Indien u in het onderstaande fouten ontdekt, wordt u vriendelijk verzocht dit te melden aan: zwigold@netvision.net.il

Home

 

 

JEHOSJOEA – HOOFDSTUK 19

19. 1 Het tweede lot viel op Sjimon, op de stam van Sjimon, overeenkomstig hun families; hun erfdeel was gelegen binnen het erfdeel van Jehoeda. 2 Tot hun erfdeel behoorden Beër Sjeva en Sjeva en Molada; 3 Chatsar-Sjoeal, Bala en Etsem; 4 Eltolad, Betoel en Chorma; 5 Tsiklag, Beet Hamarkavot en Chatsar-Soesa; 6 Beet Levaot en Sjaroechen, dertien steden en hun omliggende dor­pen. 7 Ajin, Rimmon, Èter en Asjan, vier steden en hun omliggende dorpen. 8 En al de dorpen rondom deze steden, tot Baälat Beëer, Ramat Negev. Dit is het erfdeel van de stam Sjimon, overeenkomstig hun families.

9 Sjimons erfenis vormde een deel van het gebied van Jehoeda, want het gebied van Jehoeda was te groot voor hen; daarom erfde de stam Sjimon te midden van hun erfdeel.

10 Het derde lot viel op Zewoeloen, overeenkomstig hun families; de grens van hun erfdeel liep tot 10Saried. 11 Hun grens ging omhoog naar het westen bij Marala en bereikte Dabbesjet en bereikte de wadi bij Jokneam. 12 [De grens] draaide dan bij Saried om in oostelijke richting, waar de zon opkomt, langs Kislot-Tavor, en daalde dan af naar Dovrat en ging omhoog naar Jafia. 13 Vandaar ging hij verder en passeerde ten oosten van Gat-Chéfer naar Itta-Katsien, ging verder naar Rammon en omcirkelde vervolgens Nea. 14 Daarna boog te grens ten noorden van Hannaton af, waarna hij uitkwam in de vallei van Jiftach-El. 15 Verder de steden Kattat, Nahalal, Sjimron, Jidala en Beet Lechem – twaalf steden met hun omliggende dorpen. 16 Dit is het erfdeel van de stam Zevoeloen, overeenkomstig hun families.

17 Het vierde lot viel op Jissachar, overeenkomstig hun families. 18 Aan hun grens lagen Jizreël, Kesoelot en Sjoeneem; 19 Chafarajim, Sjion en Anacharat; 20 Rabbiet, Kisjon en Avets; 21 Remet, Een Ganiem, Een Chadda en Beet Patseets. 22 De grens raakte Tavor, Sjachatsima en Beet Sjemesj en de grens liep tot bij de Jordaan; zestien steden met hun omliggende dorpen. 23 Dit is het erfdeel van de stam Jissachar, overeenkomstig hun families, [met al hun] steden en hun omliggende dorpen.

24 Het vijfde lot viel op de stam Asjer, overeenkomstig hun families. 25 Aan hun grens lagen Chelkat, Chali, Bèten en Achsjaf; 26 Alammèlech, Amad, Misjal en hij raakte de Karmel aan de westkant en bij Sjichor-Livnat. 27 Hij keerde dan naar het oosten, naar Beet Dagon, dan raakte hij de grens met Zevoeloen in het dal van Jiftach-El, aan de noordkant van Beet Haëmek en Niëel, en liep dan uit tot Kavoel aan de linkerkant. 28 [Voorts] Evron, Rechov, Chamon en Kana tot Groot-Tsidon. 29 Dan keerde de grens terug naar Rama en passeerde de vestingstad Tsor, dan boog de grens af naar Chosa en eindigde ten westen van het district van Achziva, 30 met Oema en Afeek en Rechov, tweeëntwintig steden en hun omliggende dorpen. 31 Dit is het erfdeel van de stam Asjer, overeenkomstig hun families, met de steden en hun omliggende dorpen.

32 Het zesde lot viel op Naftali, oveeenkomstig de families van Naftali. 33 Hun grens werd gevormd door Chelef, Elon-Betsaänanniem en Adami in het zuiden, Javneëel, tot Lakkoem en eindigde bij de Jordaan; 34 dan draaide de grens naar het westen, naar Aznot Tavor en eindigde van daar bij Choekok en ontmoette dan Zevoeloen in het zuiden en de grens raakte Asjer in het westen en in het zuiden Jehoeda bij de Jordaan in het oosten. 35 En de vestingsteden Tsidiem, Tseer, Chammat, Rakkat en Kinnaret; 36 Adama, Harama en Chatsor; 37 Kedesj, Edreï en Een-Chatsor; 38 Jiron, Migdal-El, Chareem, Beet Anat en Beet Sjemesj; negentien steden met hun omliggende dorpen. 39 Dit is het erfdeel van de stam van Naftali, overeenkomstig hun families en steden en hun omlig­gende dorpen.

40 Het zevende lot viel op de stam van Dan, overeenkomstig hun families. 41 De grens van hun gebied werd gevormd door Tsora, Esjtaol en Ier-Sjemesj; 42 Sjaälabien, Ajjalon en Jitla; 43 Elon, Timnata en Ekron; 44 Eltekee, Gibbeton en Baälat; 45 Jehoed, Bnee Brak en Gat-Rimon; 46 Mee-HaJarkon en Rakon, met het gebied tegenover Jafo. 47 Maar het gebied van de stam Dan was te klein voor hen, daarom trokken de Dannieten op en vochten tegen Lesjem en verover­den dat en versloegen het met het scherp van het zwaard en namen het in bezit en gingen daar wonen. Zij noemden Lesjem Dan, naar de naam Dan van hun vader. 48 Dit is het erfdeel van de stam Dan, overeenkomstig hun families, de steden en hun omliggende dorpen.

49 Zo maakten zij een einde aan de verdeling van het land volgens hun grenzen en de Israëlieten gaven een erfdeel in hun midden aan Jehosjoea, de zoon van Noen. 50 Overeenkomstig het woord van Hasjem gaven zij hem de stad, die hij gevraagd had, Timnat-Sera in de bergen van Efrajim. Hij bouwde daar de stad en woonde er.

51 Dit zijn de gebieden die Elazar de priester, en Jehosjoea de zoon van Noen en de hoofden van de vaderhuizen van de stammen van Israël, in Sjilo, voor de ingang van de Tent der Samenkomst van Hasjem, verdeelden als erfenis door middel van het lot. Daarmee kwam een einde aan de verdeling van het land.


Aantekeningen

19. 1. Het tweede lot – Het eerste lot van de zeven stammen [die in vs. 18:5 genoemd worden], was op Binjamin gevallen (Rasji).

2-6. Beëer Sjèva en Sjèva –  Dit is één stad (Radak), die onder twee namen bekend stond (Metsoedat David).

De Gaon van Wilna identificeert een aantal van de hier genoemde steden onder een andere naam bij de opsomming van de steden van Jehoeda.

9. Daarom erfde de stam Sjimon te midden van het erfdeel van Jehoeda – In Bereisjiet 49:7 vloekt Jaäkov zijn beide zonen Levi en Sjimon wegens wat zij gedaan hebben met Sjechem en zegt dat Levi en Sjimon „verdeeld zullen worden onder Jaäkov en verstrooid onder Israël.” Daarom kreeg Sjimon zijn erfdeel te midden van Jehoeda en werd Levi onder alle stammen verstrooid (De Gaon van Wilna).

10. Saried – Dit ligt in het uiterste noordwesten van Erets Jisraël (Metsoedat David).

11. En de grens ging in het westen omhoog – Van Saried in het westen, van noord naar zuid (Metsoedat David).

12. Kislot Tabor – De ‘flank’, d.w.z. op de helling van Tabor (Rasji).

13. Gat-Chéfer – Waar de Profeet Jona ben Amitai vandaan kwam (zie II Melachiem 14:25) (Radak).

14. Daarna boog te grens af – D.w.z. dat de grens om Rimmon boog, ten noorden van Hannaton, hetgeen ten noorden van Rimmon lag. Dus Nea, Rimmon en Hannatonm maakten allen deel uit van Zevoelon (Metsoedat David).

Vallei van Jiftach-El – Gelegen aan de noordgrens met Asjer (Metsoedat David).

15. Beet-Lechem – Dit is een ander Beet-Lechem dan dat welk gelegen is in het gebied van Jehoeda (Radak). [Gelegen ten noorden van Nazaret.]

Twaalf steden – Behalve de vijf hier genoemde steden, lagen nog zeven van de hiervoor genoemde steden binnen het gebied van Zevoeloen: Saried, Marala, Jokneam, Jafia, Gat-Chéfer, Itta-Katsien en Rimmon, met Hannaton ten zuiden van de grens (Malbiem).

18. Jizreël – Dit grensde aan het gebied van Menasjè, maar de vallei van Jizreël was van Menasjè, zoals hierboven (17:16) geschreven staat (Metsoedat David).

Sjoeneem – Waar de Sjoenamitische vrouw van II Melachiem 4:8 woonde.

22. De grens raakte Tavor – Dus Tavor behoorde aan drie stammen: de berg Tavor aan Jissachar, Kislot-Tavor aan Zevoeloen en Atsnot-Tavor aan Naftali (Gaon van Wilna).

Beets Sjemesj – Dit is niet het Beit Sjemesj dat aan de grens van Jehoeda lag (15:10) (Metsoedat David).

25. Hun grens – Dit was de westgrens, van zuid naar noord (Metsoedat David).

27. De grens met Zevoeloen – In het noorden (Metsoedat David).

Aan de linkerkant – D.w.z. aan de noordkant van Asjer (Metsoedat David).

29. De vestingstad Tsor – Gelegen op een hoge rots [tsoer in het Hebreeuws is ‘rots’] (Radak). Dit is niet de grote stad Tyrus aan de zee, want die was toen nog niet gebouwd, maar een stad gelegen in de zuidoostelijke hoek van Asjer (Malbiem).

41. Tsora en Esjtaol – Deze plaatsen waren van Jehoeda (zie hierboven: 15:33), maar het lot van de stam Dan viel daar vlak naast (Rasji). Het is ook mogelijk dat deze plaatsen niet tot het gebied van Jehoeda behoorden, maar tot dat van Dan, ten noordoosten van het gebied van Jehoeda (Metsoedat David).

43. Ekron – Niet het Ekron dat in vs. 15:45 bij het gebied van Jehoeda genoemd wordt (Metsoedat David).

44. Baälat – Dit is niet het Baäla dat in vs. 15:29 genoemd wordt, maar onze Geleerden zeggen dat het dezelfde steden zijn,  en verklaren dat de huizen aan Jehoeda behoorden, maar de velden aan Dan (Radak).

47.  Maar het gebied van Dan was te klein voor hen – [Aldus de vertaling van Radak. Lett.: De grens (of het gebied) ging uit van Dan.] De stam Dan kreeg hier een deel van zijn erfdeel en hun lot viel ook op een ander gebied, ver van hun grenzen, met de andere stammen daartussenin (Rasji). Hun grondgebied was te klein voor hen, zij hadden daarom extra grond nodig en trokken daarom op tegen Lesjem, hetgeen het Laïesj is, dat in Sjoftiem (18:27) genoemd wordt en veroverden dat. Maar dit gebeurde veel later, in de tijd van Otniël en van het afgodsbeeld van Micha. Het lag helemaal in het uiterste noorden van het land, zoals blijkt uit het gezegde: „Van Dan tot Beëer Sjeva.” (Rasji, Radak, Metsoedat David).

50. Overeenkomstig het woord van Hasjem – Zei raadpleegden de Oeriem en Toemiem (Metsoedat David), want Jehosjoea en ook Kalev) kregen hun gebied niet d.m.v. het lot (Bawa Batra 122a).

 

JEHOSJOEA

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduces, stored in a retrievalsystem or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocpying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder