez, naar de zijkant van Loez, hetgeen Beet El is, zuidwaarts; en de grens daalde af naar Atrot-Addar op de berg, ten zuiden van Beneden-Beet Choron. 14 De grens boog om en draaide rondom de westkant, naar het zuiden, van de berg die ligt voor Beet Choron naar het zuiden; en zijn uitlopers waren naar Keriat-Ba’al, dat is Kirjat-Jeariem, een stad van de stam Jehoeda; dit was de westkant. 15 En de zuidkant liep van het uiteinde van Kirjat Jeariem en liep door naar het westen en liep door tot de waterbron van Neftoach. 16 De grens daalde af naar het einde van de berg die tegenover de Vallei van de Zoon van Hinnom in de Vallei Refaim ligt, in het noorden en daalde af naar de Vallei van Hinnom naar de kant van de Jevoesieten in het zuiden en daalde af naar Ein-Rogel. 17 En hij boog af van het noorden en liep uit naar Een-Sjemes en liep door naar Gliot, hetgeen tegenover Adoemiem lag. Hij daalde dan af naar de Steen van Bohan, de zoon van Reoeveen. 18 Dan passeerde hij de zijkant tegenover de Arava in het noorden en daalde af naar de Arava. 19 De grens passeerde dan de noord­kant van Beet Hogla. De uitlopers van de grens waren in de baai in het noor­den van de Zoutzee, aan het zuideinde van de Jordaan. Dit was de zuidelijke grens. 20 De Jordaan vormde de oostgrens. Dit was het erfdeel van de stam Binjamin, volgens zijn grenzen rondom, overeenkomstig zijn families. 21 Dit zijn de steden van de stam van Binjamin overeenkomsitg hun families: Jericho, Beet Hogla, de Vallei Ketsiets; 22 Beet Arava, Tsemarajim en Beet El; 23 Aviem, Para en Ofra. 24 Kefar-Haämona, Ofni en Geva, twaalf steden en hun omliggende dorpen; 25 Givon, Rama en Beërot; 26 Mitspe, Kefira en Motsa; 27 Rèkem, Jirpeëel en Tarala; 28 Tsela, Èlef en de Jevoesiet, dat is Jeroesjalajiem, Givat en Kirjat, veertien steden met hun omliggende dorpen. Dit is het erfdeel van de stam Binjamin, overeenkomstig hun families.


Aantekeningen

18. 1. Daar zetten zij de Tent der Samenkomst op – Die welke zij in de woestijn gebouwd hadden. Hij had geen dak maar een stenen onderbouw met gordijnen daaroverheen. Aldus traktaat Zewachiem (54:2) (Rasji).

4. Overeenkomstig hun erfdeel – In zeven delen, die niet alle even groot waren, maar elk was is verhouding met de grootte van de stam: een grote stam kreeg een groter gebied en een kleine stam een kleiner gebied, zoals er geschreven staat (Bamidbar 26:54) (Rasji).

7. Het priesterdom van Hasjem is hun erfenis – overeenkomstig Dewariem 18:1.

11. Overeenkomstig hun families – D.w.z., het werd verdeeld overeenkomstig hun families (Metsoedat David).

12. Hun grens aan de noordzijde – Hun noordgrens begon bij de Jordaan in het oosten en liep van daar naar Jericho dat in het noorden lag en liep ten noorden van Jericho, dus Jericho lag in het deel van Binjamin (Rasji).

14. En zijn uitlopers – D.w.z. de zuidwestelijke hoek van zijn gebied was bij Kirjat-Jeariem, dat van Jehoeda was. En de Tempel stond in het gebied van Binjamin, omdat hij niet gebogen had voor Esav.

 

JEHOSJOEA

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder